Europa komt 50 miljard tekort in bijdrage aan IMF

De Europese ministers van Financiën zijn er gisteravond niet in geslaagd om de beoogde 200 miljard euro op te halen voor het IMF. De eurolanden stellen zoals verwacht zelf 150 miljard euro beschikbaar voor in problemen verkerende eurolanden, maar Groot-Brittannië en andere EU-landen buiten het eurogebied wachten nog met een eventuele bijdrage. Nederland draagt bij via een lening van 13,6 miljard.

De extra IMF-leningen, waartoe gisteren tijdens een telefonische vergadering is besloten, komen bovenop het noodfonds (EFSF) waarin aanvankelijk 1.000 miljard euro zou moeten zitten. Die omvang heeft het nooit bereikt. De Europese ministers deden gisteren ook een oproep aan landen buiten Europa om een bijdrage te leveren. Met het geld om eurolanden in nood te helpen, trachten de ministers een beschermingswal rond grote landen als Spanje en Italië te bouwen om verdere escalatie te voorkomen.

Groot-Brittannië is niet tegen de inbreng van het IMF, maar wil dat de extra financiering deel uitmaakt van een wereldwijd akkoord. Ook zal het mislukken van de top op 9 december een rol hebben gespeeld, toen premier Cameron tot irritatie van andere landen een veto uitsprak over een nieuw verdrag. Groot-Brittannië wil nu volgend jaar in G20-verband een beslissing nemen.

Vier van de tien EU-landen die niet de euro als munt hebben, zijn mogelijk bereid een bijdrage te leveren. Het gaat om Tsjechië, Denemarken, Polen en Zweden. Landen die nu onderdeel zijn van een Europees reddingsplan – Griekenland, Portugal en Ierland – hoeven niet bij te dragen aan de lening. Duitsland levert met 41,5 miljard de grootste bijdrage.