Discokleding om penalty's te keren

Sommige keepers lijken door te slaan in hun kledingkeuze. Uit onderzoek blijkt dat de shirtkleur – met name rood – kan helpen om spitsen af te leiden. „In een zwart tenue val je minder op.”

Je ogen doen er pijn van: de keeperstenues in het betaald voetbal. Felgeel, knaloranje, lichtblauw, bordeauxrood, paars en felgroen. Volwassen mannen in discokleding uit de jaren tachtig, dat idee. Doelmannen zijn verplicht onderscheidende kleding te dragen, zodat je weet wie zijn handen mag gebruiken in het strafschopgebied. Maar sommige keepers in de eredivisie lijken een beetje door te slaan in hun kledingkeuze.

Afgelopen weekend waren er weer genoeg doelmannen in de eredivisie die in een heel opvallend tenue verschenen. De Belg Kenny Steppe van SC Heerenveen droeg in de met 5-1 verloren thuiswedstrijd tegen PSV een blauwgroen pak, met daaronder een zwarte thermobroek tegen de kou. Met wat schmink op had hij door kunnen gaan voor zwarte piet. En de Zweedse PSV-keeper Andreas Isaksson stak zich in een knalgeel shirt. Hij had iets weg van een verkeersregelaar met een fluorescerend hesje.

Remko Pasveer van Heracles is met zijn fel oranje tenue een van de meest in het oog springende keepers in de eredivisie. „Ik houd ervan in een fel shirt te spelen. Ik vind het belangrijk dat ik opval”, zegt hij. „Als de spits druk is, ziet hij in zijn ooghoeken de keeper staan. Ik hoop spitsen ermee af te schrikken, in een zwart tenue val je minder op.” Pasveer heeft de outfit zelf gekozen, uit een boekje van shirtsponsor Jako. Hij heeft altijd in felle kleuren gespeeld. Vorig seizoen droeg hij vaak een knalgeel tenue.

Net als Pasveer zijn er meer keepers die met een opvallend shirt de tegenstander proberen af te leiden. Zo draagt Petr Cech van de Engelse club Chelsea soms een feloranje tenue. „De kleur is een soort alarm dat voor aanvallers moeilijk te negeren valt”, zei de Tsjechische doelman in 2008. Ooit trok hij ook roze aan.

Een kleur als geheim wapen tegen aanvallers, het kan helpen, zo blijkt uit onderzoek van de Britse universiteit van Chichester uit 2010. Zij lieten veertig spelers allen twintig strafschoppen nemen tegen meerdere doelmannen, die geregeld van kleur shirt wisselden. Kleur bleek van invloed. Slechts 54 procent van de strafschoppen resulteerde in een doelpunt wanneer een keeper met een rood shirt op doel stond, tegen 69 procent (geel shirt), 72 procent (blauw shirt) en 79 procent (groen shirt).

„De penaltynemers zagen rood als bedreiging, waardoor ze meer aan zichzelf begonnen te twijfelen”, mailt sportpsycholoog Iain Greenlees, die betrokken was bij het onderzoek. „Als mensen rood zien raken ze bezorgd en angstig en proberen ze snel uit een situatie te komen. En de keepers voelden zich dominanter in het rood, waardoor zij meer strafschoppen stopten.”

Om spitsen af te schrikken moeten keepers dus rood dragen. Maar in de eredivisie maken weinig keepers gebruik van een rood tenue, ook omdat veel clubs een rood shirt voor de veldspelers hebben. Alleen Jeroen Zoet (RKC Waalwijk), de Pool Pawel Kieszek (Roda JC) en de Belg Yves De Winter (De Graafschap) spelen regelmatig in bordeauxrood. Sommige mensen in het voetbal zeggen dat een doelman juist niet moet opvallen, zodat een spits niet weet waar hij is.

Kleurrijke keeperstenues bestaan al sinds de begin jaren tachtig, zegt voetbalhistoricus Matty Verkamman. Voormalig Ajax-doelman Stanley Menzo viel in die tijd op met zijn groene, paarse en gele shirts. Befaamd vanwege zijn veelkleurige kleding is de excentrieke Mexicaan Jorge Campos. Hij droeg in de jaren negentig de meest fantasierijke shirts, die hij zelf ontwierp.

In de oertijd van het Nederlandse voetbal droegen keepers overigens nog hetzelfde shirt als de veldspelers, vertelt Verkamman. De voetbalhistoricus verwijst naar de teamfoto van de eerste officiële interlandwedstrijd van het Nederlands elftal (30 april 1905). Doelman Reinier Beeuwkes (1884-1963) had net als zijn ploeggenoten een wit shirt, met van de linker oksel tot de rechter heup een banier met de Nederlandse vlag. Prettig voor de ogen, vergeleken met de schreeuwende keepersshirts van nu. Maar niet zo handig voor het onderscheid. In die tijd kon je een doelman alleen herkennen aangezien hij een pet op had.