Gekweekte forel verandert door leven in gevangenschap

Al na één generatie in gevangenschap vertonen forellen belangrijke genetische verschillen met hun wilde soortgenoten. Door sterke selectie planten zij zich in gevangenschap beter voort, maar in het wild juist niet. Kweekforel van de eerste generatie krijgt in het wild ruim drie keer minder nageslacht dan wilde soortgenoten. Biologen van Oregon State University schreven dat gisteren in Proceedings of the National Academy of Sciences.

Wereldwijd bestaan er kweekprogramma’s om wilde vissoorten te ondersteunen, zowel voor visserij als voor natuurbescherming. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij de bedreigde West-Europese zalm. Miljarden gekweekte vissen worden jaarlijks in de natuur losgelaten. In het wild planten die zich minder goed voort dan hun wilde soortgenoten. Hoe dat komt, was tot nu toe onduidelijk. Er zijn verschillende mogelijke verklaringen geopperd, bijvoorbeeld dat gevangenschap voor vissen minder gezond is. Genetische aanpassingen aan gevangenschap waren tot nu toe niet overwogen, omdat de evolutie van nieuwe eigenschappen meestal erg langzaam gaat. Binnen één generatie hadden wetenschappers geen grote veranderingen verwacht.

De Amerikaanse visbiologen deden acht jaar lang onderzoek bij een dam in een rivier in Oregon (VS). Die dam is een onneembare barrière voor volwassen vissen die van zee terugkeren om in de rivier te paaien. De vissen moeten één voor één de dam worden overgezet. Daardoor konden de biologen bij iedere vis bloed afnemen voor verwantschapsonderzoek. In totaal kregen ze bijna 13.000 regenboogforellen in handen. Met enkele honderden exemplaren, zowel wilde als gekweekte, zetten ze een kweekproef op, waarbij ze de kwekelingen op éénjarige leeftijd terugzetten in de natuur, net als bij ‘gewone’ kweekprogramma’s. Dat ene jaar in gevangenschap bleek te zorgen voor sterke selectie. Terugkerende kwekelingen van de eerste generatie kregen in gevangenschap twee keer zoveel jongen als wilde forellen die in gevangenschap paaiden onder precies dezelfde omstandigheden. Dat duidt op genetische aanpassingen aan gevangenschap, aldus de onderzoekers. Maar in het wild was hun voortplantingssucces juist ruim drie keer lager dan bij wilde forellen die in het wild paaiden. Waar dat precies aan ligt, weten de biologen nog niet. Ze willen de genetische verschillen daarom nader onderzoeken.

    • Nienke Beintema