Meer inzicht in keuzes over Europa

Europese regeringsleiders leveren van top naar top net genoeg om door te struikelen, maar te weinig om te lopen, laat staan met stevige stap de toekomst tegemoet te treden. De economische verwijdering tussen noord en zuid is hier deels debet aan. Maar een belangrijkere oorzaak voor de onmacht is de vertrouwenscrisis op nationaal vlak tussen bevolking en bestuur. Regeringen nemen niet de ruimte om te doen wat nodig is, omdat zij – niet zonder reden – vrezen dat die ruimte hun niet meer gegund wordt. In nagenoeg alle lidstaten ontbreekt bij de bevolking het vertrouwen dat de oplossing gevonden kan worden samen met landen wier belangen als tegengesteld worden ervaren. Bouwen aan dat vertrouwen zou een topprioriteit moeten zijn, ook in Nederland.

In tijden van crisis is protectionisme een natuurlijke reflex, zeker wanneer in brede lagen van de bevolking het vooruitgangsgeloof heeft plaatsgemaakt voor neergangsvrees. Tachtig jaar geleden leidde dat tot destructief handelsprotectionisme, nu lijkt het een vorm van bestuursprotectionisme op te leveren. Want er is bijna geen Europese regeringsleider te vinden die open en eerlijk zegt dat het oplossen van de vertrouwenscrisis juist vraagt om het openen van de grenzen voor meer bovennationaal bestuur. Die boodschap blijft onuitgesproken, want ze gaat in tegen de intuïtie van de kiezers. Dat zwijgen is vragen om problemen. Als je niet eens probeert mensen te overtuigen, geloven ze je zeker niet. Er is dringend behoefte aan grondige discussie over de koers van Nederland in Europa. Anders dobberen we stuurloos op de woeste baren van de crisis.

Het is zeker niet zo dat deze analyse maar tot één uitkomst kan leiden. Verdergaande Europese economische integratie, met een politiek bestuur op passende schaal, lijkt mij de voorkeursoptie. Dat heeft wel gevolgen, voor de werking van onze democratie, voor de positie van onze instituties, voor het sociale contract waar de samenleving op is gebaseerd. Maar alternatieven zijn er ook. Europese landen kunnen ervoor kiezen alleen of in kleinere groepen de toekomst tegemoet te treden. En dat heeft ook gevolgen, die vermoedelijk niet minder verregaand zijn voor onze economische en maatschappelijke ordening. Soms worden ons landen als Noorwegen en Zwitserland als voorbeeld voorgehouden van hoe gelukkig en welvarend je kan zijn, ook zonder de EU. Nederland kan ervoor kiezen dezelfde weg op te gaan, zijn economie daaraan aan te passen en, net als de genoemde landen, de besluiten uit de EU of van elders gewoon over te nemen, zonder er invloed op te kunnen hebben. Het is een volstrekt legitieme beslissing, als deze bewust en met voldoende inzicht in de consequenties en op democratische wijze wordt genomen.

En daar wringt de schoen. Afwegingen over strategische keuzen, zeker in het buitenlands beleid, zijn doorgaans nogal paternalistisch tot stand gekomen. Op basis van het vertrouwen bij de bevolking dat diegenen die de keuzen maakten, wisten wat zij deden en handelden in het Nederlands belang. Dit impliciete vertrouwen was onderdeel van het sociale contract tussen bevolking en politiek, een contract dat inmiddels is verlopen. Dus nu moet de politiek eerst aantonen dat iets in het Nederlands belang is, voordat het vertrouwen ook wordt geschonken. Dat maakt de uitdaging waar wij voor staan extra boeiend. De maatregelen waartoe Europese regeringsleiders nu worden gedwongen, zijn gericht op het voorkomen dat we een diepe recessie in schieten, maar vormen ook de aanzet voor strategische keuzen die de toekomst van ons land en ons continent zullen vormgeven. Maar breed inzicht in die keuzen is er niet, noch in de mogelijke alternatieven en welke gevolgen eraan kleven. Zo komt er nooit vertrouwen.

De regering zou een breed geschakeerde ‘Staatscommissie Nederland en Europa’ moeten instellen, die helder in kaart brengt voor welke vragen wij staan, welke opties wij hebben en wat de gevolgen zijn bij een keuze voor deze of gene optie. Als de regering die vragen liever ontloopt, kan de Kamer ook een speciale themacommissie instellen. Misschien komt zo iets tot stand wat leidt tot een volwassen discussie in de samenleving en wat ons in staat stelt bezonnen te handelen, de eurofilie en euroscepcis voorbij.

Frans Timmermans is Kamerlid voor de PvdA. Hij schrijft de wisselcolumn beurtelings met Ad Koppejan (CDA) en Elbert Dijkgraaf (SGP).

    • Frans Timmermans