Markt heeft 'zichtbare hand' nodig

De vrije markt heeft regels nodig, om te voorkomen dat we belanden in een systeem van casinokapitalisme. De crisis toont dat de economie groener moet, betogen Ruud Lubbers en Paul van Seters. Vierde deel in de serie over de vrije markt.

Adam Smith publiceerde op de kop af 235 jaar geleden zijn beroemde boek over ‘de rijkdom van naties’ – An Inquiry into the Nature and Causes of the Wealth of Nations. Dit boek geldt als de eerste systematische uiteenzetting over het idee van een vrijemarkteconomie. Voor Smith draaide deze economie eerst en vooral om eigenbelang. „Niet van de welwillendheid van de slager, brouwer of bakker verwachten wij ons middagmaal, maar van de overweging van hun eigenbelang. Wij doen geen beroep op hun goedheid, maar op hun eigenliefde, en wij onderhouden hen niet over onze behoeften, maar over hun belangen.”

De befaamde „onzichtbare hand” van Smith leidde er vervolgens toe dat al die private eigenbelangen bij elkaar opgeteld profijt opleverden voor de gemeenschap en zo dus het algemene belang dienden – ook al waren de slager, de bakker en de brouwer zich hier niet van bewust.

In 2011 leven wij niet meer in een wereld van individuele slagers, brouwers en bakkers en ook niet meer in een wereld van goed van elkaar afgeschermde natiestaten. De globalisering van de afgelopen dertig jaar heeft het kapitalisme – een term die in de tijd van Adam Smith nog niet bestond – en het hiermee vervlochten systeem van vrijemarkteconomieën grondig aangetast. Dit is niet zozeer zichtbaar geworden in de reële economie als wel in het financiële stelsel, dat in een diepe crisis is geraakt.

Sommige commentatoren, zoals Marcel Möring in de eerste aflevering van deze serie (op 5 november), leggen de verantwoordelijkheid voor deze crisis bij de vertegenwoordigers van de financiële sector. Zij joegen ongeremd achter hun eigen belangen aan. Greed is good. Anderen, zoals Frits Bolkestein in de tweede aflevering van deze serie (op 22 november), nemen het tegenovergestelde standpunt in. „Het was niet de markt maar de overheid die faalde.” Möring en Bolkestein hebben allebei gelijk, maar beschrijven ieder afzonderlijk slechts een deel van de olifant.

Van oudsher was de financiële sector onderschikt aan de reële economie. Banken en andere financiële instellingen waren onderworpen aan nationale toezichthouders. Vanaf het begin van de jaren tachtig heeft de opmars van de globalisering er evenwel toe geleid dat grenzen wegvielen. De financiële sector is een eigen leven gaan leiden, op mondiale schaal. De sector was niet langer dienstbaar aan de reële economie en aan de welvaart die daar werd gecreëerd. De sector dacht zelfstandig welvaart te kunnen creëren.

Tegelijkertijd leidde de ontwikkeling van informatie- en communicatietechnologie tot de introductie van extreem riskante nieuwe financiële instrumenten. Deze veranderingen plaatsten de sector praktisch buiten iedere vorm van toezicht. De uitkomst van dit alles is iets wat ook gevestigde economen omschrijven als een systeem van casinokapitalisme.

De financiële crisis toont ons het echec van het mondiale financiële kapitalisme. Op alle fronten – in de private sector, in de publieke sector en in de maatschappelijke sector – zijn dringend nieuwe initiatieven nodig om de uitwassen van het casinokapitalisme te beteugelen.

Dit is ook het interessante aan de onlangs gepresenteerde aanbevelingen van het Sustainable Finance Lab van Herman Wijffels en de zijnen. Deze negen aanbevelingen richten zich zowel tot de sector als tot de politiek. Tegelijkertijd is dit Sustainable Finance Lab natuurlijk een schoolvoorbeeld van een reactie vanuit de civil society, die mede tot doel heeft een verandering te bewerkstelligen in de samenleving zelf. In dit opzicht is het vergelijkbaar met Move Your Money, een initiatief van onder meer Arianna Huffington in de Verenigde Staten (in Nederland: Verhuis je geld), en met de Occupybeweging.

De eurocrisis wijst op de dringende behoefte aan vernieuwing en modernisering van de manier waarop de eurozone wordt bestuurd. Wat ons betreft zouden twee maatregelen verlichting moeten brengen.

Allereerst zou de eurozone, net als de afzonderlijke lidstaten ervan, moeten beschikken over twee monetaire autoriteiten – een Europese minister van Financiën, speciaal verantwoordelijk voor het wel en wee van de euro, en een president van de Europese Centrale Bank (ECB) met een volledig mandaat. Geen economie, dus ook niet die van de eurozone, kan zonder de inzet van twee onafhankelijke monetaire autoriteiten. Deze twee houden elkaar bij de les.

In de tweede plaats onderstreept de mondiale financiële crisis de noodzaak van een vernieuwing en modernisering van het bestuur van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). De stemverhouding binnen het IMF is niet meer van deze tijd. Het belang van de opkomende economieën dient te worden erkend, niet alleen van Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika, maar ook van landen als Turkije, Mexico en Indonesië. Als lid van de trojka (met de Europese Commissie en de ECB) speelt het IMF nu al een sleutelrol in de eurozone. Uitvoering van het plan-Witteveen – een speciaal IMF-fonds voor steun aan armlastige eurozone-landen – zou deze rol nog aanzienlijk versterken.

De wereld is dringend toe aan een zichtbare hand, die tegenspel kan bieden aan de anarchistische krachten van het casinokapitalisme, maar het lot van de wereld wordt ook bepaald door de noodzaak het casinokapitalisme om te buigen in een duurzame richting. Dit vergt een strategie van groene groei voor alle landen, op alle niveaus, zoals onlangs bepleit door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. Marktpartijen spelen hierbij een essentiële rol, zoals ook blijkt uit de kabinetsplannen voor een Green Deal, maar het zou een illusie zijn te denken dat de vergroening van de economie kan worden overgelaten aan de vrije markt. Het bijzondere van de Green Deal is juist dat het gaat om nieuwe vormen van samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.

Ruud Lubbers is oud-premier. Paul van Seters is hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg.

    • Ruud Lubbers
    • Paul van Seters