Telecomfusie VS van de baan

Het grote Amerikaanse telecombedrijf AT&T, geeft de pogingen op om T-Mobile over te nemen. Een bod van 39 miljard dollar sneuvelt.

Het nieuws mag dan afkomstig zijn van de andere kant van de oceaan, ook Nederlandse bellers zullen merken dat de beoogde overname van T-Mobile in de Verenigde Staten niet door gaat. Want hoe meer geld moederbedrijf Deutsche Telekom moet investeren om de concurrentieslag in de Amerikaanse markt aan te gaan, des te minder is er over om de kwaliteit van de Europese netwerken op peil te houden.

Het Amerikaanse telecombedrijf AT&T wilde graag zijn netwerk uitbreiden en deed in maart dit jaar een vriendschappelijk overnamebod van 39 miljard dollar (30 miljard euro) op T-Mobile USA. Maar gisteren trok AT&T zijn bod definitief in. Het neemt daarbij een boete van 4 miljard dollar op de koop toe, die het aan T-Mobile moet betalen.

In de zomer bleek al dat de Amerikaanse mededingingsautoriteiten het risico op concurrentievervalsing te groot achtten. De overname had wellicht door kunnen gaan als AT&T een groot deel van T-Mobile zou verkopen. Maar er waren geen gegadigden die voldoende wilden betalen. Daarnaast dreigde de overname op een slepende rechtszaak uit te lopen. Ook concurrent Sprint was tegen de overname, die van AT&T de marktleider zouden maken, groter dan Verizon. Sprint, de derde mobiele provider in de VS, was bang dat het tussen die twee ‘reuzen’ vermorzeld zou worden en dat de Amerikaanse mobiele markt in een duopolie zou veranderen. Dat argument woog zwaarder dan de lobby die AT&T op gang bracht: de overname zou goed zijn voor duizenden extra banen en snellere mobiele netwerken.

Voor Deutsche Telekom was het bod dat marktleider AT&T deed een chique manier om zich terug te trekken uit de lastige Amerikaanse markt, waar het zich als nummer vier moet concurreren op prijs.

De 39 miljard dollar was op papier al uitgegeven: een deel voor het terugkopen van aandelen, een deel voor noodzakelijke investeringen in de netwerken in Europese markten.

Aan beide kanten van de oceaan zitten de telecomproviders in de tang. Het is een verzadigde markt waarin de inkomsten dalen omdat internetdiensten bellen en sms’en vervangen. Tegelijkertijd eist de smartphone veel van de mobiele dataverbinding en is snel een (prijzige) verbetering van het netwerk nodig om verstopping te voorkomen. Dat was de reden dat AT&T überhaupt een bod op T-Mobile uitbracht: het bedrijf raakte verstrikt door de enorme overdosis aan iPhone-klanten en heeft dringend extra frequenties nodig. Nu de overname niet door gaat, probeert AT&T een roamingdeal te sluiten waarbij klanten ook de capaciteit van T-Mobile USA kunnen gebruiken.

De krimpende telecommarkt leidt tot bezuinigingen – in Nederland schrapte T-Mobile 7 procent van de banen – en uiteindelijk tot een consolidatieslag. Maar die wordt, zoals bij AT&T en T-Mobile, gedwarsboomd door een overheid die de concurrentie op de mobiele markt intact wil houden. De slappe concurrentie op de Nederlandse markt – drie mobiele providers die elkaar zelden uitdagen – lijkt de Amerikanen gelijk te geven.

Maar het zou zonde zijn als er alleen omwille van de concurrentie geen investeringen in het mobiele netwerk gedaan worden. Een beller schiet weinig op met spotgoedkope gesprekken die steeds wegvallen.