Wie naar Sternfelds werk kijkt wantrouwt het oog

Fotografie

Joel Sternfeld: Color Photographs Since 1970. T/m 14 maart in Foam, Keizersgracht 609, Amsterdam. Inl.: foam.org *****

Het is moeilijk het beeld van je netvlies te krijgen als je er eenmaal je oog op hebt laten vallen. Bij een groentestalletje in McLean, Virginia zoekt een brandweerman rustig een geschikte pompoen uit. Om hem heen liggen talloze overrijpe exemplaren, die mooi contrasteren met het groengele gras. Achter het kraampje wordt het oranje van de pompoenen geëchood in een uitslaande brand. Met man en macht probeert de brandweer daar een vrijstaand houten huis te redden van de ondergang.

Het contrast tussen die serene voorgrond en die hectische achtergrond is krankzinnig. Dit kan niet echt zijn, denk je onmiddellijk. Dit is vast gefotoshopt, of op zijn minst in scène gezet.

Dat gevoel van ongeloof overvalt je bij vrijwel alle beelden op de meesterlijke overzichtstentoonstelling van Joel Sternfeld (New York, 1944) in het Amsterdamse fotografiemuseum Foam. Zijn foto’s zijn zo briljant gecomponeerd en zitten zo vol bizarre details dat je keer op keer je eigen ogen niet vertrouwt. Ligt daar echt een olifant in het midden van die tweebaansweg in Woodland, Washington? Is daar werkelijk een auto begraven in die ravijnwand in Rancho Mirage, Californië? En zie ik het goed dat achter die verhuiswagen in een gloednieuwe buitenwijk in Gresham, Oregon, tussen de zojuist uitgeladen spullen, een vrouw haar kind de borst geeft?

Joel Sternfeld hoort, samen met William Eggleston en Stephen Shore, tot de generatie Amerikaanse fotografen die in de jaren zeventig voor het eerst louter in kleur gingen werken. Beïnvloed door de kleurtheorieën van Bauhaus-kunstenaars als Johannes Itten en Josef Albers, richtte Sternfeld vanaf 1970 zijn kleinbeeldcamera op het alledaagse Amerikaanse leven om daar vervolgens de meest onalledaagse en ongerijmde taferelen uit te filteren. Later, vanaf 1979, kon hij dankzij een beurs van het Guggenheim Museum een technische camera kopen en jarenlang in zijn Volkswagen-busje kriskras door Amerika reizen. Het resulteerde in de serie American Prospects (1979-1983), een reeks duizelingwekkende tableaus die nog altijd het hoogtepunt van zijn oeuvre vormt.

Lopend langs die foto’s snap je opeens waar kunstenaars als Jeff Wall of Gregory Crewdson hun inspiratie vandaan hebben gehaald. Ook zij hebben oog voor de surrealistische momenten uit het leven en leggen die vast in beelden die meer op schilderijen lijken dan op foto’s. Het grote verschil is alleen dat zij hun foto’s tot in de puntjes geregisseerd hebben, terwijl Sternfeld zijn scènes – echt waar – zo heeft vastgelegd als hij ze aantrof.

In Foam is veel ruimte voor het onbekende vroege werk van Sternfeld, die begin jaren zeventig, destijds zelf nog een twintiger, vooral veel feestende leeftijdgenoten portretteerde. Ook toen al had de fotograaf een feilloos oog voor detail, zo blijkt uit deze intieme foto’s. Ze tonen roodverbrande schouders en oplichtende blonde haartjes op gebronsde benen. Ze zoomen in op een sixpack Budweiser dat geklemd zit tussen een ruitjesbroek en een aktetas, of op de poriën van een zwarte nek onder een glimmende hoed en een hawaïhemd.

Zijn leven lang heeft Sternfeld een voorkeur gehad voor freaks en anderszins prettig gestoorden. Hij ving hun getekende gezichten en hun gewatergolfde kapsels in de straten van de grote steden, terwijl ze zich naar hun werk haastten, te voet of in een fraaie Amerikaanse slee. Maar met de serie Stranger Passing (1987-2000), afgedrukt op enorme formaten fotopapier, plaatste hij deze anonieme Amerikanen pas echt op een voetstuk. De daklozen, de hippies, de boeren en de aerobicsleraressen – Sternfeld portretteerde ze ten voeten uit, zoals August Sander dat voor hem en Rineke Dijkstra dat na hem deed. Ze staan bevroren in hun dagelijkse omgeving, bij het tankstation of de supermarkt, naast een uitgeblust kampvuurtje of tussen de maïsoogst. En steeds staren ze ons doordringend aan; trots, zelfverzekerd, mooi.

In recentere series als Sweet Earth (1993-2005, over alternatieve woongemeenschappen) en When it Changed (2005, over de klimaatconferentie in Montreal) ontpopt Sternfeld zich steeds meer als een politiek geëngageerd fotograaf. Het zijn foto’s die, hoewel vaak nog steeds spectaculair qua formaat, minder verbluffend zijn wat betreft onderwerp. Zijn uitgangspunt voor de serie Oxbow Archive (2005-2007) zou je zelfs uitgesproken saai kunnen noemen. Jaar in jaar uit en door de seizoenen heen legde hij hiervoor een koren- en aardappelveldje in East Meadows, Northampton vast om zo de klimaatverandering zichtbaar te maken. Het effect is uiteraard maar nauwelijks af te lezen aan de foto’s, maar voor Sternfeld is zo’n aanleiding genoeg om er een visueel overdonderende serie van te maken.