Kerk vernietigde tal van dossiers seksueel misbruik

De bisdommen hebben documenten en soms complete dossiers vernietigd die verwezen naar kindermisbruik. In drie van de zeven bisdommen gebeurde dat systematisch, in de andere incidenteel.

Ook zes van de negen onderzochte congregaties en ordes hebben systematisch ‘geschoond’. De meeste stukken zijn al jaren geleden verdwenen; in enkele gevallen is het mogelijk recent gebeurd.

Dat blijkt uit de bijlage van het eindrapport dat de commissie-Deetman vorige week heeft opgesteld over het seksueel misbruik van minderjarigen in de Rooms-Katholieke Kerk. In haar conclusies maakt de commissie hier geen melding van.

Het vernietigen van dossiers bevestigt berichten van vorig jaar. Toen gaf toenmalig bisschop Bluyssen van Den Bosch tegenover deze krant toe in de jaren 70 dossiers te hebben vernietigd. Ook de inmiddels overleden bisschop Ter Schure gooide belastende dossiers weg. Hij was bisschop van Den Bosch van 1985 tot 1998.

De bisdommen die systematisch stukken vernietigden, zijn Den Bosch, Breda en Roermond. In het archief van het bisdom Den Bosch werden door de commissie-Deetman helemaal geen stukken over zedenzaken meer aangetroffen. In Breda waren „duidelijke aanwijzingen” dat archivalia over ontspoorde priesters zijn verdwenen. In Roermond blijken alle gevoelige stukken tussen 1972 en 1995 verdwenen. In het jaar 1972 trad bisschop Gijsen aan. Hij bevestigde tegenover de onderzoekers dat in zijn opdracht de stukken zijn vernietigd.

Bij de andere bisdommen konden sommige dossiers of afzonderlijke stukken niet worden teruggevonden. Bij het aartsbisdom Utrecht doet „de afwezigheid van geschreven materiaal in bepaalde bekende gevallen van misbruik vermoeden dat af en toe een brief of aantekening al of niet opzettelijk buiten het archief is gehouden”, aldus de onderzoekers.

Ook congregaties en ordes hebben systematisch geschoond. Bij de salesianen gebeurde dat mogelijk onlangs nog. Dossiers van salesianen tegen wie aanklachten zijn ingediend, blijken leeg of geschoond. Dat geeft volgens de onderzoekers „te denken”.

De onderzoekers: „Frappante voorbeelden hiervan zijn die van een pater, naar wie vrijwel zeker in 1967 een intern onderzoek werd ingesteld en die in 2010 het misbruik (anoniem) in de media heeft toegegeven, en van een pater, tegen wie vele meldingen zijn binnengekomen, maar wiens dossier geen stukken meer bevat tussen 1958 en 1969, precies de periode waarop de meldingen betrekking hebben.”

    • Joep Dohmen