'Zo vreselijk somber'

Twee markante mannen, Václav Havel en Christopher Hitchens, stierven en beiden brachten mij de voortreffelijke Dordtse dichter Jan Eijkelboom (1926-2008) in herinnering.

Eijkelboom schreef al in 1991 in zijn bundel Hora Incerta een fraai gedicht over Havel zonder zijn naam te noemen. Het heet Nu de literati.

Nu de literati staatshoofd worden,

zij die, toen iedereen moest zwijgen,

bleven spreken en schrijven

alsof het gedrukt stond,

wordt het tijd te gaan twijfelen

aan wat Auden eens schreef:

for poetry makes nothing happen.

De poëzie legt pas weer het loodje

als het bevrijde volk zich stort

op spijkerbroek en video.

Het enige wat dan nog moet gebeuren

is dat de schrijver weer afdaalt

naar zijn toren.

Een profetisch gedicht. Het bevrijde volk zou zich inderdaad op spijkerbroek en video storten, Tsjechoslowakije werd gesplitst en Havel daalde aan het einde van zijn leven af naar zijn toren om nog één toneelstuk, Het Vertrek, te schrijven.

De Engelse schrijver Christopher Hitchens stierf in Houston, Texas, aan slokdarmkanker kort nadat zijn schrijversvriend Ian McEwan hem daar enkele dagen gezelschap had gehouden. In The New York Times beschrijft McEwan hoe hij zijn vriend in het ziekbed aantrof: nog altijd verslaafd aan het leven.

„Hij was niet geïnteresseerd in ziek zijn. Hij wilde er niet over praten.” Hij wilde ook geen bloemen en druiven, hij wilde conversatie en aanwezigheid. Als hij uit zijn morfineroes wakker werd, praatte hij over alles wat hem altijd had beziggehouden: boeken en politiek.

Tot zijn laatste snik wilde hij aan het werk blijven. Op zijn ziekenhuiskamer werd een bureau geïnstalleerd waaraan hij zijn laatste stuk kon schrijven: 3.000 woorden over een biografie van Chesterton. „Als mensen over de journalistiek van Christopher praten, zal ik altijd aan dit moment denken”, schrijft McEwan.

Hitchens zette door, zijn hoofd soms op zijn borst, de ogen gesloten. McEwan: „Zijn toewijding was gepassioneerd, hij verraadde zijn vak nooit. Hij was de ideale schrijver, de briljante vriend.”

McEwan zette zich aan het ziekbed om zijn vriend het lange gedicht The Whitsun Weddings van de Engelse dichter Philip Larkin voor te lezen. Jan Eijkelboom heeft het onder de titel De Pinksterbruiloften vertaald in zijn bundel met Larkin-gedichten uit 1983. Als treinreiziger op een Pinksterdag ziet Larkin tot zijn verbazing op allerlei stations pasgetrouwde stelletjes, uitgewuifd door de familie, de trein instappen.

In Londen zullen ze zich verspreiden, ieder op weg naar zijn eigen bestemming. Larkins slotregels: And as the tightened brakes took hold, there swelled/ A sense of falling, like an arrow-shower/ Sent out of sight, somewhere becoming rain. Eijkelboom vertaalde het zo: En toen de remmen pakten, was het als viel/ er iets, een pijlenvlucht die uit het zicht werd/ afgeschoten, ergens veranderend in regen.

Hitchens mompelde bij die regels vanaf zijn ziekbed: „Het is zo somber, zo vreselijk somber.” Vooral die laatste drie woorden.

McEwan was het niet met hem eens, hij zag het eerder als een open einde. Maar toen hij alweer terug was in Engeland, liet Hitchens hem nog eens per mail weten dat hij dat somewhere becoming rain maar pessimistisch vond. Hij wilde het liever zo lang mogelijk droog houden.

    • Frits Abrahams