Dit is slechts één indicator voor kwaliteit

In oktober werd het Dordtse Albert Schweitzer Ziekenhuis door weekblad Elsevier uitgeroepen tot beste ziekenhuis van het land. Een gedeelde eerste plaats met het Antonius in Nieuwegein en het Meander in Amersfoort. Vanochtend blijkt uit de HSMR-lijst dat patiënten in het Albert Schweitzer (score 106) en het Meander (110) een hogere kans maken te sterven dan in andere ziekenhuizen. Van die drie zit alleen het Antonius precies op de norm van 100.

Directeur John Taks van het Albert Schweitzer Ziekenhuis (750 bedden) wordt er niet nerveus van. „Het sterftecijfer is slechts één indicator voor kwaliteit. Al nemen wij de lijst wel serieus. We gebruiken zulke vergelijkingen als managementinstrument. Wíj volgen zelf al vijf jaar, per diagnose, hoe we het doen, in vergelijking met andere ziekenhuizen.”

Zo was het opgevallen dat in zijn ziekenhuis meer patiënten met bloedvergiftiging overleden dan elders. „We hebben geanalyseerd waarom dat was. Het proces hebben we aangepast en het aantal sterftes is fors verminderd.”

Twintig vooruitstrevende ziekenhuizen, zoals het Albert Schweitzer, kopen al een paar jaar vergelijkingen in bij een commercieel bureau. Die inzichten hebben volgens Taks onder meer geleid tot een ‘spoedinterventieteam’ voor de nacht. „Als een verpleegkundige een niet-pluisgevoel heeft over een patiënt, bijvoorbeeld wanneer zijn ademhaling opeens verslechtert, kan zij het spoed-interventieteam bellen. Altijd. Dat komt dan, naar alle afdelingen.”

Ziekenhuizen moeten niet vrezen voor ranglijsten zoals in Amerika en Engeland, vindt Taks. „Je moet ervan leren. Als je ergens slecht scoort, moet je bedenken: hoe leggen we dit uit en hoe gaan we het beter doen?”

    • Frederiek Weeda