Huisartsen krijgen stank voor dank

Dit kabinet praat over ‘loon naar werken’, maar straft hardwerkende huisartsen af.

Als het aan minister Schippers ligt, wordt de zorg slechter en per saldo duurder.

Ik ben een jonge huisarts. Bijna een jaar geleden ben ik toegetreden tot een vennootschap van vijf huisartsen in de wijk Hoograven in Utrecht. Het afgelopen jaar heb ik veel tijd en energie moeten investeren in het inzicht krijgen en het leren kennen van mijn praktijk in al zijn facetten. Mijn geluk is dat ik terecht ben gekomen in een praktijk waar de organisatie goed op orde is.

De praktijk waar ik ben toegetreden is al ruim 10 jaar in onderhandeling met andere eerstelijns zorgaanbieders, een projectontwikkelaar en de gemeente om over te gaan tot de vorming van een eerstelijnscentrum in de wijk Hoograven. Bij mijn sollicitatie was dit een van de factoren die maakten dat ik deze praktijk erg interessant vond. Ondanks veel inzet van de vertegenwoordigers van de betrokken praktijken zit hier helaas, door vertragingen vanuit de gemeente, nog weinig schot in.

Ik ben erg blij dat minister Schippers in de vrijdag verzonden brief aan de Tweede Kamerleden aangeeft dat ze zo achter mij, als huisarts, staat. Ik ben het met haar eens dat het goed is om toe te werken naar meer wijkgerichte zorg.

Ook de lovende wijze waarop zij spreekt over de ontwikkelingen van de huisartsenzorg de laatste jaren geeft mij hoop.

Het afgelopen jaar heb ik mijn patiënten beter leren kennen en vice versa. Mijn voorganger heeft 33 jaar de praktijk bestierd. Wat blijkt uit recente ‘patiënt-tevredenheidsonderzoeken’ is dat de Nederlander veel waarde hecht aan een persoonlijke band met zijn of haar huisarts.

Het absolute kernpunt in de gehele zorg moet in mijn ogen zijn: continuïteit. Mijn economische kennis laat te wensen over. Dat de zorg in zijn geheel steeds duurder wordt is duidelijk. Dat de economische wind de verkeerde kant op waait is duidelijk. Dat er maatregelen genomen moeten worden om de toename van kosten te beteugelen ook.

Wat ik niet begrijp is dat de ziekenhuiszorg over het jaar 2011 nog met 2,5 procent in budget mag groeien en er tegelijkertijd in eerste lijn voor 2012 een kleine 6 procent krimp wordt doorgevoerd. Om niet te spreken van de dreiging die er hangt over de daaropvolgende jaren.

Dus een vorm van medische zorg die, bij herhaling, bewezen effectief is in het onderdrukken van de zorgkosten wordt gekort. Tegelijk wordt duidelijk dat een vorm van medische zorg die, door ontwikkelingen op meerdere vlakken een niet te verwaarlozen veelvoud duurder is, nog even mag groeien.

Ik begrijp nog veel meer niet.

Sinds het nieuwe zorgstelsel in 2006 van start is gegaan is er aangestuurd op kwaliteitsverbetering en kostenbeheersing door marktwerking.

Op het gebied van de kostenbeheersing mag ik denk ik wel de voorzichtige conclusie trekken dat dit heeft gefaald. Het zou overigens interessant zijn als de heer Hoogervorst hierover net zo eerlijk zou zijn als over de euro.

Het huidige kabinet is een voorstander van loon naar werken. De door minister Schippers geprezen ontwikkelingen in de huisartsenzorg van de afgelopen jaren zijn het gevolg van hard werken. Echter, minister Schippers wil dit niet belonen maar bestraffen.

De minister zegt met andere woorden: „U heeft een hoop bereikt. Ik hoop dat u in de toekomst nog meer inzet toont en ontwikkelingen doormaakt. O ja, u moet echter wel het geld wat u er mee heeft verdiend weer inleveren.”

De afgelopen weken heb ik tijdens verschillende vergaderingen van meerdere lokale belangenverenigingen gemerkt dat de plannen van minister Schippers op zijn zachtst gezegd moreel ondermijnend zijn. In de stad Utrecht wordt betwijfeld of de aankomende integratie van de HAP (Huis Artsen Post) en SEH (Spoedeisende Hulpafdeling) nog wel doorgang moet vinden.

De praktijken die veel tijd en energie hebben gestoken in de ontwikkelingen rond GEZ (Geïntegreerde Eerstelijns Zorg) vrezen de toekomst, nu ‘loon naar werken’ omgekeerd bedoeld lijkt te zijn.

Tot slot, ik heb deze week een fles Jägermeister en een grote taart voor mijn assistentes gekregen van de dochter van een tevreden patiënt die in zijn 89 jaar welgeteld één keer naar het ziekenhuis is geweest.

In goed overleg met patiënt en familie hebben we kunnen voorkomen dat hij in de laatste maanden van zijn leven onnodig vaak naar het ziekenhuis moest gaan en dure behandelingen moest ondergaan.

Nou lijkt het me niet direct wenselijk dat minister Schippers de aangekondigde 98 miljoen gaat compenseren met alcoholische versnaperingen en lekkernij, maar deze vorm van ‘loon naar werken’ leidt bij mij tot een significant grotere toename in kwaliteit en doelmatigheid dan de verwarrende tegenstrijdigheden in de ‘toon’ en het ‘loon’ van onze mw. drs. E.M.Schippers.

Tjeerd Bottema (32) is huisarts in Utrecht.

    • Tjeerd Bottema