Havel! Gij zoudt nu moeten leven

De Tsjech Václav Havel was een van de boeiendste mensen die ik ooit heb gekend.

Zo’n dichter-dissident-president heeft Europa nu broodnodig.

Václav Havel was niet zomaar een dissident: hij was de belichaming van de dissident in de tijd dat we die nieuwe term gingen begrijpen. Hij was niet zomaar de leider van een fluwelen revolutie, hij was de leider van de oorspronkelijke fluwelen revolutie, die ons een etiket verschafte dat is toegepast op tal van andere geweldloze massaprotesten sinds 1989. (Hij heeft altijd volgehouden dat de term door een westerse journalist is verzonnen.) Hij was niet zomaar een president, hij was de oprichter en eerste president van de huidige Tsjechische Republiek.

Hij was niet zomaar een Europeaan, hij was een Europeaan die ons met de welsprekendheid van een echte toneelschrijver en het gezag van een gewezen politieke gevangene wees op de historische en morele dimensies van het project Europa. Als ik zie wat een puinhoop dat project vandaag de dag is, kan ik alleen maar in de geest van Wordsworth roepen ‘Havel! Gij zoudt nu moeten leven: Europa heeft u nodig.’

Hij was ook een van de boeiendste mensen die ik ooit heb gekend. Ik leerde hem kennen in het begin van de jaren tachtig, toen hij net vrij was na een paar jaar in de gevangenis. We spraken in zijn flat aan de rivier, met de grote schrijftafels en het weidse uitzicht over Praag. Volgens de communistische geheime politie bestond de actieve kern van de beweging Charta ’77 – waarschijnlijk naar waarheid – uit niet meer dan een paar honderd mensen, maar hij hield vol dat de zwijgende steun van het volk toenam. Op een dag zouden de flakkerende kaarsen door het ijs branden. Het is belangrijk te bedenken dat niemand wist wanneer die dag zou komen.

Uiteindelijk kwam hij al zes jaar later, maar dat had ook 22 jaar kunnen zijn, zoals voor Aung San Suu Kyi – die op een moment dat hij hem zelf misschien had kunnen winnen door Havel onbaatzuchtig werd voorgedragen voor de Nobelprijs voor de Vrede.

Havel was de belichaming van een dissident omdat hij volhardde in zijn strijd, geduldig, geweldloos, met waardigheid en humor, zonder te weten wanneer en zelfs ook maar óf die overwinning zou komen. Het succes school al in die volharding, in de beoefening van ‘antipolitiek’ – oftewel politiek als de kunst van het onmogelijke. Intussen analyseerde hij het communistische systeem in diepgaande maar ook nuchtere essays, en in de brieven uit de gevangenis aan zijn eerste vrouw, Olga.

In zijn befaamde parabel van de groenteboer die tussen de appels en uien in zijn etalage een bord zet met ‘Proletariërs aller landen, verenigt u!’ – ook al gelooft die man daar natuurlijk geen woord van – vatte Havel het wezenlijke inzicht waaruit elk burgerlijk verzet voortkomt: dat zelfs de meest onderdrukkende regimes afhankelijk zijn van een minimale volgzaamheid van de mensen die ze regeren. In een origineel essay sprak hij van ‘de macht der machtelozen’.

Toen de kans kwam om zelf burgerlijk verzet te plegen, maakte Havel daar een opwindend soort politiek theater van. Het toneel was het Praagse Wenceslasplein. Een cast van 300.000 mensen sprak met één stem. Zelfs filmregisseur Cecil B. de Mille zou jaloers zijn geweest.

Niemand die daar was zal ooit vergeten hoe Havel en Aleksander Dubcek, de held van ’89 en de held van ’68, naast elkaar op het balkon verschenen: „Dubcek-Havel! Dubcek-Havel!” Of het geluid van 300.000 sleutelhangers waarmee tegelijk werd geschud, als Chinese belletjes. Zelden of nooit is een minieme minderheid zo snel tot een grote meerderheid uitgegroeid.

Tsjechoslowakije – wat het toen nog was – had het voordeel pas laat op het feest van 1989 te komen. De Polen, Oost-Duitsers en Hongaren hadden grotendeels al het werk gedaan en de kans die Gorbatsjov bood gegrepen. Toen ik bij aankomst in Praag Václav in zijn geliefde keldercafé opzocht, maakte ik de grap dat het in Polen tien jaar had geduurd, in Hongarije tien maanden en in Oost-Duitsland tien weken; misschien dat het hier tien dagen zou duren. Hij liet me de grap onmiddellijk herhalen voor een ondergrondse filmploeg. Uiteindelijke was hij binnen zeven weken president. Ik herinner me nog levendig dat er zelfgemaakte speldjes opdoken met daarop ‘Havel president’. „Mag ik er één?” vroeg hij beleefd aan de student die de speldjes aan de man bracht.

„Mensen, uw overheid is weer van u!” verklaarde hij in zijn Nieuwjaarstoespraak van 1990 als pas ingehuldigd staatshoofd, met een verwijzing naar de eerste president van Tsjechoslowakije, Tomas Garrigue Masaryk. Die eerste week in de Praagse Burcht waren manisch, hilarisch, opbeurend en chaotisch. Hij liet me de originele martelkamer zien: „Die gaan we denk ik bij de onderhandelingen gebruiken.”

Maar toen begon het geploeter om het communisme ongedaan te maken. Al het gif dat zich meer dan veertig jaar had opgehoopt, kwam eruit gesijpeld. Kille politieke machers als Václav Klaus drongen zich op de voorgrond. Evenals het nationalisme, van Slowaakse en ten slotte ook van Tsjechische kant. Havel vocht met al zijn welsprekendheid om Masaryks droom van een multinationale burgerrepubliek bijeen te houden – tevergeefs.

Hij kwam terug als oprichter en eerste president van de huidige Tsjechische Republiek, die voortkwam uit de zogeheten fluwelen scheiding van Slowakije. Hij vond – terecht – dat hij bij de stichting aanwezig moest zijn. Ik denk wel dat hij te lang in die rol is gebleven. Minder zou meer zijn geweest. Met zijn verslechterde gezondheid raakte hij uitgeput door de onafgebroken cyclus van plichtplegingen en politieke machtsspelletjes – zijn ironische toneelstuk Het vertrek gaat over over klucht van de hoge politiek, die hij uit de eerste hand had waargenomen. Zeg maar: de machteloosheid der machtigen.

Op den duur werd zijn volk hem zat. Nu is Havel voorgoed vertrokken. Maar slechts weinigen hebben zo veel van waarde nagelaten.

Timothy Garton Ash is hoogleraar Europese Studies in Oxford.

    • Timothy Garton Ash