Studeren tot je 30ste, dat was snel

Studeren in de jaren 60 en 70: sociale academie, daarna andragologie. Driedubbele kinderbijslag, een beurs. Wie nu vrijetijdsmanagement studeert, werkt erbij.

Nederland, Amsterdam, 14-12-11 Familie Veenhoven. © Foto Merlin Daleman

Geen bel. Tikken tegen het raam van het souterrain graag. De vensterbank ligt vol speelgoed, er rennen peuters en kleuters rond. Is dit een crèche? Nee hoor, Elvire Veenhoven (66) en Frank van Dorp (67) passen een paar dagen per week op de kleinkinderen. De Pijp, Amsterdam.

In hun jonge jaren moeten ze hippies zijn geweest, actievoerders. Frank van Dorp heeft zijn baard nog, maar die is nu wel wit. Elvire Veenhoven heeft een gehaakte shawl om haar schouders. „Hé, kikkerbillen”, roept ze naar Levi, Nilah en vriendje Billy als die de trap op lopen om boven te gaan spelen. „Niet zo bonken.”

Hun zoon Jonathan (24), de jongste van vier, is er ook. Als hij de kleurpotloden heeft opgeruimd en het kleintje van anderhalf uit de kerstboom heeft geplukt, en als Frank van Dorp ook naar boven is gegaan om de boel daar in de gaten te houden, kan het gesprek beginnen.

Studeren vroeger en studeren nu. Hoeveel er is veranderd. Of hoe weinig. Daar gaat het over.

Elvire: „Ik zat in 2 gym, de beste in Latijn, maar toen moest ik van mijn vader naar de mms.” Den Haag.

Jonathan: „Mms?”

Elvire: „Een soort havo voor meisjes. Heel leuk, hoor. Veel literatuur. Maar je kon er geen bal mee. Ja, bibliothecaresse of onderwijzeres of verpleegster.”

Mooi niet. Zij ging reizen, alleen, naar Canada en Amerika. En toen ze na twee jaar terug was, ging ze naar de sociale academie in Rotterdam, afdeling cultureel werk. „Groot geluk, want daar heb ik Frankie ontmoet.”

Dat was in 1965. De opleiding bestond nog maar net. De banen die je ermee kon krijgen – cultureel werker, opbouwwerker, vormingswerker – waren nieuw. Klassen van vijf, zes leerlingen. ‘Student’ heette je alleen als je naar de universiteit ging. „De universiteit was een bolwerk”, zegt Elvire. „Daar kwam je echt niet zomaar op.”

Maar ze ging er wel heen, na de sociale academie, samen met Frank. Zij wilde sociale psychologie doen, hij politicologie, maar het werd voor beiden andragologie in Amsterdam. Minder wiskunde en statistiek.

Elvire: „Daar waren we niet zo goed in.”

Jonathan: „Zit in de familie.”

Andragologie: hoe je van volwassen mensen mondige, autonome, humane en verantwoordelijke burgers kunt maken. In de jaren tachtig opgeheven, in de jaren zestig nieuw. „We begonnen net na de bezetting van het Maagdenhuis”, zegt Elvire. „De collegezalen zaten bomvol. We hebben zo’n lol gehad. Het was zo’n fantastische tijd.”

„Hoe lang heb jij eigenlijk gestudeerd?”, vraagt Jonathan.

„Van m’n vierentwintigste tot m’n dertigste”, zegt Elvire. „Dat was toen snel.”

Hun oudste dochter, Maaike, was inmiddels geboren. Tot hun 27ste hadden ze geleefd van de driedubbele kinderbijslag plus wat geld dat ze van familie kregen, bij elkaar 225 gulden per persoon per maand. Daarna kregen ze een beurs.

Elvire Veenhoven werd docent op een school voor jeugdwelzijnswerk, later opgegaan in de Hogeschool van Amsterdam, en dat is ze tot haar pensioen gebleven. Frank van Dorp was anderhalf jaar huisman – „ik kreeg het huisvrouwensyndroom”, zegt hij als hij even beneden komt – en werd toen docent bij de Sosa, Stichting Opleiding Sociale Arbeid.

Zuidoost-Azië, Zuid-Amerika, Zuidoost-Azië, Zuid-Amerika. Jonathan heeft na het vwo op het Montessori Lyceum, vier keer een half jaar in de horeca gewerkt en vier keer een half jaar gereisd, tot zijn ouders tegen hem zeiden dat ze zijn studie zouden betalen als hij voor zijn drieëntwintigste zou beginnen.

„We dachten: nu moeten we hem maar eens een schop geven”, zegt Elvire. „Ik snapte het wel, reizen is verslavend. Maar als je ermee door blijft gaan, val je uiteindelijk in een zwart gat.”

Jonathan: „Ik had geen idee wat ik wilde. Ik dacht elke keer: als ik weer thuis kom, weet ik het.” Uiteindelijk schreef hij zich vanuit Nicaragua in voor international business and management studies. „Dat ‘international’ sprak me aan. Maar die studie viel enorm tegen. Alleen het vak cross cultural analysis vond ik interessant.”

Nu doet hij vrijetijdsmanagement aan de Hogeschool van Amsterdam. „Lekkere topstudie”, zegt hij spottend. „Maar ik vind het leuk. Je leert er evenementen organiseren, maar je leert ook alles over e-business en city marketing en human resources management. Leisure studies zou een betere naam voor de opleiding zijn.” Hij heeft twee jaar in één jaar gedaan en nu loopt hij stage bij The Fabulous Shaker Boys. Die organiseren cocktails en bedrijfsfeesten.

Zijn ouders betalen zijn collegegeld, 1.713 euro per jaar, en zijn boeken. Hij krijgt studiefinanciering, 246 euro per maand, en voor de rest werkt hij, onder andere in het café van zijn oudste zusje, De Toog in de Nicolaas Beetsstraat. „Ik woon goedkoop”, zegt hij. „De huur is 400 euro per maand, inclusief gas en licht. Dan heb ik nog mijn ziektekostenverzekering en mijn telefoon. Verder geen vaste lasten.”

Elvire: „En als hij hier komt, voederen wij hem.”

Jonathan lacht en springt op, want het kleintje van anderhalf zit aan de knoppen van de cassetterecorder. De andere kinderen zijn weer naar beneden gekomen en Frank van Dorp heeft Nilah op schoot genomen. Ze ligt tegen zijn schouder aan en jammert zachtjes, zo moe is ze.

„Stil maar”, zegt Elvire. „Jullie gaan in bad en dan lekker eten.”

Na het gesprek laat ze de kamer zien waar haar kinderen vroeger sliepen. Twee keer twee bedden boven elkaar, gordijntjes voor een beetje privacy. Nu slapen de kleinkinderen er, als hun moeders tot laat moeten werken. De wand is van onder tot boven volgeplakt met gezinsfoto’s. „We hebben zo’n fijn leven”, zegt ze.

Dertigduizend gulden schuld hadden ze na hun studie, allebei. Tot hun veertigste hebben ze afbetaald. Rijk zijn ze nooit geworden. Sinds hun pensionering volgen ze samen colleges filosofie.

Jannetje Koelewijn

    • Jannetje Koelewijn