Wie auto rijdt, overschat reistijd van trein en bus

Wie in de auto zit, denkt dat treinen met een slakkengang door ons land kruipen. Automobilisten overschatten de tijd die het kost om met het openbaar vervoer een bestemming te bereiken met de helft. Dat blijkt uit onderzoek van gedragseconoom Job van Exel. Vandaag promoveert hij aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Van Exel gebruikte voor zijn onderzoek gegevens van MORA, een grootschalige verkeersenquête die elke vijf jaar in de regio Amsterdam wordt afgenomen door Rijkswaterstaat. Automobilisten werd onder andere gevraagd hoe lang hun autorit duurde, en hoe lang zij dachten dat het zou duren om hetzelfde traject met het openbaar vervoer af te leggen. Van Exel vergeleek die schatting met de daadwerkelijke reisduur, zoals de website van 9292ov die aangaf.

„De reistijden met het openbaar vervoer zijn nu eenmaal wat langer”, zegt van Exel aan de telefoon, „maar automobilisten doen daar nog een schepje bovenop. Ze denken dat reizen met het ov ruim twee keer zo lang duurt als een autorit. Dat klopt niet.”

Automobilisten maakten een realistischere inschatting wanneer zij zelf vaker van het openbaar vervoer gebruik maken. Ook files maakten de trein en bus aantrekkelijker: bestuurders die tijdens spitsuren onderweg waren, schatten reistijden met het openbaar vervoer lager in.

Uit een computermodel bleek dat door accurate reisinformatie meer autorijders het openbaar vervoer overwegen. „Om een beter beeld te geven van de kwaliteit van het openbaar vervoer, zou je bijvoorbeeld een ov-proefperiode aan kunnen bieden”, zegt van Exel. „Verstokte automobilisten trek je daarmee de auto niet uit, maar er zijn wellicht reizigers die daar gevoelig voor zijn.”