Grimmige tijden voor Ethan Hunt

Mission: Impossible – Ghost Protocol. Regie: Brad Bird. Met: Tom Cruise, Jeremy Renner, Simon Pegg, Paula Patton. In: 110 bioscopen. ***

Het zijn geen eenvoudige tijden voor superspionnen en andere internationale playboys. Er is te veel onzekerheid en narigheid in het nieuws, de tijdgeest is grimmig – blondines, bikini’s en martini’s, dat werkt even niet. Een flierefluitende, optimistische glamourheld die alles even komt aanwaaien, dat gelooft niemand meer. Dus kreeg James Bond een tamelijk drastische make-over als een sombere en verbeten wreker in de gedaante van Daniel Craig. Jason Bourne (Matt Damon) is in de Bourne-reeks evenzeer de speelbal van de omstandigheden als een klassieke, zelfverzekerde protagonist die de touwtjes stevig in handen heeft. Zelfs de spion als vermoeide, buikige bureaucraat, in de nieuwe verfilming van de spionageklassieker Tinker, Tailor, Soldier, Spy blijkt een onverwacht groot succes. De eerste berichten wijzen erop dat ook David Fincher op geen enkele manier water bij de wijn doet in zijn versie van The Girl with the Dragon Tattoo (naar de boeken van Stieg Larsson). Geen wonder, zonder een stevige dosis pessimisme valt een film buiten de boot.

Hoe verhoudt de zeer succesvolle reeks Mission: Impossible, die vijftien jaar geleden begon, met Tom Cruise als producent en als de lenige actieheld Ethan Hunt zich tot deze trend? Door er een flink eind in mee te gaan – en dan komt het goed uit dat Cruise doordat hij ouder wordt ook iets van zijn Teflon-uitstraling is kwijtgeraakt. Hij moet het doen, al die acrobatische, halsbrekende toeren, om de wereld van de ondergang te redden, maar een lolletje is het niet meer voor Ethan Hunt, die hier ook al iets te wreken blijkt te hebben.

Mission: Impossible laat zich ook gemakkelijk aanpassen – gemakkelijker dan andere filmreeksen – want Ethan Hunt is de spion zonder eigenschappen. Na vier films is nog altijd niet duidelijk wie hij is, en wat zijn drijfveren precies zijn. Het voordeel daarvan is dat je met hem altijd alle kanten op kan. Cruise brengt uitzonderlijke intensiteit in zijn spel – mede omdat hij een flink deel van zijn stunts zelf wil doen – maar die intensiteit kent geen variaties. Cruise is altijd Heel Erg Intens – wat de scène ook is, en op welk punt in het scenario hij ook mag zijn aangeland.

De noodzakelijke street credibility krijgt Mission:Impossible door te kiezen voor grimmige locaties. Als de film neerstrijkt in Dubai, voor een klimscène aan de buitenkant van het hoogste gebouw ter wereld, de 800 meter hoge Burj Khalifa-toren, is dat niet voor de exotische plaatjes, er steekt prompt een zandstorm op, die het zicht volledig beperkt.

De film begint in een overvolle gevangenis in Moskou, waar Hunt om redenen die lang onduidelijk blijven een straf uitzit. Volgt een spectaculaire uitbraak met hulp van zijn team: de getraumatiseerde maar capabele Jane Carter (Paula Patton), en de vrolijke computernerd Benji Dunn (Simon Pegg). Later komt daar nog Jeremy Renner bij als diplomaat William Brandt. Renner dankt zijn rol aan het succes van The Hurt Locker, waarin hij een oorlogsverslaafde bomexpert speelde. Hij brengt zo vanzelf een element van realisme, waar filmster Cruise toch vooral een fantasiefiguur blijft.

Alle elementen die niet behoren tot de kern van Mission: Impossible – dat wil zeggen: pure actie – zijn weggelaten. Alleen een ingenieuze inbraak in de archieven van het Kremlin is een iets rustiger contrapunt. De film snelt van het ene spektakel naar de andere, maar het mag niet overkomen alsof het allemaal maar een spel is; deze keer is Ethan Hunt serieus; een ontwikkeling die al begon bij het derde deel in de reeks uit 2006, van J.J. Abrahams.

Cruise vroeg deze keer regisseur Brad Bird, na het zien van diens Pixar-animatiefilm The Incredibles. Dat was een meesterwerk, met retromodernisme in de vormgeving dat ook wel bij Mission: Impossible past. Voor zijn eerste film met levende acteurs heeft Bird het niet aangedurfd om de regels van het genre op te rekken. Hij wilde vermoedelijk eerst maar eens zien of hij een actiefilm volgens het boekje kon afleveren. Bird breekt op geen enkele manier met de conventies van de actiefilm, maar hij heeft ze ingekookt tot hun essentie: permanente mobilisatie. Heel abstract eigenlijk.

Peter de Bruijn