Oorlog is beter dan seks

Fotograaf Stanley Greene is verslaafd aan de oorlog. Daardoor kan hij geen goede relatie opbouwen.

De expositie Black Passport in Foam gaat over dit persoonlijke conflict.

„Ik denk dat je maar acht jaar positief kunt blijven. Als je er langer in blijft, verander je. En niet in een mooie vlinder.”

Greene (61) brengt al bijna twintig jaar oorlogen in beeld. De expositie Black Passport in het Amsterdamse fotografiemuseum Foam wisselt beelden van conflicten af met beelden uit zijn persoonlijke leven. „We worden motten”, staat er in een tekst van Greene op de muur van Foam geprojecteerd. „En wat een mot doet, die vliegt in de vlam.”

Vele vrouwen liet Greene in de steek, als hij weer op pad ging. Of zij lieten hem zitten. Black Passport portretteert een persoon die, getraumatiseerd door oorlogen en relatiebreuken, hunkert naar vrede en verbintenis. Een rauw leven.

„Ik was verslaafd aan drugs”, zegt Greene. „Het was chemische roulette; niet al mijn vrienden hebben het overleefd. Ik heb geluk gehad. Nu ben ik verslaafd aan de het overleven van oorlogen.”

Greene reist eerdaags af naar Nigeria, India, China en Pakistan voor een project over elektronisch afval en wacht ondertussen op groen licht om naar Syrië te gaan. „Bovenop het nieuws leven heeft iets romantisch. Erbij zijn, zoals toen de Berlijnse muur viel. Ook in Tsjetsjenië had ik het gevoel deel te worden van de geschiedenis. That’s the juice. De beloning voor die ene geweldige foto is beter dan seks.”

Het idee om ook persoonlijke elementen op te nemen in Greenes oorlogsbiografie, komt van grafisch ontwerper Teun van der Heijden die in 2009 het boek samenstelde waarop de expositie is gebaseerd. Het boek werd meerdere keren genomineerd voor belangrijke prijzen, zoals het Beste Fotoboek 2010 op het Fotobook Festival Kassel. Greene: „Teun heeft geweldig werk verricht. De keerzijde is dat sommige vrouwen die erin voorkomen, hebben geklaagd.” Een van de vrouwen had zelfs een advocaat in de arm genomen. Het kwam tot een schikking. „Anderen vrouwen voelden zich juist vereerd”, aldus Greene. „In het begin zagen ze het als een aantasting van hun privacy. Nu beschouwen ze het meer als erkenning voor hun rol in mijn leven.”

Greenes foto’s zijn soms vaag en onscherp, waardoor een schilderachtig beeld ontstaat. „Zo verbeeld ik mijn visie. Ik zie de wereld door de huid van een ui.” En het past bij zijn manier van werken. „Ik weet niet precies hoe een camera werkt, wel hoe een situatie voelt, en dat is wat telt. Een camera is een soort extensie van het oog naar het hart.”

Greene vatte in 2006 samen met de Nederlandse fotograaf Kadir van Lohuizen het plan op om een nieuw fotoagentschap op te zetten. Een jaar later werd in Amsterdam, met negen fotografen en Claudia Hinterseer als directeur, fotoagentschap NOOR opgericht. „We hebben een manifest getekend, waarin we onze ethische verantwoordelijkheid hebben vastgelegd. Ethiek vind ik belangrijk. Ik was een keer bijna getuige van een executie. Toen heb ik mijn camera laten zakken. Anders had ik de situatie verergerd. Dat is het niet waard. Photoshop gebruik ik hooguit om kleuren te verbeteren. Als je daarmee beelden van ellendige situaties gaat manipuleren, om artistieke redenen, dan behandel je een foto als kunst, terwijl er slachtoffers op staan.

„Als journalist heb je behalve lef ook hersenen en humaniteit nodig”, zegt Greene. „Velen hebben dat verloren, onder druk van de competitie.” Greene geeft een voorbeeld. „Een kind wordt geofferd. Zijn armen en benen worden eraf gehakt. De fotograaf komt in het dorpje aan na de begrafenis. Hij vraagt de ouders om een herbegrafenis, zodat hij foto’s kan maken. Er is een groot debat geweest over deze kwestie. Ziedend was ik. Deze fotograaf heeft de fatsoensgrens ver overschreden. Hij vond het belangrijk ‘om het verhaal te vertellen’. De arrogantie! Een dorpsbewoner had de gebeurtenis al op foto vastgelegd. Hoe vaak is het al voorgekomen dat journalisten onethisch werken, zonder dat we ervan weten? Er is geen politie die dat controleert.”

Als fotojournalist is het van belang om objectief een situatie in beeld te brengen, volgens Greene. Hij streeft ernaar onafhankelijk te blijven, maar geeft toe dat het niet altijd lukt. „In Tsjetsjenië sympathiseerde ik met de opstandige Tsjetsjenen. In Karabach voelde ik eerst sympathie voor Armeniërs die hun recht op een orthodox leven verdedigden. Later kwam ik erachter dat zij zelf ook een bloedbad hadden aangericht.”

De meeste conflicten gaan om verliezen en wreedheden, maar brengen zelden winaars voort, vindt Greene. „Politici denken niet goed na over de consequenties van hun beleid. Neem de val van de Berlijnse muur. Iedereen blij, maar er zijn daarna veel meer doden gevallen dan daarvoor, bijvoorbeeld in de zuidelijke staten van de voormalige Sovjet-Unie.”

Greene is besmet met hepatitis C. Hij zou die ziekte hebben opgelopen in Tsjaad, toen hij zich schoor met een besmet mes. Toch denkt hij nog niet aan rustig aan doen. „Verveeld raken is het begin van sterven. Ik voel me onrustig als ik niet werk. Ik verlang ondertussen nog steeds naar een relatie die beklijft. Alles draait om het risico nemen iets aan te gaan. Doen we dat niet, dan zijn we lafaards, gevangenen van onze verlangens.”

tentoonstelling

Black Passport

T/m 5 feb 2012 in Foam, Amsterdam. € 8,50. www.foam.nl

    • Hille Takken