De staatsradio staat altijd aan

Honger, armoede, staatsradio en -tv, marcherende kinderen en studenten die niet weten wie Nelson Mandela is.

Alleen een kleine bovenlaag in het land van de overleden Kim Jong-il kan zich luxe en (wat) vrijheid permiteren.

In this Tuesday, Oct. 25, 2011 photo, a North Korean man rides a bicycle along a road past farm fields at a collective farm near the town of Sariwon, North Korea. (AP Photo/David Guttenfelder) AP

In de meeste appartementen in de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang staat permanent de staatsradio aan. Het apparaat niet kan worden uitgeschakeld, hooguit ingesteld op een wat lager volume. Bovendien zal de inwoner van de stad, of hij wil of niet, ’s ochtends worden gewekt door naargeestige sirenes.

Het leven in Pyongyang, dat hoofdzakelijk bestaat uit gelijkvormige blokkendozen, is naar de maatstaven van de meeste burgers elders in de wereld uitermate deprimerend.

De meeste inwoners moeten zich bovendien naast hun werk, dat dikwijls wordt gevolgd door ideologische sessies om hen te behoeden voor afwijkende ideeën, bekommeren om extra inkomsten om extra voedsel te bemachtigen. En velen verbouwen, als het even kan, zelf groente of fruit. Rijst geldt als een luxe en hetzelfde geldt voor vlees.

Een gezin heeft al gauw 100.000 won – de lokale munt – per maand nodig, maar het inkomen van een gemiddelde ambtenaar bedraagt maar 3.000 tot 4.000 won. De overheid verleent weliswaar enige hulp via een distributiesysteem, maar deze hulp is de laatste jaren steeds kariger.

Sinds de beperkte invoering van marktwerking in de economie de afgelopen jaren is er een kleine bovenlaag ontstaan, die zelfs toegang heeft tot luxeartikelen als Italiaanse handtassen en Duitse auto’s. Zij zijn het ook die toegang hebben tot de schaarse cafés, bioscopen en clubs in de hoofdstad. Maar de Leidse hoogleraar Koreastudies Remco Breuker schat hun aantal op slechts zo’n 10.000 mensen, vooral mensen uit de partijelite en hun families (op een totale bevolking van zo’n 22 miljoen).

Volgens de Britse Noord-Korea-deskundige Glyn Ford, een voormalige Britse Europarlementariër die het land anders dan Breuker enkele malen heeft kunnen bezoeken, is er de laatste jaren daarnaast op de Tong-il markt een veelheid aan consumptiegoederen gekomen van Chinese makelij.

Kinderen krijgen op school eveneens lessen over het gedachtegoed van de nu gestorven ‘Dierbare Leider’ Kim Jong-il en diens vader Kim Il-sung, waarbij het idee dat Noord-Korea zelfvoorzienend moet zijn centraal staat. Ook leren ze marcheren, een bezigheid die in de sterk gemilitariseerde staat in hoog aanzien staat.

Studenten hebben nog nooit van Nelson Mandela gehoord maar toen ze door een BBC-journalist onlangs werden gevraagd welke leiders ze – naast de eigen ‘Dierbare Leider’ – bewonderden, antwoordden ze prompt: „Stalin en Mao Zedong.” Studenten en andere academici kunnen niet direct met vakgenoten communiceren. De autoriteiten controleren nauwgezet wat ze mogen zien en wat niet.

Kinderen en hun ouders hebben maar beperkte greep op wat ze studeren en wat voor werk ze later willen doen. De Staat heeft daarbij een flinke vinger in de pap. „ Maar je kunt er wel invloed op uitoefenen via connecties”, zegt Breuker, die jaren in Zuid-Korea heeft doorgebracht en via tal van bronnen volgt wat er in Noord-Korea gebeurt.

Wie geluk heeft, kan ’s avonds naar de televisie kijken. Daarop is echter slechts de staatszender te ontvangen die zijn kijkers avond na avond programma’s voorzet over de onvermijdelijke Kim Il-sung en zijn zoon Kim Jong-il, het leger, modelboerderijen, modeldorpen en meer van zulke opwekkende thema’s.

Internet is er niet. Maar een groeiend aantal Noord-Koreanen heeft de laatste jaren kunnen kijken naar binnengesmokkelde dvd’s en usb-sticks met Zuid-Koreaanse televisieprogramma’s. Alle indoctrinatie ten spijt is daarvoor wel degelijk veel belangstelling. Zozeer dat de autoriteiten de laatste tijd verscherpte controles zijn gaan uitvoeren op het bezit hiervan.

Iedereen gaat vroeg naar bed en rond 23.00 uur is alles pikdonker in de stad, afgezien van de lampen van incidenteel passerende auto’s en enkele verlichte portretten van de stichter van het communistische Noord-Korea, Kim Il-sung.

De circa twee miljoen inwoners van de hoofdstad Pyongyang leiden echter nog een zeer geprivilegieerd bestaan vergeleken met de rest van het land. Er is meer vertier, onder meer circusvoorstellingen en opera-uitvoeringen, en de voorzieningen zijn er beter.

Op het platteland zijn honger en ondervoeding nog altijd wijdverbreid. Buitenlandse hulpverleners toonden zich daar afgelopen zomer geschokt door de grote aantallen ondervoede jonge kinderen die ze er tegenkwamen. Moeders fietsten soms 70 kilometer met sterk verzwakte, zieke baby’s naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis in de plaats Haeju, want de lokale ambulance was allang kapot. Volgens het Wereldvoedselprogramma hadden op dat moment zeker zes miljoen Noord-Koreanen – ruim een kwart van de bevolking – dringend voedselhulp nodig.

Veel kinderen zijn ernstig fysiek onderontwikkeld. „Ik heb nooit eerder kinderen gezien die zozeer zijn achtergebleven in hun groei, zelfs niet in Ethiopië”, aldus een medewerkster van de Franse tak van Artsen zonder Grenzen. Niet voor niets ook heeft het Noord-Koreaanse leger de minimumlengte al jaren geleden verlaagd, omdat het anders niet meer voldoende rekruten kon vinden.

Sommige hongerige kinderen en jongeren zwerven gekleed in vodden rond en zoeken naarstig naar voedsel, zoals vorig jaar uit naar het buitenland gesmokkeld videomateriaal bleek. De voedselnood is niet van recente datum. In de jaren 90 was de toestand nog veel nijpender, toen er honderdduizenden – volgens sommigen meer dan een miljoen – Noord-Koreanen stierven.

De permanente worsteling om aan eten te komen, is ook fraai beschreven in een artikel in het blad The New Yorker door de Amerikaanse journaliste Barbara Demick, die een naar Zuid-Korea gevluchte oudere vrouw haar levensverhaal liet vertellen. Steeds verder slonken de rantsoenen in de jaren 90 tot Song Hee-suk en haar man zich ten slotte genoopt zagen hun tweekamerappartement in een noordelijke provincieplaats aan een ander over te doen: ze hadden al hun meubilair moeten verkopen om aan eten te komen. Alleen de portretten van de twee grote leiders hingen nog aan de muur.

In die tijd at mevrouw Song in een heel jaar slechts één keer vlees: een kikker. Die smaakte prima, maar een herhaling zat er niet in. Omdat alle Noord-Koreanen bij gebrek aan beter hierop tuk waren, liep de kikkerstand in het land in hoog tempo terug. Haar echtgenoot bezweek tenslotte aan uitputting en honger. Mevrouw Song hield zich vervolgens in leven door koekjes te bakken en die te verkopen aan voorbijgangers.

Het interessante is dat mevrouw Song, die in 2002 naar Zuid-Korea uitweek in het voetspoor van haar dochter, aanvankelijk het Noord-Koreaanse regime weinig kwalijk nam. Ze dacht dat ze zelf te kort was geschoten en ze bleef denken dat Noord-Korea het beste land ter wereld was. Pas later kwam ze tot de conclusie dat Kim Jong-il de bevolking op een erbarmelijke manier had behandeld.

Hoe houdt de gemiddelde Noord-Koreaan het uit in zo’n land, vragen veel buitenstaanders zich verbaasd af. Het antwoord is dat er toch meer flexibiliteit in het Noord-Koreaanse systeem zit dan velen denken. Via corruptie en connecties kan er veel worden geregeld of verkregen. Zelfs de Noord-Koreaanse machthebbers beseffen dat ze niet iedereen voor alles kunnen oppakken en naar strafkampen zenden en veel inwoners maken daarvan gebruik om hier en daar een loopje met het systeem te nemen.

Ook is het land minder geïsoleerd dan dikwijls wordt aangenomen. De grens met Zuid-Korea is tamelijk poreus. Er zijn veel Zuid-Koreanen die weleens op bezoek gaan in Noord-Korea, dikwijls op zakenreis maar ook voor familiebezoek. Daarnaast bezoeken veel Chinese zakenlui het land en er komen steeds meer investeringen op gang.

Ook zijn er verrassend innige contacten tussen de Noord- en de Zuid-Koreaanse elite, zowel uit de politiek als de zakenwereld. „Veelzeggend is dat leden van de grote Zuid-Koreaanse zakenfamilie Hyundai al zijn uitgenodigd bij de begrafenis van Kim Jong-il”, zegt Breuker. „Het is ook denkbaar dat de Noord-Koreaanse leiders het land veel meer zullen openstellen voor de grote Zuid-Koreaanse bedrijven. Zo zou de welvaart kunnen toenemen, zonder dat zij hun macht hoeven in te leveren.”

Floris van Straaten is Aziëredacteur van nrc.next en NRC Handelsblad

    • Floris van Straaten