Uit de Sahel komt nooit goed nieuws

De Sahel is in een halve eeuw kaler en droger geworden, zeggen Amerikaanse onderzoekers. Maar hun waarnemingen stemmen helemaal niet zo somber.

Senegal, region of Kebemer city (south of St. Louis) women of Peul ethnic group in the sand desert hemis.fr

En weer komt er slecht nieuws uit de Sahel. De boombedekking en de diversiteit aan boomsoorten zijn er door de toegenomen droogte afgenomen. Ook bevolkingsdruk en uitbreiding van het landbouwareaal kunnen daarop van invloed zijn geweest. Maar de kans dat het een klimaateffect is, is statistisch het grootst. Mondiale actie zou de ecologische veranderingen het hoofd kunnen bieden.

Aldus de samenvatting boven een artikel over boomgroei in de Sahel in het komende nummer van de Journal of Arid Environments. Wetenschappers uit de VS en Mauretanië beschrijven er het onderzoek dat tot deze conclusies leidde. Een partij luchtfoto’s uit 1954 van de Franse topografische dienst kon worden vergeleken met Ikonos-satellietopnamen uit 2002. De waarnemingen werden geverifieerd met veldonderzoek ter plekke.

Sahel is de aanduiding voor het savanne-achtige gebied ten zuiden van de Sahara dat zich uitstrekt van de Atlantische Oceaan tot aan Ethiopië. Het ligt tussen 10 en 15 graden noorderbreedte. In het reusachtige gebied liggen typische Sahellanden als Senegal, Mauretanië, Mali, Burkina Faso, Niger, Tsjaad en het zuiden van Soedan. De regen valt er doorgaans tussen juli en september. De bevolking leeft er van landbouw en veeteelt; de veeteelt vaak nog extensief door nomadische herders.

De Sahel is berucht geworden door de dramatische droogte die er in de jaren zeventig en tachtig heeft geheerst. Na een ongekend vochtige periode tussen 1950 en 1960 nam de regenval er plotseling sterk af. Het leidde tot hongersnood, sterfte en een volksverhuizing van bijbelse allure. Pas eind jaren tachtig trad weer herstel van de gewone regenval op. De catastrofe heeft veel internationale wetenschappelijke samenwerking op gang gebracht. Men is alert op de eerste tekenen van herhaling.

De luchtfoto’s en satellietopnames uit Senegal en Mauretanië die Patrick Gonzalez en collega’s vergeleken, geven de toestand weer uit een ongewoon vochtige periode (1954) en die na een ongewoon droge periode (2002). De uitkomst kan niet verrast hebben. Dat uit interviews met dorpoudsten uit kleine dorpjes in het hele Sahelgebied naar voren komt dat tussen 1960 en 2002 de diversiteit aan boomsoorten afnam, en dat een verschuiving naar droogteresistente bomen heeft plaatsgevonden, was ook voorspelbaar. De waarde van het artikel van Gonzalez schuilt hoogstens in de bescheiden statistische exercitie die aantoont dat de kans dat het boomverlies door klimaatverandering komt groter is dan de kans dat intensievere landbouw en veeteelt schuld hebben.

Opmerkelijk is dat koste wat kost ongunstig nieuws lijkt gedestilleerd uit waarnemingen, zelfs van de onderzoekers zelf, die allesbehalve somber stemmen. Zoals uit neerslagstatistiek blijkt, heeft de regen in de Sahel zich sinds 1985 weer geleidelijk hersteld, nagenoeg tot op het gemiddelde niveau voor de afgelopen eeuw. In overeenstemming daarmee is het gebied, zoals dat vanuit satellieten met speciale sensors wordt geregistreerd, sinds de jaren tachtig aanmerkelijk ‘groener’ geworden. Dat is vooral te danken aan de kruidlaag, die in de Sahel uit grassen bestaat. Bomen reageren trager, maar ze reageren wel: in een van de twee onderzoeksgebieden in Senegal nam de boomdichtheid na 1990 aantoonbaar toe. Landbouw, tuinbouw en veeteelt hebben zich in de Sahel ook weer grotendeels hersteld.

Het is een mysterie waarom westerse deskundigen maar blijven oproepen tot mondiale steun aan de Sahel omdat het ‘mis’ dreigt te gaan. Dat de Sahara naar het zuiden oprukt, dat er klimaatoorlogen dreigen en dat, bij voorbeeld, het Tsjaad-meer droogvalt door het uitblijven van de regen. De Sahara rukt niet op, de oorlog in Darfur had niets met droogte te maken en het Tsjaadmeer valt droog door ondoordachte irrigatie.

Er blijkt ook een groot verlangen om de ontwikkelingen in de Sahel in verband te brengen met het broeikaseffect. Als niet de afnemende regenval tussen 1960 en 1985 als gevolg van het broeikaseffect wordt beschreven, is dat wel het geval met het herstel van de regenval na 1985. In werkelijkheid, zo is onlangs aangetoond (Science, 17 april 2009), past de afwisseling van natte en droge perioden, zoals die in de afgelopen eeuw is gezien, in een natuurlijk ritme dat al duizenden jaren bestaat. Het bleek uit onderzoek aan sliblaagjes in een meer in Ghana. De regenval in de Sahel wordt voornamelijk gestuurd door de temperatuur van het zeewater in de Atlantische Oceaan.

Het is mogelijk dat beelden van hongersnood en droogte uit de ‘hoorn’ van Afrika (Ethiopië en Somalië) worden verward met oudere beelden van ellende uit de Sahel. Maar in de Sahel heeft zich al twintig jaar geen klimatologische ramp meer voorgedaan. Volgens het laatste IPCC-rapport, van 2007, voorspellen de meeste klimaatmodellen tot aan 2090 geen bijzonder verlies aan regen.

    • Karel Knip