Altijd zwart, wijs en waardig

The Help, die volgende week in roulatie gaat, toont blanke angst voor zwart personeel in 1962. En had toen ook gemaakt kunnen zijn.

The Academy of Motion Picture Arts and Sciences’ “Monday Nights with Oscar®” will close the year with a screening of “Driving Miss Daisy” (1989), on Monday, December 13, at 7 p.m. at the Academy Theater at Lighthouse International in New York City. Pictured: Jessica Tandy and Morgan Freeman as they appear in DRIVING MISS DAISY, 1989. Courtesy of the Margaret Herrick

De ‘Ole Miss riot’, de ouwedamesrel, betrof niet een oude dame, maar een jonge man. Het was 20 september 1962. James Meredith vervoegde zich bij de universiteit van Mississippi in Oxford Town, doorgaans liefkozend de ‘Ole Miss’ genoemd. James Meredith wilde zich inschrijven. Hij had de juiste papieren en toch was er geen sprake van. Hij was zwart, en Ole Miss hield zich aan een strikte scheiding tussen blank en zwart, net als de rest van de staat Mississippi.

Er braken rellen uit. Er vielen gewonden en doden. Bob Dylan zong: He went down to Oxford TownGuns and clubs followed him downAll because his face was brownBetter get away from Oxford Town.

Merediths inschrijving werd ten slotte met inzet van het leger afgedwongen, in opdracht van president Kennedy, en de African-American Civil Rights Movement had een nieuw hoofdstuk.

Met die historische rellen rond Ole Miss in de marge, vertelt de film The Help wél over een damesrel. Een rel van blanke dames tegenover de zwarte dames in hun dienst, als hulp in de huishouding, werkster en kindermeisje. Tussen hen in staat Skeeter. Dochter van een gegoede familie, maar tot teleurstelling van haar moeder geen southern belle. Na studie in New York keerde ze terug naar haar geboortegrond in Jackson, Mississippi, the deep South. Daar wordt ze binnengezogen in een moeras vol normen die ze pas nu ziet voor wat ze zijn. Het zwarte huispersoneel is onderworpen aan mensonterende omgangsvormen. Vernederende regels bevestigen hun rechteloosheid. Samen met haar blanke schoolvriendinnen zit Skeeter gevangen in gedragscodes, die alle blanke vrouwen perverteert tot heksen en alle mannen tot bullebakken.

The Help is gebaseerd op de bestseller die Kathryn Stockett in 2009 schreef (in het Nederlands: Een keukenmeidenroman). De film werd geregisseerd door Tate Taylor, jeugdvriend van Stockett. Net als zij is hij afkomstig uit Jackson, Mississippi. Hij groeide op onder de hoede van een zwarte kindermeid.

Taylor concentreerde zijn film op de existentiële angst van de blanke bevolking. Angst voor de donkere ander, die angstaanjagend cruciaal op je lijkt. Angst voor het onuitsprekelijke.

Ik zie The Help en denk aan Michael Matthews, de zwarte Amerikaanse acteur die in de jaren tachtig in Nederland was neergestreken. Hij kwam terug van een vakantie in New York, razend enthousiast over een film van iemand van wie wij hier nog nooit hadden gehoord. Spike Lee heette de filmer, She’s gotta have it heette de film.

„Waarom is die film dan zo goed, Michael?”

„Omdat je er zwarten gewoon in ziet zoenen! Ongekend! Eindelijk!”

Hij zei ‘zoenen’, hij bedoelde seks. Seks als iets menselijks, iets wat er al snel bij hoort als je een verhaal vertelt. En ik realiseerde me toen pas dat seks al een hele tijd iets gewoons was in speelfilms, maar niet tussen zwarte personages.

Dat was in 1986. Michael Matthews is al weer een tijd geleden overleden, hij was een slachtoffer van de aidsgolf in de jaren negentig. Maar zijn vrolijkheid over de filmer Spike Lee, die sindsdien zijn sporen hoog en breed verdiende met zwarte films, resoneert, omdat The Help is gefilmd alsof het nog 1962 ís. Met de angst van blanken voor zwarten, die leidde tot groot geweld op straat en klein geweld in de salon en de keuken, besmuikt vertaald naar een basaal object: de wc.

Vanwege ziektes die alleen ‘zij’ zouden hebben, krijgen de dienstbodes aparte wc’s, liefst in een hok in de tuin. Heb je hoge nood als het regent, dan heb je pech. Gebruik je tóch stiekem het familietoilet, dat je overigens zelf schrobt en poetst, dan dreigt ontslag.

Een verregaand onheus bejegende dienstmeid neemt wraak, ook met de stoelgang als methode. Ze bakt mevrouws favoriete chocoladecake, kijkt hoe die twee punten weg schranst en onthult dan dat ze haar stront erin meebakte: „Eat my shit!”

Het is allemaal wel komisch, maar het is ook alsof Spike Lee nooit furore maakte. Alsof Michael Matthews nooit vaststelde dat er eindelijk iets gebeurde in de Amerikaanse film dat hem persoonlijk aanging.

Regisseur Taylor laat ons wel uitbundig genieten van landhuizen met pilaren en vintage auto’s met vinnen. Hij zoomt in op de spectaculaire outfits van de blanke vrouwen en op de schilderachtig nette armoe in de zwarte wijk. Ja, daar is wat huiselijk geweld – buiten beeld. Bijna alle zwarte mannen en zwarte vrouwen zijn vriendelijk, wijs en waardig. En waar nodig grappig.

Het is of ik kijk naar een echo van het klassieke Gone With the Wind (1939). Sputterend het korset van haar bazin Scarlett O’Hara dichtveterend, nam de zwarte kamermeid Mammy zowel de waardigheid van haar ras voor haar rekening, als de broodnodige komische noot van de film. Clownesk en met een hart van goud, zo worden in The Help ook de moederlijke dienstmeid Aibileen en haar collega’s afgebeeld.

Ik denk aan Passion Fish (John Sayles, 1992), waarin een afgedankte, want invalide geworden televisiester in Louisiana een zwarte vrouw in dienst neemt als privéverpleegster. Tegen de klippen op ontwikkelt zich een verstandhouding tussen die twee. Een soort wapenstilstand. Reëel, gevoelig, en zonder noodzaak om de zwarte vrouw edel voor te stellen.

Recentelijk zette Precious (2009) uiteen hoe blanke goeiigheid als die in The Help weinig heeft betekend. Hier is de ‘meid’ een obese tiener uit een asociaal incestgezin in een grotestadsappartement. Niet haar mevrouw, maar haar moeder buit haar uit en die moeder is zelf ook een slachtoffer van misbruik. Het meisje wordt gered. Misschien. De film is emotioneel, maar sentimenteel hoeft niet.

The Help is daarentegen gretig gevoelig. Alsof hij hoopt dat het publiek, door tranen verblind, niet opmerkt dat er nogal wat aan stuitende codes onopgelost blijft.

Maar hoe verging het James Meredith?

Die maakte zijn studie af onder politietoezicht, en onder grootscheeps gepest van zijn studiegenoten. Hij werd politicus en een gezicht van de Amerikaanse zwarte burgerrechtenbeweging. In juni 1966 organiseerde hij de beroemde mars van Memphis, Tenessee naar Jackson, Mississippi, om de zwarte bevolking bewust te maken van hun stemrecht. Onderweg werd hij neergeschoten. Maar hij hees zich op de been en liep de mars uit. Hoe die demonstratie heette? De March Against Fear.