Eurozone is geïsoleerd

In Brussel domineert de opvatting dat Groot-Brittannië zich heeft geïsoleerd van Europa. In werkelijkheid isoleert de eurozone zich van de wereld. De eurozone is op zoek naar vers geld, maar investeerders blijven weg. De eurozone probeert via het Internationaal Monetair Fonds (IMF) geld te lenen uit de VS, India, China en Brazilië. Deze landen voelen hier weinig voor. Portugal heeft zelfs al aangeklopt bij Angola. De eurozone als bedelaar – wat een afgang.

Om de sfeer erin te houden, is het Berlaymont, het hoofdkwartier van de Europese Commissie, voorzien van een levensgrote slogan: „Naar een sterker Europees economisch bestuur.” Het doet denken aan plakkaten in de DDR: „Het vijfjarenplan is overtroffen.” Als bureaucratieën aan ‘communicatie’ doen, is het meestal pompeus en zelfverheerlijkend. Voorzitter José Manuel Barroso van de Europese Commissie noemt de Europese Unie „Stabiliteitsunie”, hoewel er permanent Europees crisisoverleg is. Euro-obligaties heten plotseling ‘stabiliteitsbonds’, hoewel obligaties die worden uitgegeven door een muntunie met een wegzakkende kredietwaardigheid allerminst stabiliteit brengen. De Europese Centrale Bank (ECB), die grote hoeveelheden Griekse rommelobligaties kocht, heet ‘Stabiliteitsbank’. Barroso noemt de eurozone intussen ‘stabiliteitszone’. Wie leeft hier in splendid isolation?

De Britse premier Cameron heeft zich losgekoppeld van dit toneelstuk. Het financiële zakencentrum in Londen, de City, is als een van de weinige centra in Europa verbonden met de wereldeconomie. De City kan zich meten met New York, Tokio en Singapore. In ruil voor medewerking aan een Europese verdragswijziging vroeg Cameron vrijstelling van de City voor de transactietaks die de Europese Unie wil opleggen aan de financiële sector. De EU hoopt hiermee 57 miljard euro binnen te halen, waarvan 40 miljard uit Londen. Het is logisch dat Groot-Brittannië de City, die 11 procent van het Britse bruto nationaal product oplevert, wil behouden. De eurozone smeekt om investeerders, maar het eerste geschenk voor hen is een belasting. Dan is Brussel ook nog verbaasd dat de animo voor de ‘stabiliteitszone’ zo laag is.

De eurozone kan in 2012 veel crisismomenten verwachten. De Europese bankensector blijft fragiel, ondanks de ‘succesvolle’ stresstests. Verlaging van de Franse kredietwaardigheid is een kwestie van tijd. President Sarkozy bereidt Frankrijk voor op het verlies van de AAA-status, met de woorden dat het effect „niet catastrofaal” is. Het nieuwe verdrag voor toezicht op de naleving van begrotingsdiscipline begint een hordeloop langs de parlementen van de deelnemende landen. In Ierland dreigt een referendum. In Duitsland zal een aantal professoren een klacht indienen bij het Grondwettelijk Hof tegen het Europees ‘Stabiliteitsmechanisme’, het permanente euronoodfonds dat volgend jaar van start moet gaan. Griekenland zakt intussen dieper weg in het economisch gat. Frankrijk kiest in mei een nieuwe president. François Hollande, de socialistische presidentskandidaat, is tegen het verdrag voor meer begrotingsdiscipline. Hij vindt dat de ECB euro’s moet bijdrukken. Intussen loopt in Spanje de jeugdwerkloosheid op naar 50 procent. Een generatie wordt beroofd van haar toekomst. Dit is opvallend veel turbulentie voor een stabiliteitszone.

Al komt de eurozone heelhuids door 2012, dan nog krijgen Europese leiders het kernprobleem niet onder controle: het verlies van concurrentiekracht. Zij maken weliswaar de juiste diagnose, maar dienen het verkeerde medicijn toe. Door de torenhoge staatsschuld is begrotingsdiscipline onvermijdelijk, maar waar moet economische groei vandaan komen?

Europese leiders moeten hun licht opsteken in... Israël! Dit land van 7 miljoen inwoners heeft meer bedrijven op technologiebeurs Nasdaq dan de Europese Unie met 500 miljoen mensen. Israël wordt een start-up nation genoemd, omdat het per capita meer startende bedrijven heeft dan Silicon Valley. Dit is opmerkelijk voor een land dat een quasisocialistisch beleid voerde. Mede-auteur Saul Singer van het boek Start-up Nation verwoordde onlangs de oorzaken van het succes: „Israël herkende de technologieniche en gaf die sector ruimte met niet-belemmerende regelgeving, lage belastingen en toegang tot risicokapitaal.”

Europa doet precies het omgekeerde: bureaucratisch centralisme met een grote subsidiemolen, gevoed door hoge belastingen. De transactietaks verjaagt de financiële dienstverlening naar Azië. Harmonisering van de vennootschapsbelasting, een ‘briljant’ Frans idee, leidt tot hoge tarieven. Het Europese klimaatbeleid met energiebelasting en emissietaks doet de winstmarge voor luchtvaartmaatschappijen verdampen en dwingt Europese bedrijven tot vertrek. De staalindustrie is al weggesmolten. Chemische bedrijven komen in ademnood, terwijl deze industrietak zorgt voor 64.000 arbeidsplaatsen in Nederland en 92.000 in Vlaanderen. De EU smoort de ondernemersgeest en beschadigt concurrentiekracht. De Europese Stabiliteitsunie wordt een taxation nation, met een uitzichtloze recessie tot gevolg.

Op middellange termijn wordt de eurozone dus geen stabiliteitszone, maar een stagnatiezone. Griekenland explodeert, de Mediterrane jeugd revolteert, Frankrijk demonstreert, Duitsland degradeert en de rest van de wereld observeert.

    • Derk-Jan Eppink