Spiritualiteit in een onttoverde wereld

En waar de sterre bleef stille staan. Regie: Gust Van den Berghe. Met: Paul Mertens, Jelle Palmaerts, Peter Janssens. In: 5 bioscopen. ****

Het was nogal een huzarenstukje. De Brusselse filmacademiestudent Gust van den Berghe (1985) wilde voor zijn eindexamenfilm het kerstverhaal En waar de sterre bleef stille staan (1924) van Felix Timmermans bewerken. Met acteurs van Theater Stap in de hoofdrollen van de Vlaamse zwervers/drie koningen die denken getuige te zijn van de geboorte van een Christuskind. Dat professionele Turnhoutse theatergezelschap bestaat uit mensen met een mentale beperking. Paul Mertens, Jelle Palmaerts en Peters Janssens hebben het syndroom van Down – en zijn geschoolde acteurs. Dat maakt de vraag over exploitatie, die eerder dit jaar klonk bij de De Wereld Draait Door-soap Downistie, niet aan de orde.

De hoofdrolspelers hebben, zoals Van den Berghe het omschrijft, een prachtige mix van aards naturel en engelachtigheid. Dat sluit aan bij de traditie van het volkstoneel. Het is simpel en archetypisch. Soms boertig, maar ook intens en relativerend. Dialogen zijn teruggebracht tot steekwoorden. Maar ze weten dat ze een rol spelen en zijn niet zomaar een simpele Harry met een gek hoedje. Toch kostte het Van den Berghe moeite om zijn docenten te overtuigen. De wraak was dan ook zoet toen hij vorig jaar met zijn film in Cannes werd uitgenodigd, waar hij dit jaar met Blue Bird terugkeerde.

Het grotendeels in grofkorrelig zwart-wit gedraaide En waar de sterre bleef stille staan is een indrukwekkende film. Groots gefotografeerd, ontroerend gespeeld en meestal ook heel absurdistisch en geestig. Onbetaalbaar zijn de shots van de drie koningen op ellenlange schommels tussen bomen in het niets of bootjes die met manshoge crucifixen in de branding dobberen. Van den Berghe betoont zich schatplichtig aan de Vlaamse schilderkunst van Bruegel tot Ensor; filmische verwantschappen zijn te ontdekken met de ‘cinema brut’ van Pasolini tot onlangs de Catalaanse filmmaker Albert Serra, die met El cant dels ocells (2008) ook een herinterpretatie van het Driekoningenverhaal maakte. Beide zoeken de betekenis van geloof en spiritualiteit in onttoverde tijden.