Intiem portret van kleine pianist met groot libido

scene uit de film Michel Petrucanni (2011) FOTO: Lumiere Juin 1995 : Séance d'enregistrement disque " FLAMINGO " AU STUDIO DAVOUT À PARIS, AVEC STÉPHANE GRAPELLI -photo Jean Ber

Michel Petrucciani. Regie: Michael Radford. In: LantarenVenster, Rotterdam. ***

Door een zeldzame erfelijke aandoening had de Franse jazzpianist Michel Petrucciani (1962-1999) een lengte van 1 meter en 2 centimeter en zeer broze botten. Vrienden en kennissen moesten hem als een baby ronddragen. Iemand vertelt glimlachend dat hij het liefst door rondborstige vrouwen werd vervoerd. Maar als je hem op een pianokruk zette, speelde hij de sterren van de hemel. Hij was een wonderkind dat al heel jong Duke Ellington kon meespelen. Zijn vader was jazzfanaat, zijn moeder hield van klassiek. Vader won: Michel koos jazz. Op zijn dertiende hield hij zijn eerste concert.

De aan Petrucciani gewijde documentaire zit vol anekdotes die worden opgedist door muzikanten met wie hij speelde, ex-vrouwen en familieleden, onder wie zijn vader en zijn zoon, die lijdt aan dezelfde aandoening. Het gaat meer over zijn wervelende leven dan zijn muziek. Spelen zien we hem op het archiefmateriaal waarmee de Britse regisseur Michael Radford (Il postino) zijn film lardeert: daar vertelt Petrucciani met heliumstemmetje wilde verhalen – volgens velen was hij een fabulant. Zijn handicap weerhield hem niet met volle teugen van het leven te genieten. Petrucciani dompelde zich onder in het jazzleven en als hij weer naar een andere wereldstad verhuisde, verruilde hij ook vriendin. Vier door de kleine pianist met het grote libido verlaten vrouwen lijken daar in deze film niet al te bitter over.

Pas na een uur horen we een paar muzikanten vertellen waarom Petrucciani zo’n bijzondere jazzpianist was, met een volstrekt eigen geluid. Hij had een eigen „touch, feeling, dynamic and energy”, met een krachtige linkerhand waarmee hij het ritme hamerde en een rechterhand die onvermoeibaar de mooiste melodieën kon spelen. Vergeleken met de rest van zijn lichaam waren zijn handen vrij normaal geproportioneerd, met breekbare, maar ook lichte botten die in een adembenemend tempo over de toetsen vlogen.

Radfords documentaire is door de aandacht voor Petrucciani’s privéleven wat uit balans, kwalijker is dat hij in beeld niet duidelijk maakt wie hij interviewt: de namen staan pas op de aftiteling.

André Waardenburg