Opgewekt marcheren met een lege maag

Het leven van de Noord-Koreanen wordt naast ideologische indoctrinatie beheerst door de vraag hoe ze elke weer aan voldoende eten komen.

Het leven in de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang, die hoofdzakelijk bestaat uit gelijkvormige blokkendozen, is naar de maatstaven van de meeste burgers elders ter wereld uitermate deprimerend.

Of hij wil of niet, de inwoner van de stad zal ’s ochtends worden gewekt door naargeestige sirenes. Bovendien staat in de meeste appartementen permanent de staatsradio aan, die niet kan worden uitgeschakeld, hooguit ingesteld op een wat lager volume.

De meeste inwoners moeten zich bovendien naast hun werk, dat dikwijls wordt gevolgd door ideologische sessies om hen te behoeden voor afwijkende ideeën, bekommeren om extra inkomsten. Een gezin heeft al gauw 100.000 won – de lokale munt – per maand nodig, maar het inkomen van een gemiddelde ambtenaar bedraagt slechts 3000 tot 4.000 won.

De overheid verleende weliswaar lange tijd steun via een distributiesysteem maar deze hulp is sinds 2009 gestaakt. Velen verbouwen zelf groente of fruit om aan voldoende voedsel te komen. Rijst geldt als een luxe en hetzelfde geldt voor vlees.

Volgens de Britse Noord-Korea-deskundige Glyn Ford, een voormalige Europarlementariër, is er de laatste jaren op de Tong-il markt een rijk aanbod aan Chinese consumptiegoederen gekomen. Ook is er een kleine elite die toegang heeft tot Westerse luxeartikelen.

Kinderen krijgen op school eveneens lessen over het gedachtegoed van de gestorven ‘Dierbare Leider’ Kim Jong-il en zijn vader Kim Il-sung, de juche-filosofie waarbij de idee dat Noord-Korea zelfvoorzienend moet zijn centraal staat. Ook leren ze marcheren, een bezigheid die in het sterk gemilitariseerde land veel aanzien geniet.

Studenten hebben nog nooit van Nelson Mandela gehoord maar door een BBC-journalist onlangs gevraagd welke leiders ze – naast de eigen ‘Dierbare Leider’ – bewonderden, antwoordden ze prompt: „Stalin en Mao Zedong”. Studenten en andere academici kunnen niet direct met vakgenoten communiceren. De autoriteiten controleren nauwgezet wat ze mogen zien en wat niet.

Kinderen en hun ouders hebben maar beperkte greep op wat ze studeren en wat voor werk ze later willen doen. De staat heeft daarbij een flinke vinger in de pap. „Maar je kunt er wel invloed op uitoefenen via connecties”, zegt de Leidse hoogleraar Koreastudies Remco Breuker.

’s Avonds kan er televisie worden gekeken. Daarop is echter slechts de staatszender te ontvangen die zijn kijkers avond na avond programma’s voorzet over de onvermijdelijke Kim Il-sung en zijn zoon Kim Jong-il, het leger, modelboerderijen, modeldorpen en meer van zulke opwekkende thema’s. Maar er is ook wat buitenlands nieuws te zien, waaronder het afbreken van de zendmast in Drenthe afgelopen zomer.

Internet is er niet. Maar een groeiend aantal Noord-Koreanen heeft de laatste jaren kunnen kijken naar binnengesmokkelde DVD’s en USB-sticks met Zuid-Koreaanse televisiesoaps. Alle indoctrinatie en een streng verbod ten spijt is daarvoor wel degelijk belangstelling. Zozeer dat de regering verscherpte controles uitvoert op het bezit hiervan.

Iedereen gaat vroeg naar bed en rond 11.00 uur is alles pikdonker in de stad, afgezien van de lampen van incidenteel passerende auto’s op straat en enkele verlichte portretten van de stichter van het communistische Noord-Korea, Kim Il-sung en de 'eeuwige vlam' op de Juche-toren.

De circa twee miljoen inwoners van de hoofdstad Pyongyang leiden echter nog een geprivilegieerd bestaan vergeleken met de rest van de bevolking. Er is meer vertier, onder meer circusvoorstellingen en opera-uitvoeringen, en de voorzieningen zijn er beter.

Op het platteland zijn honger en ondervoeding nog altijd wijd verbreid. Buitenlandse hulpverleners toonden zich daar afgelopen zomer geschokt door de grote aantallen ondervoede jonge kinderen die ze er tegenkwamen. Moeders fietsten soms 70 kilometer met sterk verzwakte, zieke baby’s naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis in de plaats Haeju, want de lokale ambulance was allang kapot. Volgens het Wereldvoedselprogramma hadden op dat moment zeker zes miljoen Noord-Koreanen – ruim een kwart van de bevolking - dringend voedselhulp nodig.

Veel kinderen zijn ernstig achtergebleven in hun groei. Niet voor niets ook heeft het leger de minimumlengte al jaren geleden verlaagd, omdat het anders onvoldoende rekruten kon vinden.

Sommige hongerige kinderen en jongeren zwerven gekleed in vodden rond op zoek naar voedsel, zoals vorig jaar bleek uit naar het buitenland gesmokkelde videofilmpjes. In de jaren ’90 was de voedselnood nog nijpender, toen er honderdduizenden, volgens sommige schattingen meer dan een miljoen mensen stierven.

De permanente worsteling om aan eten te komen, is fraai beschreven in een artikel in het blad The New Yorker door de Amerikaanse journaliste Barbara Demick, die een naar Zuid-Korea gevluchte oudere vrouw haar levensverhaal liet doen. Steeds verder slonken de rantsoenen in de jaren ’90 tot Song Hee-suk en haar man zich genoopt zagen hun tweekamerappartement in een noordelijke provincieplaats aan een ander over te doen: ze hadden al hun meubilair moeten verkopen om aan eten te komen. Alleen de portretten van de leiders hingen nog aan de muur.

In die tijd at mevrouw Song in een heel jaar slechts één keer vlees: een kikker. Die smaakte prima maar een herhaling zat er niet in. Omdat alle Noord-Koreanen bij gebrek aan beter hierop tuk waren, liep de kikkerstand in het land in hoog tempo terug. Haar echtgenoot bezweek ten slotte aan uitputting en honger. Mevrouw Song hield zich vervolgens in leven door koekjes te bakken en die te verkopen aan voorbijgangers.

Het interessante is dat mevrouw Song, die in 2002 naar Zuid-Korea uitweek in het voetspoor van haar dochter, aanvankelijk het Noord-Koreaanse regime weinig kwalijk nam. Ze dacht dat ze zelf te kort was geschoten en ze bleef denken dat Noord-Korea het beste land ter wereld was. Pas later kwam ze tot de conclusie dat Kim Jong-il de bevolking op een erbarmelijke manier had behandeld en voorgelogen.

Hoe houdt de gemiddelde Noord-Koreaan het uit in zo’n land, vragen veel buitenstaanders zich verbaasd af. Het antwoord is dat er toch meer flexibiliteit in het Noord-Koreaanse systeem zit dan velen denken. Via corruptie en connecties kan er veel worden geregeld. Uit onderzoek van Transparency International kwam Noord-Korea dit jaar – samen met Somalië – naar voren als het meest corrupte land ter wereld.

Zelfs de machthebbers in Noord-Korea beseffen dat ze niet iedereen voor alles kunnen oppakken en naar strafkampen zenden. Veel inwoners maken daarvan gebruik om een loopje met het systeem te nemen.

    • Floris van Straaten