Product poldermodel moet er aan geloven

In de kranten deed ‘de sector’ via een advertentie gisteren en vanmorgen nog een laatste wanhoopspoging: schaf de productschappen niet af. Maar de vooruitzichten zijn niet hoopgevend voor de opstellers. In de Tweede Kamer vormde zich de afgelopen dagen een meerderheid voor een motie waarin het kabinet wordt opgeroepen om deze door de critici wel omschreven als „restanten van corporatistisch Nederland”, snel voor een belangrijk deel te ontmantelen. Er zou vanmiddag over worden gestemd.

Productschappen zijn zogeheten publiekrechtelijke organisaties waarin vooral de landbouw en voedingsindustrie over de hele linie verenigd zijn en die deels ook wettelijke taken uitoefenen. Bekende productschappen zijn die voor Vee en Vlees, Vis, Zuivel en Wijn. Deels zijn het ook belangenorganisaties. Behalve ondernemers zijn tevens vakbonden in de schappen vertegenwoordigd, waarmee deze van kort na de Tweede Wereldoorlog stammende organisaties wel als voorlopers van het ‘poldermodel’ worden beschouwd.

De VVD vindt dit model al jaren achterhaald en wil dan ook van de productschappen af. Het kabinet wil niet verder gaan dan een reorganisatie. De discussie legt de scheidslijn tussen oude en nieuwe politiek bloot. Voorstanders van het afschaffen zijn, behalve de VVD, ook PVV, SP en D66. GroenLinks aarzelde nog. Geharnaste tegenstanders van afschaffing zijn PvdA en CDA: partijen die direct na de oorlog tekenden voor de wederopbouw van Nederland en grote voorvechters waren van brede samenwerkingsverbanden waarin overheid, werkgeversorganisaties en vakbeweging gezamenlijk optrokken.

VVD, PVV en SP waren voor volledig opheffen van de schappen. Om de steun van D66 te verkrijgen, en daarmee een meerderheid, is voor een gematigder variant gekozen met nagenoeg dezelfde uitkomst.