Hij wil 89 jaar worden, en thuis blijven wonen

Veel dementerenden willen zo lang mogelijk thuis wonen.

Het breekpunt voor opname, blijkt uit onderzoek, is niet de conditie van de patiënt, maar overbelasting van de partner.

Jacob Kunst is in zijn stoel in slaap gedut. Af en toe vangt hij iets op en dan mompelt hij met gesloten ogen: ja, ja. „Hé droppie, wakker worden!”, zegt Riet Kunst. Het is elf uur ’s ochtends en meneer Kunst moet die avond ook nog kunnen slapen. Mevrouw Kunst zorgt voor het dagelijks ritme van haar man en eigenlijk voor al zijn levensbehoeften. Zij helpt hem in hun moderne appartement in Spanbroek met aan- en uitkleden, met eten en naar de wc gaan. Ze brengt hem vier keer in de week naar de dagopvang en laat hem zo veel mogelijk bewegen. Dat is goed voor hem. Niemand begrijpt hoe mevrouw Kunst het volhoudt met haar 86 jaar. Haar man is 91 en zwaar dement.

Klagen doet ze niet. Elke avond, een half uur voor middernacht, drinkt het echtpaar een glaasje wijn. Daarna gaan ze naar bed. Echte gesprekken voeren ze niet meer. Woorden gaan zijn ene oor in en het andere uit. Maar ze zijn tevreden. „Ik ben heel blij dat we nog samen zijn”, zegt zij. „Ik blijf op de been omdat hij altijd zo lief is. Dat is houden van. Ik heb hem nodig. In een verpleeghuis zou hij verpieteren.”

„Wakker worden Jacob, er is visite!”, zegt mevrouw Kunst. Harriët Dubero is gekomen, eigenlijk vooral voor mevrouw. Dubero is verpleegkundige, 26 jaar en noemt zich ‘casemanager’ van het echtpaar Kunst. Een casemanager is een emotionele en praktische steun voor een dementerende én zijn partner, een functie die in opmars is. Een casemanager is alles in één: zorgverlener, adviseur, regelaar, aanspreekpunt, luisterend oor en controlerend oog.

Harriët Dubero, in dienst van de zorgorganisatie Geriant, zorgt dat dementerenden zolang mogelijk thuis kunnen blijven wonen door steun te bieden aan de mensen om de patiënt heen. Zij helpt de diagnose stellen, zoekt uit welke hulp er nodig is en regelt die. Zij leert de partner omgaan met het veranderende gedrag van de patiënt. Daarbij onderhoudt zij nauwe contacten met andere hulpverleners: huisarts, geriater.

Hans van Noorden, directeur bij zorgverzekeraar Univé-VGZ-IZA-Trias, zegt dat het mes aan twee kanten snijdt. Hij koopt deze zorg in. Niet alleen de patiënten zijn blij met de hulp aan huis, deze vorm van zorg spaart ook kosten uit omdat de periode in het verpleeghuis bekort wordt. De verzekeraar berekende hoeveel dat zou opleveren. „Als deze hulp in heel Nederland beschikbaar zou zijn, zou dat circa 200 miljoen euro per jaar besparen”, zegt Van Noorden.

Begin 2008 merkte mevrouw Kunst dat er iets veranderde aan haar man. Meneer Kunst is vrachtwagenchauffeur geweest en had zijn eigen zaak. In zijn vrije tijd maakte hij lange fietstochten. In 2008 fietste hij nog steeds. Ook haalde hij gewoon nog brood bij de bakker. Hulp van buiten had hij nog niet nodig. Tot hij in 2009 werd geopereerd en een delier kreeg, een plotse ernstige verwardheid. Vanaf dat moment gingen zijn hersenfuncties snel achteruit. Hij kreeg een paar beroertes en ging, zoals zijn vrouw het zegt, steeds verder terug in de tijd.

Na het delier schakelde het ziekenhuis casemanager Dubero in. Zij ging direct bij het echtpaar langs. „De intake doe ik meestal bij mensen thuis. In hun eigen omgeving zie ik snel wat ze nog kunnen en nodig hebben”, zegt ze. Kan de patiënt voor gasten nog koffie zetten bijvoorbeeld, is het een rommeltje in huis? Hoe gaan partners met elkaar om, hoe staat het met de veiligheid in huis, de administratie?

Het is de bedoeling dat een casemanager niet alles op zich neemt, maar dementerenden en hun mantelzorgers de weg wijst om het zelf te rooien. Zo organiseerde Dubero een gesprek met de kinderen van het echtpaar om te bespreken wie wat doet. Alles om opname zo lang mogelijk te vermijden. Opname is voor de patiënt niet fijn en bovendien duur.

Dementie is een van de grootste volksziekten aan het worden. Volgens de organisatie Alzheimer Nederland lijden er 250.000 Nederlanders aan. Nu al heeft meer dan 20 procent van de 80-plussers een vorm van dementie, waarvan alzheimer de meest voorkomende is. Door de vergrijzing komt het aantal patiënten in 2050 naar verwachting uit op ruim een half miljoen. Verreweg de meesten willen zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Het breekpunt voor opname, blijkt uit onderzoek, is niet de conditie van de patiënt, maar overbelasting van de mantelzorger.

Dubero heeft in totaal 65 cliënten. Die begeleidt zij van het begin tot het eind; vanaf de eerste tekenen van dementie tot de opname van de patiënt of tot zijn overlijden. Dubero bezoekt het echtpaar Kunst eens in de zes weken. Bij andere patiënten gaat zij slechts drie keer per jaar langs. Maar er zijn ook cliënten die ze elke twee weken ziet, of in tijden van crisis elke dag. De dementiepatiënten of hun partners hebben haar 06-nummer. Vaak wordt zij tussen de bedrijven door gebeld. Bijvoorbeeld als er zorgen zijn over een brief van een instantie.

Zo’n brief is vandaag ook het gespreksonderwerp. Het echtpaar Kunst heeft een persoonsgebonden budget gekregen. Daarmee kunnen ze een kennis inschakelen om meneer Kunst twee keer in de week te wassen. Met hulp van Dubero heeft mevrouw Kunst ook een andere subsidie gevraagd, voor een oppas zo nu en dan.

Fysieke hulp biedt Dubero niet vaak. Ze speurt vooral problemen op en regelt een oplossing. Verzorgenden voeren dat werk uit. Emotionele steun biedt zij wel. En ze geeft raad. „Mevrouw Kunst probeert haar man voortdurend bij de tijd te houden”, geeft Dubero. „Ze stelt hem vragen. Ook open vragen. Dat is lastig voor hem. Ik wijs haar erop dat gesloten vragen eenvoudiger voor hem zijn”.

Dubero ziet dat ze tot steun is, maar houdt het echtpaar scherp in de gaten. „Het is bewonderenswaardig wat mevrouw Kunst doet, maar ik heb wel zorgen. Zij heeft veel doorgemaakt.” „Sinds een half jaar ben ik wel enorm moe soms”, beaamt mevrouw Kunst. „Dan sta ik voor het aanrecht en zak ik door mijn benen. Ik ben bang dat de zorg te zwaar wordt.” Zij schiet haar man nog eens aan: „Hallo Jacob. Zeg eens, hoe oud wil je worden?”

Hij denkt na en zegt dan: „89.”

Zij: „Ben je nog een beetje gelukkig?”

Hij: „Jawel hoor.”

Zij: „Als je maar goed verzorgd wordt, hè?”

Hij: „Ja. Het gaat wel dacht ik.”

Ze ziet dat het tijd is om naar de dagopvang te gaan. Die bevindt zich een paar verdiepingen lager in het appartementencomplex. „Ik breng je naar je cluppie, Jacob.”

In een rolstoel duwt mevrouw Kunst haar man naar een zaal waar een tiental ouderen aan tafels zit met koffie en spelletjes. Hé Kunst, ben je daar weer, roepen ze in koor. Mevrouw Kunst geeft haar man een afscheidszoen en gaat voor een paar uurtjes haar eigen gang.

    • Antoinette Reerink