Nu moet hij heel blijven

Van der Biezen (24) heeft in zijn loopbaan heel veel last van blessures.

De BMX-banen worden steeds moeilijker en daarmee is het risico toegenomen.

22-08-08, Beijing, China. Halve finale BMX, Raymon van der Biezen, links. Foto Bas Czerwinski

De fysieke pijn is intussen afgenomen, de mentale pijn woekert voort. BMX’er Raymon van der Biezen wordt een beetje moedeloos van al het leed dat hem in het pre-olympische jaar heeft getroffen.

Zodra hij is hersteld van de gecompliceerde polsbreuk hoopt hij genoeg tijd te hebben om zich in vorm te fietsen voor ‘Londen 2012’. Want zijn olympische debuut in Peking inspireerde hem voor een herhaling.

Van der Biezen was op de Spelen van 2008 een rookie van het brutale soort. De Brabander die net kwam kijken bij de senioren reed als een duivel in de stoere, pas olympische sport. Lak aan de gevestigde orde, op weg naar een medaille.

Tot het noodlot toesloeg en Van der Biezen in de halve finale ruw onderuit ging. Weg medaillekansen. Wat restte was een wreed verstoorde illusie. „Maar ik heb op de Spelen wel mijn beste wedstrijd ooit gereden. Ik ben nog nooit zo in vorm geweest”, vertelt hij.

Op Papendal, waar de nationale selectie BMX’ers op een kopie van de olympische baan vrijwel dagelijks traint, kijkt Van der Biezen hoe zijn ploeggenoten op kleine fietsjes zich van de negen meter hoge startbaan als bungeejumpers naar beneden storten, om dan in vliegende vaart al golvend over een bochtig parcours met 25 bulten te scheuren.

Adembenemend. En verslavend, zegt Van der Biezen, terwijl hij zijn gegipste arm ondersteunt. Hij moet voor de zoveelste keer dit jaar toekijken. En dat zint hem allerminst.

Hoe schat je je kansen op deelname aan de Spelen in Londen volgende zomer?

„Ik heb dankzij een tweede plaats bij een wereldbekerwedstrijd al een halve nominatie. Dat geeft vertrouwen. Maar die pols baart me zorgen. Hij was op zes plaatsen gebroken. Met tien schroeven en een metalen plaat is de breuk gerepareerd. De artsen durven geen hersteltermijn te noemen, ik houd rekening met zo’n drie maanden.

„Gelukkig is de pijn afgenomen, de eerste weken waren een hel. Ik zit veel op de hometrainer om fit te blijven, zodat ik straks zonder veel achterstand bij de trainingen kan aanhaken. Maar de concurrentie is groot. We krijgen nog vier wedstrijden waarin we ons kunnen kwalificeren voor de Spelen. Spannend.”

Hoe verklaar je de vele blessures?

„Buiten het feit dat BMX een risicosport is, begon ik dit seizoen met een zware knieblessure, waardoor de voorbereiding problematisch verliep. Bij een wedstrijd op Papendal in mei brak mijn stuur. Kaak gebroken, zware hersenschudding. Het kwam goed, ik behaal een halve nominatie, waarna ik eind oktober bij de EK in Genève werd gevloerd door een vallende teamgenoot en mijn pols brak. Het was deels botte pech.”

Of wordt BMX steeds gevaarlijker?

„Daar lijkt het wel op. Een crash heeft meestal ernstige gevolgen. Voorheen kwam je er meestal vanaf met een kneuzing of hersenschudding en zat je redelijk snel weer op de fiets. Nu niet. Wellicht door de hogere snelheden. De banen worden technisch zo moeilijk gemaakt dat het al lastig is in je eentje rond te komen, laat staan met acht man tegelijk. Het risico is enorm toegenomen.”

Is een baan niet aan regels gebonden?

„Nee. De sprongen worden steeds hoger. En het aantal bulten vermeerdert. Vroeger lagen er drie bulten, nu zeker 25. En elke bult is anders.”

Is er te veel spektakeldrang?

„Dat gaat me wat ver. Maar de sport evolueert nog steeds. Er wordt ook gewerkt aan reglementen. Goed, want de limiet is intussen bereikt. Vaak werden bulten op toernooien getest. Organisatoren waren zo eerlijk om fouten toe te geven, maar het zou veiliger zijn buiten wedstrijdverband te testen. Na het testtoernooi in Londen is de olympische baan aangepast. Zo hoort het. Wij zijn geen robots.”

Maar zachtzinnig is het niet.

„Nee, er wordt regelmatig een elleboog of schouder gebruikt. Ik was een nette rijder, maar je moet af en toe een beuk uitdelen. Dat mag. Zolang je elkaar niet van de fiets slaat, mag er veel. Langs de baan staan juryleden die de grens bepalen.”

Vind je dat geduw en getrek oké?

„We zijn zo opgegroeid. Zo zit onze sport in elkaar. Het wordt geaccepteerd als je een duw krijgt. Als je goed de verdedigende lijn fietst, is er weinig aan de hand. Je moet slim zijn. Over het algemeen is het vol gas starten, als eerste bij de eerste bocht zijn en dan een foutloos rondje fietsen.”

Is de (olympische) status veranderd?

„Dat mag je wel zeggen. In Nederland draaien we met de nationale selectie een fulltime programma. En er ontstaat acceptatie van onze sport. Mensen begrijpen beter dat BMX meer is dan wat rondjes fietsen.”

En zijn jullie al verlost van het imagoprobleem – wat doet een volwassen mens op zo’n fietsje?

„Dat stadium zijn we voorbij. Ik hoor zelden opmerkingen in die trant. Zou ook gek zijn, want we bedrijven topsport, we zijn fulltime bezig.”

Wat zijn je ambities?

„Ik wil in Londen een medaille winnen. Zo lang het lichaam niet protesteert en ik het mentaal kan opbrengen om fulltime te trainen ga ik door.”

BMX’er Robert de Wilde verdient zijn geld als prof in de VS. Iets voor jou?

„Die kans is klein. Robert heeft zes jaar geleden de stap gemaakt. Toen was de sport er groter dan in Europa. Dat is nu gelijkgetrokken, ook financieel. Alleen met een lucratief contract is het de overweging waard.”

    • Henk Stouwdam