'Verbazend dat kredietbureaus zo lang ongereguleerd waren'

De eurocrisis is deels te wijten aan onvoldoende toezicht op financiële instellingen. Een speciale Europese toezichthouder probeert daar sinds een jaar verandering in brengen. Maar dat is niet eenvoudig, zegt voorzitter Steven Maijoor.

Nederland, Naarden, 17-12-2011 Steven Maijoor, the chairman of the European Securities and Markets Authority (ESMA) PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers - 2011

Als voorzitter van de nieuwe Europese toezichthouder voor Financiële Markten, ESMA, zit de Nederlander Steven Maijoor in het hart van de crisisbestrijding in Europa.

ESMA is direct verantwoordelijk voor het toezicht op kredietbureaus in Europa, en moet zorgen dat alle 27 nationale toezichthouders nieuwe Europese regelgeving voor hedgefondsen, accountantsbureaus of de derivatenhandel strikt en op dezelfde manier toepassen.

Dat is niet altijd eenvoudig, vertelt Maijoor (1964), voormalig directeur bij de Nederlandse Autoriteit Financiële Markten (AFM), in zijn kantoor in het schitterend gerenoveerde voormalige PTT-gebouw in Parijs. „Eén van de lessen van de crisis is dat er niet genoeg Europees toezicht is geweest op financiële instellingen die in meerdere Europese landen actief waren. Nationale toezichthouders werkten niet goed genoeg samen en beconcurreerden elkaar zelfs. Vandaar dat ESMA is opgericht, samen met de EBA voor toezicht over Europese banken in Londen en EIOPA voor Europese verzekeraars in Frankfurt. Nu moeten wij onze toegevoegde waarde bewijzen. Middenin een recessie is dat niet gemakkelijk. Want dit zijn tijden waarin mensen de neiging hebben alles weer nationaal te maken.”

ESMA is een jaar bezig, u bent in april begonnen. Wat is uw belangrijkste taak?

„Zorgen voor consistente regelgeving en toezicht op Europese financiële markten. Nationale toezichthouders werkten vroeger samen, in de voorloper van ESMA. Maar regulering was toen te licht. Daarbij vingen zij elkaar vaak vliegen af. Als je een goedkeuring van je prospectus wilde van de toezichthouder van land x, en die zei nee, probeerde je het gewoon in land y, waar de regels soepeler waren. Zo kreeg je dan voet aan de grond in heel Europa. Ik heb dat in mijn AFM-tijd geregeld meegemaakt. Zo’n race to the bottom, dat kan dus niet langer. Er moet één Europees regelsysteem zijn dat in elk land op dezelfde manier wordt toegepast.”

Kunt u dat afdwingen?

„Veel dingen zijn in ons eerste jaar nog in aanbouw. Het belangrijkste is dat iedereen door de crisis wel ziet dat het probleem Europees is, en dat de oplossing dus een Europese oplossing moet zijn. Politici hebben ingegrepen: er is veel Europese regelgeving gekomen, en er komt veel meer aan. Zo is er nu toezicht op hedgefondsen en private equity. Voorheen bestond dat in een aantal landen nauwelijks. ESMA speelt een sleutelrol bij het opstellen van de technische regels. Vorige maand hebben we een handboek gepubliceerd waar zelfs de Engelse City afgewogen op heeft gereageerd – goed teken, lijkt mij. Ook helpen we extra regels formuleren voor financiële partijen, die meer informatie naar toezichthouders moeten sturen. Vroeger wisten die te weinig wat er gebeurde, bijvoorbeeld op het gebied van de derivatenhandel. Verder moeten kredietbureaus nu geregistreerd worden als ze in Europa willen werken. Dat is een stevig proces. De eerste inspecties zijn begonnen. Dat doen wij zelf, niet de nationale toezichthouders. Verder moeten we zorgen dat de regels niet alleen in alle landen hetzelfde zijn, maar de toepassing ook. Zo rees er dit jaar een probleem met banken, die de waardering van hun Griekse schulden verschillend inboekten. Daardoor raakten beleggers in de war: wie heeft er nu wat? Daar zijn wij ingesprongen. Daar moest helderheid komen. Tenslotte hebben we, ook voor beleggers, een waarschuwing gegeven voor het handelen in vreemde valuta. Dus u ziet, we hebben meer dan genoeg te doen hier.”

En dit doet u met 70 man?

„Ja, en dat is absoluut te krap. We zijn dit jaar van 40 naar 70 gegaan en uiteindelijk moeten we over een paar jaar 200 medewerkers hebben. Maar in zo’n eerste jaar, als je intern alles moet opbouwen en tegelijkertijd moet tonen dat je resultaat brengt, is het zwaar. We zijn bovendien verhuisd, en de crisis is verergerd. Er wordt hier te hard gewerkt.”

De Europese banktoezichthouder, EBA, heeft ruzie met de Duitse banktoezichthouder. Heeft u ook problemen met nationale toezichthouders?

„Wij zijn met een belangrijke verschuiving bezig: van nationaal toezicht naar Europees toezicht. Dit gaat weleens met fricties gepaard. Niets menselijks is ons vreemd.”

Bij voorbeeld?

„Een voorbeeld van die verschuiving is dat de Franse toezichthouder, die laatst short positions in financiële instellingen wilde verbieden, mij vooraf opbelde. Ik heb meteen een conference call belegd met de 27 nationale toezichthouders. Hoe denken de anderen erover? En als die het ook willen, kunnen ze dat dan niet beter op dezelfde manier doen en op hetzelfde tijdstip? Vorige keer, toen een ánder groot land naked short selling wilde verbieden, gebeurde dit allemaal niet.”

Dat was Duitsland.

„Klopt. Toen waren regels lastiger te harmoniseren en werd iedereen erdoor verrast. Nu komt er meer centrale wetgeving aan en wordt er veel beter gecoördineerd. Dat is vooruitgang.”

Op de Europese top, begin december, eiste Groot-Brittannië bevoegdheden terug van de Europese banktoezichthouder. Heeft u daar ook last van?

„Het is interessant dat we zo kort na onze start alweer inzet zijn van onderhandelingen. Kennelijk hebben we impact.”

Klopt het dat de Britten ook repatriëring van ESMA’s bevoegdheden eisen?

„Kennelijk gold hun eis voor alledrie de toezichthouders, ja. Dat verbaast me. De Brit in onze board, waarin alle 27 landen vertegenwoordigd zijn, heeft ESMA zeer gesteund. De Financial Times, een krant die redelijk dicht bij de City staat, schrijft vrij positieve commentaren over ons. De Britten hebben veel profijt van de Europese interne markt. Om die markt goed te laten functioneren, is eenduidig toezicht nodig. In mijn contacten met de industrie in Londen krijg ik dagelijks signalen dat zij zich dat goed realiseren. Het verbaast mij dus dat premier Cameron hierover wil onderhandelen.”

Is er ook spanning met andere landen die soevereiniteit terugwillen?

„Europa als geheel staat er beter voor dan Amerika, qua staatsschuld en begrotingstekort. Maar Amerika krabbelt uit de crisis. Wij niet, onder meer omdat we niet met 27 landen tot goede besluitvorming komen. Iedereen heeft dezer dagen de neiging terug te gaan naar het nationale. Gevolg is dat beleggers meer vertrouwen hebben in de Amerikaanse markt dan in de Europese markt. Het probleem is dat financiële instellingen Europees zijn geworden, maar dat het toezicht heel lang nationaal is gebleven. Het probleem ligt dus op het Europese vlak. De oplossing ook. Re-nationalisering is niet het antwoord.”

Veel Nederlanders denken daar anders over. Hier is geen crisis, zeggen zij. De crisis zit in Zuid-Europa, in landen die op te grote voet hebben geleefd.

„Dat is te eenzijdig geredeneerd. Mensen vergeten weleens hoe de crisis begon: met banken in vooral Noord-Europese landen die in de problemen kwamen. Overheden gingen garant staan voor deze banken. Dat leidde weer tot de crisis van overheidsschulden. De kern van de crisis is dus niet alleen overheidsschuld, maar ook de problemen in de financiële sector. De bankencrisis is helemaal verweven met de crisis van overheidsschulden. Als staatspapier minder waard wordt, wordt de financiële sector erdoor geraakt. Op deze problemen reageren door meer dingen nationaal te gaan doen, is geen oplossing.”

Klopt het dat Europese landen ESMA nu alweer wilden korten op de Europese begroting voor 2012?

„Alle Europese instellingen worden gekort, volgend jaar. Eerst zou dat ook voor de drie Europese toezichthouders gelden, maar europarlementariërs hebben bepaald dat dit niet voor ons hoeft te gelden. Ons budget was al niet erg ruim, en we krijgen er constant nieuwe taken bij.”

Een van die taken is toezicht op kredietbureaus. Die piepen nogal hard.

„Dit is voor hen een grote verandering. Supervisie zijn ze niet gewend. Verbazend, als je erop terugkijkt, dat zulke belangrijke spelers in de markten zo lang zo ongereguleerd zijn geweest. Kredietbureaus vertellen beleggers welke producten kredietwaardig zijn en welke niet. Dat kunnen beleggers niet goed zelf bepalen, of alleen tegen hoge kosten. Wij gaan niet interveniëren in de ratings van deze bureaus. We zeggen dus niet: dit hadden jullie een triple A moeten geven en dat een BB-. Wel leggen we de interne organisatie, beleidsvoering en transparantie onder de loep, en kijken we of er geen belangenverstrengeling is waardoor ratings te hoog of te laag uitvallen.”

Hoe doet u dat?

„We gaan langs, lichten dossiers, spreken medewerkers. Bij de AFM deden we hetzelfde bij accountantskantoren. Dat ging prima. Dat kan hier ook. Die ratings moeten beter.”

Eurocommissaris Barnier wil dat er nog meer regels komen voor kredietbureaus. Is dat nodig?

„Op sommige punten zijn meer stappen nodig. Als een bureau door slechte interne bedrijfsvoering slechte ratings publiceert, moet je het aansprakelijk kunnen stellen. Ik ben er ook voor dat er meer gelet wordt op eigendom en onafhankelijkheid van bureaus: als grote aandeelhouders zelf actief zijn op de markten, is er een risico van belangenverstrengeling.”

Terug naar de schuldencrisis: wat vindt u van de Nederlandse opstelling?

„Solidair zijn is in het nationaal belang. Ik begrijp het Nederlandse ongemak over de tekorten in zuidelijke landen. Er zijn daar problemen. Maar, nogmaals: de beleidsmatige fouten zijn aardig over heel Europa verdeeld. De crisis begon in het noorden. Nederland moest drie grote banken redden. Ik vind het niet goed om dan het beeld te scheppen dat wij het beter deden dan zuidelijke landen. Eerder dit jaar nog dachten we dat het economisch beter zou gaan. Er was maar een klein kansje op een double dip. Nu zakken we toch weer in. Dat betekent dat er onverwacht nieuwe problemen kunnen opduiken in àndere delen van Europa.”

U bedoelt dat er weer banken kunnen omvallen?

„Mijn punt is: elkaar met de vinger wijzen is onverstandig, omdat alles met alles verbonden is. De enige manier om de crisis op te lossen, is solidair zijn. Dat die solidariteit alsmaar vertraagd wordt, verergert de problemen. Ik begrijp dat sommige landen in Noord-Europa terughoudend zijn en zeggen: ‘Eerst meer begrotingsdiscipline, dán pas kunnen wij solidair zijn’. Maar zo vertraag je ook de oplossing. Want intussen heb je met beleggers te maken die niet weten of landen leningen straks terugbetalen, en die daardoor niet gretig zijn om nieuwe leningen aan deze landen te verstrekken. Bij de banken hebben we in 2008 die solidariteit wél meteen opgebracht. Dat heeft de boel gekalmeerd. Toen hebben we ook niet gezegd: ‘Eerst hervormen, dan redden we jullie’. We hebben het gelijktijdig gedaan. Waarom doen we dat dan nu met overheden niet? Ik vind het stuitend dat Europa er op papier beter aan toe is dan Amerika, maar dat beleggers nu liever geld in Amerika steken. Dit is wat er gebeurt, als je wilt wachten totdat bepaalde landen hun economieën op orde hebben.”

Dat is nadelig voor Nederland?

„Natuurlijk. Iedereen lijdt eronder. In deze geglobaliseerde wereld lijden zelfs de Amerikanen onder de eurocrisis, en de Chinezen. Het is een illusie dat je je daarvan kunt vrijwaren.”

Ook als beleggers geld steken in Amerika?

„Het economisch herstel van Amerika wordt erdoor vertraagd.”

Is dit een oorlog tussen de publieke sector en de financiële sector?

„Dat is geen beeldspraak waarin ik me herken. Als pensioenfondsen onzeker zijn over staatsobligaties uit zuidelijke landen, verkopen ze. Dat is pragmatisme: veiligstellen van belangen. Het heeft niets met wraak of oorlog te maken. In een crisis gebeurt dit. Financiële instellingen zijn geen anonieme, grote vijandige partijen. Wij hebben onze pensioenen daar, onze hypotheken. Dat is niet ‘ver weg’, het is geen andere wereld die ‘tegen’ ons is. Het is ook ónze wereld. Ze maken het ons soms moeilijk, maar wij maken het hen ook niet gemakkelijk.”

Caroline de Gruyter