Hongaars hof remt regering af

In een nieuwe botsing met de regering van premier Orbán heeft het Hongaarse Constitutionele Hof gisteren drie omstreden wetten geheel of gedeeltelijk ongeldig verklaard.

Eerder op de dag riep de groen-liberale oppositiepartij LMP op tot een grote manifestatie vrijdag tegen „de dictatuur” van Orbán, die de tweederde meerderheid voor zijn rechtse partij Fidesz gebruikt om een aantal belangrijke maatregelen door te voeren.

Het Constitutionele Hof verklaarde gisteren delen ongeldig van de mediawet, die eerder al tot veel vraagtekens vanuit Brussel leidde en waartegen Hongaarse journalisten een reeks stakingen hebben georganiseerd.

De bepalingen dat journalisten verplicht kunnen worden hun bronnen te onthullen aan een door de regering gecontroleerde media-autoriteit, is volgens het Hof in strijd met de grondwet. Ook de bevoegdheid van de media-autoriteit publicaties te toetsen op mensenrechten en de menselijke waardigheid, zijn door het Constitutionele Hof geschrapt.

De wet op de godsdienstvrijheid, waarin het aantal religies dat aanspraak kan maken op financiële steun sterk is beperkt, heeft het Constitutionele Hof in zijn geheel verworpen wegens een onzorgvuldige parlementaire behandeling.

De Europese Commissie heeft daarnaast de Hongaarse regering gevraagd wetten op de financiële sector, die de onafhankelijkheid van de centrale bank zouden beperken, in te trekken, zo meldt de Hongaarse website Oribo vanmorgen. Wegens deze plannen hebben IMF en EU besprekingen in Boedapest eind vorige week afgebroken.

Het Hongaarse parlement heeft vanmorgen nieuwe bezuinigingen goedgekeurd, die nodig waren na tegenvallende groei en koersverlies voor de forint, de Hongaarse munt. (AFP, Reuters)