Grieken niet geholpen met die devaluatie van de euro

Melvyn Krauss, die vanuit Californië geregeld over de euro schrijft, slaat de plank finaal mis met zijn enthousiasme dat de wisselkoers van de euro stormachtig keldert (NRC Handelsblad, 16 december).

Europa wordt concurrerender op de wereldmarkt doordat de munt minder waard wordt, schrijft Krauss. Dit is waar, maar lost niet het probleem op waarmee de eurozone kampt. De onevenwichtigheden op de betalingsbalans bínnen het eurogebied vormen de kern van de crisis. Het is noord versus zuid in Europa. Duitsland en Nederland hebben als machtige exporteconomieën een chronisch overschot op de betalingsbalans. Zuid-Europese landen kampen met tekorten op de betalingsbalans. Kort gezegd: het Griekse probleem is overbesteding die op de pof is gefinancierd, en Duitsland heeft te maken met onderbesteding en geld teveel.

Een daling van de wisselkoers van de euro lost dit probleem niet op, integendeel. Hier wreekt zich het one size fits all monetaire beleid in de eurozone. Met een goedkopere munt zal Duitsland nog meer exporteren en wordt het overschot op de Duitse betalingsbalans nog hoger. Niemand zit hierop te wachten. Duitsland en Nederland hebben een opwaardering van de munt nodig.

Krauss vindt dat de Grieken op straat moeten dansen, omdat een goedkopere euro meer toeristen naar Griekenland zal lokken, maar het overgrote deel van de vakantiegangers op de Griekse stranden komt uit Noordwest-Europa. Voor hen maakt een afwaardering niets uit. Een Duitse euro is een Griekse euro. Griekenland is zeker gebaat bij een devaluatie, maar dan wel van een Griekse munt ten opzichte van de euro. Daarvoor moet Griekenland uit het eurostelsel stappen. Die stap is op korte termijn onwaarschijnlijk.

Dr. Roel Janssen

Oud-redacteur NRC Handelsblad