Vroeger vast veel naar Wham! gekeken

What’s Up! De jongste schilderkunst in Nederland. T/m 15 april in het Dordrechts Museum, Museumstraat 40, Dordrecht. Inl.: dordrechtsmuseum.nl ****

De tentoonstelling What’s Up! in het Dordrechts Museum begint met een disclaimer. Er is werk gekozen van dertig Nederlandse schilders onder de veertig jaar, en zo’n keuze leidt onvermijdelijk tot discussie. „Met deze selectie is niet geprobeerd een top dertig samen te stellen”, staat er daarom op de eerste wand.

De samenstellers van de tentoonstelling beseffen dat het presenteren van een stand van zaken van de hedendaagse schilderkunst een gewaagde onderneming is. Of je het nu met de samenstelling eens bent of niet, het is in elk geval een gevarieerd overzicht. Sommige werken hebben het zelfs moeilijk in de veelheid.

Jacco Oliviers projectie van bewerkte reproducties, die samen een schilderachtig animatiefilmpje vormen, kan niet concurreren met de schilderijen van verf en doek ernaast. Waarschijnlijk om dezelfde reden wordt een diaserie van Sara van der Heide geïsoleerd van de rest vertoond. Toch krijg je ook bij het bekijken van haar scherpe dia’s van 160 abstracte aquarellen honger naar de originelen.

Zelfs uit de gefotografeerde schilderijen van Olivier en Van der Heide blijkt wat in het werk van de overige schilders nog duidelijker zichtbaar is: ze hebben plezier in het materiaal, in vorm en kleur, in het opbouwen van een beeld. Niet langer staat het concept voorop. Het fysieke kunstwerk doet er op deze expositie toe.

Tjebbe Beekman mengt zand door zijn acrylverf en zet er glimmende donkere accenten van lakverf en emaille in, wat zijn schilderijen een vuil en industrieel aanzien geeft. Zijn Stock Exchange (2008) lijkt meer op een oude fabriek of kerker dan op een handelsbeurs.

Aaron van Erp schildert meestal scènes met figuren in suggestieve kleurveegjes op een pikzwarte grond. Hoewel het dramatische scènes zijn, hebben die figuurtjes iets stripachtigs en komieks. Ze roepen ook de blacklight-videoclip van Whams Wake Me Up Before You Go-Go in de herinnering, waarin dansers en zangers met fluorescerende make-up en in fluorescerende kleding licht gaven in het donker.

Het wemelt op de tentoonstelling sowieso van de jaren tachtig-kleurtjes, bijvoorbeeld in de verdikte verf die Koen Delaere uitspeelt tegen dun beschilderd doek, in de tekstschilderijen van Kim van Norren en in een groot wit doek met brede oranje en groene kwaststreken van Evi Vingerling.

De ongenuanceerde kleuren zijn terug van weggeweest, in de jongerenmode en blijkbaar ook in de kunst. Misschien speelt er jeugdsentiment mee. Met een gemiddeld geboortejaar aan het einde van de jaren zeventig zullen veel van de exposanten al vroeg met die discokleurtjes vertrouwd zijn geraakt.

Willem Weismann verwerkt de heldere kleuren net iets geraffineerder dan de anderen in een schilderij van een rood, een geelgroen en een blauw gordijn voor een raam. De kleuren zijn niet eens zo heel fel, maar ze lijken dieper door het contrast met de grijze muren links en rechts, waarop hun weerschijn gloeit. Doordat er buiten vaag een tuin of landschap zichtbaar is, lijkt het bovendien alsof er licht door de gordijnen schijnt. Dit is de essentie van figuratief schilderen: op een plat doek iets suggereren dat er niet echt is. Want het is natuurlijk alleen maar verf. Weismann heeft dat nog eens benadrukt door zijn penselen tijdens het schilderen telkens af te vegen aan het vierde, witte gordijn in zijn schilderij.

    • Gijsbert van der Wal