Hunter S. Thompson voordat hij een gedrogeerde clown werd

scene uit de film The Rum Diary (2010) FOTO: eOne Entertainment

The Rum Diary. Regie: Bruce Robinson. Met: Johnny Depp, Aaron Eckhart, Michael Rispoli, Amber Heard. In: 28 bioscopen. ***

Hunter S. Thompson schreef zoals hij praatte: in horten en stoten mompelend, met Tourette-achtige uithalen. Johnny Depp speelde hem zo in Terry Gilliams vrolijk chaotische verfilming van Fear and Loathing in Las Vegas (1998). Zelf dertien jaar ouder, speelt Depp ‘The Duke’ nu dertien jaar jonger, met veel minder tics en maniertjes. Dat lukt: een mirakel van botoxtechnologie.

Johnny Depp was een vriend en fan van Hunter S. Thompson, die in 2006 zelfmoord pleegde na een leven van excessief drugs- en drankgebruik. Hij is uitvinder van ‘Gonzo journalism’, een hoogstpersoonlijke mix van feit en fantasie die eerder satire dan journalistiek is. De hoofdrolspeler van Fear and Loathing in Las Vegas, stilistisch het invloedrijkste boek van de jaren zeventig, is niet zozeer Hunter S. Thompson, als wel diens uitvergroting Raoul Duke, een journalist die zich met zijn (fictieve) Samoaanse advocaat en een assortiment drugs („uppers and downers, laughers and screamers”) in een hotelkamer in Las Vegas terugtrekt in plaats van braaf reportages te schrijven. Een proeve van paranoïde schizofrenie die als aanklacht tegen de desillusie, de wanhoop en het cynisme van het tijdperk-Nixon geldt.

Na het verbluffende succes van Fear and Loathing volgde nog een hilarisch verslag van de presidentscampagne 1972 en een verhalenbundel, The Great Shark Hunt. Toen hield het op: slechts zelden druppelde er nog een flard tekst uit het mistige brein van Hunter S. Thompson. Hij leed enigszins onder het succes van ‘The Duke’. Toen de BBC hem in 1978 naar Las Vegas reed in de hoop hem klapwiekend op The Strip te filmen, legde Thompson de vinger op de zere plek. Raoul, ‘The Duke’, een literaire creatie om uitzinnige gedachten te formuleren, had Hunter S. Thompson overvleugeld. „Het zou beter zijn als ik stierf”, zei hij. „Dan kunnen ze de mythe nemen en daarover films maken.”

Aldus geschiedde: ‘The Duke’ werd zelfs een stripfiguur in Doonesbury . Bill Murray speelde hem als relaxte dronkelap in Where the Buffalo Roam (1980), Johnny Depp als dandytoerist in verwarde paniek, met korte broek, strandpet, zonnebril en sigarettenkoker. En eigenlijk hing ook Thompson zelf de rest van zijn leven ‘The Duke’ uit in zijn chalet te Aspen, tot vermaak van fans uit Hollywood die kwamen logeren.

In The Rum Diary doet Depp een oprechte poging de jongeman te tonen voordat hij die gedrogeerde clown werd. Ooit vond Depp op bezoek in Aspen het manuscript van de roman en haalde hij Thompson over het alsnog te publiceren – begin jaren zestig wezen alle uitgevers het semiautobiografische The Rum Diary namelijk af. Thompson, die als 22-jarige sportjournalist even in San Juan, Puerto Rico, woonde, schrijft over een journalist die rum drinkt met baldadige vrienden en afgeeft op projectontwikkelaars en Amerikaans toeristen („De grote witte vleesberg, het gevaarlijkste wezen op aarde”). Inboorlingen zijn een broeierig en rancuneus decor. Een literaire jeugdzonde: Thompsons proza is stijlvol, maar mist de hyperbolen en maniakale uitwijdingen die in zijn latere werk zo knap verhullen dat er eigenlijk niets gebeurt. Thompsons werk is plotarm: hij blies liever de realiteit uit proportie.

Plotloosheid is ook het hoofdprobleem in de verfilming door veteraan Bruce Robinson. The Rum Diary draait om Thompsons alter ego Paul Kemp (Depp), journalist bij de Engelstalige krant The San Juan Star. Hij beleeft dronken avontuurtjes, slikt zijn eerste lsd – ingenieus gefilmd, met weinig visueel stuntwerk – en twijfelt of hij zich door de gladde Sanderson (Aaron Eckhart) laat verleiden tot pr-werk. Kiest Thompson/Kemp voor strandbungalow, zeiljacht en rode Corvette of voor eerlijkheid en de gewone man?

Hunter S. Thompson zo tot een linkse liberal maken, „voordat hij zijn stem vond” en „opkwam tegen het onrecht” is een laffe Hollywoodreflex. In werkelijkheid was The Duke een rioolromanticus, wars van kleinburgerlijke banaliteit. Een asociale eenling, arrogant op nietzscheaanse manier en verzot op vuurwapens - een Republikeinse libertair.

Het maakt The Rum Diary niet tot een waardeloze film. Robinson zet bekwaam een in rum gedrenkte retrosfeer neer en creëert leuke scènes en personages, zoals de geschifte journalist Moberg (Giovanni Ribisi). Na een uur besef je alleen dat het nergens heengaat.

    • Coen van Zwol