Polderkoepels van driehoeken en glas

De architectuur kent ‘nauwe verwanten’: gebouwen die op elkaar lijken. In deze aflevering bespreekt Bernard Hulsman poldermoskeeën en muziekkoepels.

Toen in 2003 de eerste steen van de grote, traditionele Essalammoskee in Rotterdam werd gelegd, werd het wethouder Marco Pastors van Leefbaar Rotterdam te veel. Waarom moet een moskee altijd een koepel en een minaret hebben, vroeg hij. Maak eens iets anders dan een ‘heimweemoskee’, zo riep hij de Nederlandse moslims op, laat zien dat de islam verenigbaar is met de moderniteit!

Pastors werd op zijn wenken bediend door twee Nederlandse bouwkundestudenten van Turkse en Marokkaanse afkomst, Abdeluahab Hammiche en Ergün Erkoçu. Voor hun afstuderen ontwierpen ze een alternatief voor de Essalammoskee. Het was een neomodernistisch gebouw van glas en beton, met een grasdak waarop ook nog een windmolen moest komen. De poldermoskee doopten ze het.

Toch heeft Pastors oproep niet veel geholpen. De Rotterdamse poldermoskee werd nooit gebouwd. En net als de toch gebouwde Essalammoskee zijn de nieuwe moskeeën die sinds 2003 in Nederland zijn gebouwd, bijna allemaal ‘heimweemoskeeën’. Heel af en toe verschijnt er iets wat op een poldermoskee begint te lijken. Zoals in Haarlem, waar Turkse moslims in 2008 in de Minaretstraat de Selimiyemoskee en cultureel centrum lieten bouwen. De ontwerpers, de Architectenkamer, gaven de moskee een ‘eigentijds’ aanzien: de gebedsruimte is ondergebracht in een simpele doos die met veelkleurige leistenen is bekleed. Tegen de doos ligt een aanbouw met houten gevels, waarin een koffiehuis, lesruimtes en kantoren zitten.

De Selimiyemoskee is een halve poldermoskee. Weliswaar kreeg ook deze moskee een koepel en een minaret, maar die zijn niet klassiek. De minaret is nu nog een stalen staketsel, maar moet een dunne, spiraalvormige toren worden – geen gebruikelijke vorm voor een minaret. En de koepel, ‘symbool voor vrede en islam’, aldus de site van de moskee, is geen traditionele halfronde koepel, maar opgebouwd uit 30 gelijkzijdige en 10 gelijkbenige driehoeken van getint glas. „Veertig is het getal voor ‘voltooide voorbereiding’ of voor ‘het beste’”, zegt de site.

Maar hoe ongebruikelijk de koepel van de Selimiyemoskee ook is, toch heeft hij een nauwe verwant in Haarlem. Wie de recht van onderen genomen foto van de koepel bekijkt op de tentoonstelling Hollandse Hemels in Haarlem, ziet onmiddellijk waar de ontwerpers hun driehoekige koepel aan hebben ontleend: de muziekkoepel in de Haarlemmerhout uit 1984. Deze koepel, ontworpen door de onlangs overleden Haarlemse ex-stadsarchitect Wiek Röling, is niet precies hetzelfde – exacte kopieën komen in de architectuur tenslotte zelden voor. Rölings koepel is bijvoorbeeld opgebouwd uit 60 gelijkzijdige en 15 gelijkbenige driehoeken.

Op zijn beurt had Rölings ontwerp ook voorgangers. Al in de jaren vijftig kreeg de geniale Amerikaanse ontwerper Richard Buckminster Fuller het patent op zijn ‘geodetische’ koepel die is opgebouwd uit metalen driehoeken. In de loop der jaren zijn er over de hele wereld, van de Zuidpool tot de Noordpool, honderden gebouwd. Alleen al in Nederland stonden een stuk of acht geodetische koepels – de meeste zijn nu afgebroken.

Ook Buckminster Fullers koepel had oudere verwanten. Zo werd in 1926 werd het planetarium van Jena, naar een ontwerp van de architecten Schreiter & Schlag, helemaal opgebouwd uit stalen driehoeken. En nog eerder, in 1914, had de Duitse expressionist Bruno Taut voor een tentoonstelling van de Werkbund in Keulen een paviljoen met een koepel gebouwd van glazen ruiten. En een ruit, zo weet iedereen, bestaat uit twee driehoeken.

Hollandse hemels. Koepelfoto’s van Luuk Kramer. T/m 29 jan. in abc architectuurcentrum, Haarlem. www.architectuurhaarlem.nl

    • Bernard Hulsman