S&P verlaagt kredietwaardigheid Hongarije naar junkstatus

De Hongaarse premier Orban vorige week op een persconferentie in Boedapest. Foto AFP / Attila Kisbenedek

Kredietbeoordelaar Standard & Poor’s heeft de kredietstatus van Hongarije verlaagd naar de junkstatus. In een toelichting zegt S&P dat de belangrijkste reden voor de afwaardering de “onzekere politieke situatie” in het land is.

In de vanavond uitgegeven verklaring zegt S&P weinig vertrouwen te hebben in de conservatieve regering van premier Orban. De regering heeft volgens de kredietbeoordelaar de laatste tijd maatregelen genomen die vragen oproepen over “de onafhankelijkheid van regelgevende instellingen” zoals de centrale bank. Ook zou het beleid van de regering Hongarije minder aantrekkelijk maken voor investeerders.

S&P en andere kredietbeoordelaars als Fitch en Moody’s hebben al langere tijd twijfels over de kredietwaardigheid van Hongarije. In november vroeg de regering van de conservatieve premier Orban het Internationaal Monetair Fonds al om financiële steun. Het land kampt op dit moment niet met een heel hoog begrotingstekort, maar de financiële markten twijfelen ernstig aan de gezondheid en het toekomstperspectief van de Hongaarse economie. Hongarije heeft een torenhoge staatsschuld en de verwachtingen aangaande de economische groei zijn zeer slecht.

Eind vorige maand, toen Moody’s de kredietwaardigheid van Hongarije verlaagde, noemde het land dat een “financiële aanval” op de Hongaarse munteenheid. Hongarije trok verder begin deze maand de aandacht toen het land samen met Groot-Brittannië weigerde om nieuwe EU-regels over begrotingsdiscipline te accepteren. Later zei de regering weer dat Hongarije mogelijk toch kan instemmen met het verdrag.

    • Pim van den Dool