Ook voor betegelde tuintjes

Onder hoofd televisie Frank Wiering veranderde de VPRO. „Wij gingen voor het eerst nadenken over de kijker.” Zijn vertrek, per 1 januari, markeert het einde van een tijdperk.

„Voor het programma Nederland van boven vlogen we met een socioloog in een helikopter over een woonwijk,” vertelt Frank Wiering, scheidend hoofd televisie van de VPRO. „De socioloog wees naar de aarde: ‘Zie je die betegelde, onderhoudsarme tuinen? Dat zijn de PVV’ers. En zie je die rommelige tuinen? Dat zijn de VPRO’ers’.”

Frank Wiering vertrekt op 31 december als hoofdredacteur televisie bij de VPRO, een functie die hij vijf jaar lang bekleedde, de laatste vier samen met Karen de Bok. Wiering, die de omroep bijna veertig jaar dient, gaat niet helemaal weg, hij wordt eindredacteur van Tegenlicht. Toch markeert zijn vertrek het einde van een tijdperk. Hilversum is veranderd en gaat nog meer veranderen. Door de grote bezuiniging op de publieke omroep oplopend tot 200 miljoen euro, een kwart van het jaarbudget, en door de gedwongen fusiegolf. Daar blijft de VPRO weliswaar buiten, maar die brengt de kleine zelfstandige wel in het gedrang.

Onder Wiering en De Bok steeg het aantal programma’s van de VPRO met 35 procent. Zij stonden aan de wieg van programma’s als Beagle, in het spoor van Darwin, Nederland van boven en de reisprogramma’s van Adriaan van Dis, Jelle Brandt Corstius en Redmond O’Hanlon; dure producties waarmee de VPRO eer inlegt, maar die in de toekomst wellicht niet meer mogelijk zijn.

De VPRO heeft zich opgewerkt uit een donkere tijd. Dieptepunt was ‘Zijn of azijn’ uit 2005; Bram van Splunteren over zijn eigen midlifecrisis, die ook stond voor de midlifecrisis van de omroep. Wat was er mis met de VPRO ?

„Ik vond die films van Bram juist wel goed. Maar de wortels van onze midlifecrisis liggen in de jaren tachtig, toen de VPRO uit zijn Hilversumse villa groeide, met 500.000 leden. De verschillende programma’s kregen hun eigen villaatjes, waardoor iedereen voor zichzelf ging werken, de eenheid was weg.”

De omroep maakte een naar binnen gerichte indruk.

„In die tijd vonden we: bij een goed idee hoort geen kijkcijfer. Vaak werden programma’s gemaakt vanuit de blik van de makers. De kijker werd vanuit de hoogte benaderd: ‘Vooruit, u mag hier naar kijken’. De programmamaker ging met een idee op pad, maar zag onderweg iets anders moois waardoor hij met heel andere beelden thuiskwam dan waarvoor hij de deur uit was gegaan.”

Met de komst van het programmeermodel in 2006 werd de VPRO bijna weggevaagd. Zendtijd was geen vanzelfsprekendheid meer. De publieke omroep maakte een schema met tijdslots, blokjes zendtijd per zender, en bepaalde wat voor soort programma’s in die slots moesten komen. De omroepen konden erop intekenen. Degene met het beste idee kreeg de zendtijd en het bijbehorende geld.

De ideeën van de VPRO werden bijna allemaal afgewezen. Hoe kwam dat?

„De netmanagers zeiden: ‘Die programma’s van jullie, daar zitten we helemaal niet op te wachten. We bellen een paar productiemaatschappijen, die gaan voor jullie programma’s ontwikkelen die jullie mogen uitzenden’.

„Ik was beledigd tot in de puntjes van mijn tenen. Alsof we zelf geen televisie konden maken.”

En hoe kwam de VPRO daaruit?

„Toen we terugkwamen, hebben we tegen de medewerkers gezegd: ‘Er moet een nieuwe VPRO komen. De vrijblijvendheid is voorbij. Niemand maakt voortaan meer iets louter voor zichzelf. Iedereen gaat nu binnen 24 uur met een enorme lijst ideeën komen’. Wij gingen voor het eerst nadenken over de kijker. Wie is hij en wat wil hij zien?”

En wie is hij?

„Wij noemen hem en haar de creatieve klasse. Ze lezen de Volkskrant en NRC Handelsblad, ze zijn wat hoger opgeleid, hebben wat meer geld en hebben een bepaald soort humor.”

En rommelige tuinen. Mogen mensen die geen rommelige tuin hebben ook naar de VPRO kijken?

„Het liefst wil ik dat iedereen onze programma’s ontdekt. Jiskefet was eerst alleen voor VPRO’ers. Maar vanaf de Lullo’s gingen de Telegraaflezers ook meekijken en stegen de kijkcijfers sterk. Je ziet nu hetzelfde gebeuren met Toren C.”

De VPRO herpakte zich. In het tijdperk Wiering en De Bok, waarin omroepen met een duidelijk profiel in het voordeel zijn, krijgt de VPRO veel van zijn programma’s op de zender. Vooral informatieve zender Nederland 2 bevat veel VPRO. En op familiezender Nederland 1 manifesteert de omroep zich vanaf 2 januari met Beatrix, Oranje onder vuur.

Wat was het omslagpunt?

„In Europa, het reisprogramma uit 2007 over de Europese geschiedenis met Geert Mak. Dat heeft eindredacteur Roel van Broekhoven strak geformatteerd, met iedere keer een uitleg voor de kijker. En de strenge opdracht: wat je ook filmt, het moet samenhangen met waar de aflevering over gaat.”

Hoe reageren de netmanagers nu als jullie langskomen?

„Ze komen handenwrijvend uit hun kamers en hebben de koffie al klaar staan.”

Hoe verklaart u dat?

„Een nadeel van de VPRO is dat we geen vaste programma’s hebben. Dat is slecht voor onze herkenbaarheid. Maar het grote voordeel is dat het ons zeer wendbaar maakt. We zijn een geoliede machine die razendsnel korte reeksen ontwikkelt. Die werkwijze sluit goed aan bij het vakkenvullen van de netmanagers.”

Hoe ziet u de toekomst van de VPRO?

„We krijgen zware jaren. Ons minimum jaarbudget van 50 miljoen gaat terug naar 37 miljoen: hetzelfde niveau als vijf jaar geleden. Maar er is nog nooit een crisis geweest waar we niet beter uit zijn gekomen.”

Hoe?

„De minister heeft gezegd dat in de volgende erkenningsperiode, 2015 tot 2020, het aantal leden weer bepalend wordt voor de zendtijd die je krijgt. Vanaf september 2015 zitten wij gebakken. De fusieomroepen krimpen. Terwijl EO en VPRO stabiel blijven. We zitten nu op 350.000 leden. Dat kan met een beetje werven groeien tot 400.000, 500.000. Als die andere omroepen snel genoeg zakken, hoeven we niet eens te werven.”

Maar dure producties als drama, reisprogramma’s, buitenlandrubrieken zullen onbetaalbaar worden.

„We zijn handig geworden met geld van buiten binnenhalen. Nederland van boven kostte 1,2 miljoen euro voor tien afleveringen, waarvan 400.000 van buiten kwam. Al die computeranimaties en helikopterbeelden van de infrastructuur zijn interessant voor het bedrijfsleven; het Kadaster, de geo-industrie.”

Vroeger kwam het doemdenken van links, van de VPRO. Nu komt het doemdenken van rechts en maakt de VPRO een lofzang op ons land.

„Zo is het niet opgezet, maar inderdaad, Nederland van Boven wordt ook bekeken door de Telegraaflezers. Het maakt je weer trots op Nederland, zeggen ze. Maar dat is geen omslag van de VPRO. Bij Het gat van Nederland in 1972 waren we ook al bezig met het herontdekken van Nederland. Ik kan me zo’n lange herfstrijder door ’s-Graveland herinneren. Puur om de schoonheid van het landschap te tonen. Wij wapperden in Het Gat ook altijd met de driekleur.”

Bent u een onverbeterlijke optimist?

„Dat verwijt mijn vrouw me ook altijd. In verandering zie ik altijd kansen. Zoals schilder Anton Heyboer zei: ‘Als je uitgaat van het licht, is alles kut. Als je uitgaat van het zwart, valt alles mee’.”