Hiphop is de nieuwe smartlap

Rappers werken steeds vaker samen met volkszangers als Guus Meeuwis.

„Het is een manier om de muziek zelf uit te dagen”, zegt rapper Sef.

Nederland, Almere, 10-04-2008 Ali B, een pseudoniem van Ali Bouali (Zaanstad, 16 oktober 1981), is een Marokkaans-Nederlandse rapper. Hij is ook werkzaam als stand-upcomedian en als labeleigenaar van het label SPEC PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers - 2008

Het hiphopmoment van 2011 vond plaats aan de tafel van televisieprogramma De Wereld Draait Door. Daar zat Kempi uit Eindhoven, de rapper met het getatoeëerde gezicht die zijn platencontract tekende terwijl hij vastzat en rauwe raps schreef over zijn dagen als drugsdealer. Kempi bracht in 2008 een van de belangrijkste nummers uit in de nationale hiphopgeschiedenis: het mystieke en intense ‘LORD’ waarin hij vol beeldende emotie rapt vanuit het perspectief van een slaaf en een slavendrijver.

Kempi, inmiddels 25, vertelde aan de tv-tafel gepassioneerd over „een van de meest klassieke Nederlandse nummers ooit geschreven” van een „heel geniale artiest”. Dat nummer was de studentikoze kroegkraker ‘Het is een nacht’. En die artiest volkszanger Guus Meeuwis.

Het was om twee redenen het hiphopmoment van 2011. Allereerst door de dubbele verrassing: in de keuze van het nummer, maar ook in de uitvoering. Kempi legde de lacherige reacties in de studio het zwijgen op door in een paar seconden aan het meedeinnummer een overrompelende blueswending te geven.

Maar het was vooral het hiphopmoment van 2011 omdat dit het jaar was waarin Nederlandse hiphop en traditionele Nederlandse popmuziek elkaar innig omhelsden. Kempi zat aan de tv-tafel met Ali B, die dit jaar succesvol was met zijn TROS-serie Ali B op volle toeren, waarvan vorige week het nieuwe seizoen van start ging, en waarin per aflevering een ontmoeting tussen een rapper en een Nederlandse popartiest centraal staat. En in de top-5 staat rapper Gers Pardoel met twee inhakers: zijn eigen nummer-éénhit ‘Ik neem je mee’ en ‘Nergens zonder jou’ van Guus Meeuwis, met wie hij door het land toert.

Het is een onmiskenbare trend: nationale rappers die met traditionele popzangers melodieuze kampvuurhiphop maken die je na een paar keer horen moeiteloos kunt meezingen. En het werpt zijn vruchten af. Niet eerder waren zoveel Nederlandse rappers te zien en te horen op televisie, met name in De Wereld Draait Door, dat in de muziekindustrie een ‘maak het of kraak het’-reputatie heeft.

Het lijkt haast een doordacht charmeoffensief. De cultuur die vaak het mikpunt is van kritiek op materialisme en machogedrag, krijgt in samenspraak met TROS, VARA en de boegbeelden van de Nederlandse pop een nieuwe, volkse identiteit. Eentje waarin volgetatoeëerde rappers geen angst inboezemen, maar met snik in de stem emotie oproepen en waarin hiphop-light wordt gemaakt voor heel het gezin.

Samenwerking tussen rappers en popartiesten maakt met name opmars onder artiesten van platenlabel Top Notch, de hofleverancier van Nederlandse hiphop waar onder meer Gers en Kempi onder contract staan. Top Notch zocht de afgelopen jaren nadrukkelijk naar een breder muzikaal profiel. Het bracht muziek uit van acts als Guido Belcanto, Lucky Fonz III, Aux Raus en Jah6; de laatste is een band die klassiekers van het levenslied in een nieuw reggaejasje uitbrengt. Toch is de muzikale kruisbestuiving volgens rapper en zanger Sef (27) geen vooropgezette strategie. Het is wel een trend „waar we het als artiesten de laatste tijd over hebben. We zien dat we iets anders aan het doen zijn. En dat er publiek voor is.”

Sef bracht vorige maand op Top Notch zijn solodebuut De Leven uit, met daarop de single ‘Diamanten’ met jarentachtigzanger Hans de Booij. Voor Sef was zijn samenwerking met De Booij het gevolg van een oudere wens, vertelt hij telefonisch. Hij wilde eerst een nieuwe versie maken van diens grote hit ‘Annabel’, „maar dat lukte niet”. Het was Willie Wartaal van De Jeugd van Tegenwoordig die zei dat zijn nieuwe nummer een refrein nodig had „van een ouder iemand. Het heeft ook dat eighties-synthesizergeluid.”

Zo kwam hij weer bij De Booij uit. Platenbaas De Koning vond uit dat de zanger inmiddels in Thailand woont, en Sef „zou toevallig drie weken later die kant op gaan voor vakantie. Dus heb ik daar de eerste dagen met hem gehangen, gegeten, bier gedronken en muziek gemaakt. We hebben daar ook een nummer voor zijn nieuwe album opgenomen.” Want dat is de andere kant van de trend: het is ook een manier voor artiesten die een ouder publiek aanspreken, of zelfs volledig in de vergetelheid zijn geraakt, om actuele popmuziek te maken voor een jonger publiek.

Volgens Sef is het een logische muzikale evolutie dat Nederlandse rappers vaker contact zoeken met traditionele Nederlandse zangers en zangeressen. „De meeste rappers die nu samenwerken met andere artiesten zijn al lang met hiphop bezig. Dan wil je ook eens muzikalere, melodieuzere dingen gaan maken. Ik doe het niet om te scoren maar omdat ik als artiest verder wil. Het is een manier om de muziek zelf uit te dagen, te rebelleren tegen het rebelleren. Vroeger moest je bij hiphop steeds met nieuwe stijlen komen, maar het heeft standaardonderwerpen en -grenzen gekregen. Nu krijg je kritiek wanneer je daar niet aan vasthoudt en dat kan heel vermoeiend zijn. Maar muziek is net als taal, het leeft, waarom zou je jezelf druk maken om veranderingen? Er waren nog nooit zo veel soorten Nederlandse hiphop als nu, dat is juist zo tof.”

Voor veel rappers brengt de kruisbestuiving nieuwe inspiratie; rappers als Ali B en Kleine Viezerik vertelden eerder al aan deze krant dat ze zichzelf muzikaal opnieuw aan het uitvinden zijn na samenwerking met artiesten als Willeke Alberti en Anneke Grönloh.

Voor zijn lied Eenzaam op de bank, over een aan drank verslaafde moeder, samplede Gers Pardoel het nummer ‘Speel, zigeuner’ van Saskia & Serge. Zijn huidige nummer-éénhit ‘Ik neem je mee’ gaat over schoolverliefdheid. Hij is er trots op dat in Rotterdam „jongens van de straat naar me toe komen en zeggen dat ze mijn nummer met Guus Meeuwis zo mooi vinden”, zegt hij terwijl hij door Rotterdam rijdt op weg naar een gesprek over het oprichten van een band.

Pardoel maakt een veel lievere soort hiphop dan die in Amerika de boventoon voert, beaamt hij. „Daar is alles wat harder en commerciëler. Ik ben niet zo’n boy met gouden ringetjes in een tweedehands Mercedes, maar het levenslied staat me wel. Ik heb geen zin om de hele tijd te roepen dat ik de beste en de knapste ben. Zo ben ik in het echt ook niet. In Nederland wordt het juist gewaardeerd als je jezelf iets kwetsbaarder opstelt.” Net als Kempi hield de Brabander altijd al van de nummers van Guus Meeuwis, vertelt hij. Pardoel: „Het is niet dat ik de hele dag naar zijn muziek luister, maar het zijn mooie nummers; hij zingt ze met een heel eigen timing.”

Vandaag verschijnt Kempi’s Tegenk4nker EP. De opbrengst gaat naar KWF Kankerbestrijding. Sef en Gers treden 23 dec. op in Mezz, Breda.

    • Saul van Stapele