Dichter Tonnus Oosterhoff wint P.C. Hooft-prijs

Tonnus Oosterhoff/ De Bezige Bij Ellen Karelse

Vandaag is bekend geworden dat de dichter Tonnus Oosterhoff de P.C. Hooft-prijs heeft gewonnen. Aan deze oeuvreprijs, de belangrijkste literaire prijs in Nederland, is een bedrag verbonden van 60.000 euro.In de literaire wereld is met grote instemming gereageerd op de P.C. Hooft-prijs 2012 voor dichter Tonnus Oosterhoff. De jury heeft de literaire prijs aan Oosterhoff toegewezen, vanwege de ‘hoge mate’ van vernieuwendheid van diens poëzie. Oosterhoffs dichtwerk heeft volgens de jury ‘de Nederlandse dichtkunst van diverse keurslijven bevrijd, niet planmatig of vanuit een dichterlijke ideologie, maar door persoonlijke oorspronkelijkheid en het bijzondere talent van de auteur voor het vastleggen of liever gezegd juist beweeglijk maken van moeilijk benoembare sensaties.’

Oosterhoff (1953) zei vanmorgen desgevraagd wel rekening gehouden te hebben met de bekroning. ‘Ik dacht dat ik vroeger of later wel de P.C. Hooft-prijs zou krijgen. Het is dus vroeger geworden.’ Met zijn 58 jaar is hij een relatief jonge laureaat. Alleen Bernlef en Eva Gerlach kregen de prijs de afgelopen 20  jaar op jongere leeftijd. De dichter, die teruggetrokken leeft op het Groningse platteland, werd gisteravond op de hoogte gesteld, maar zat vanmorgen nog niet aan de champagne, maar gewoon aan de koffie. ‘Ik ben niet zo’n uitbundig type. Er is een mooie Britse serie over mensen die de voetbalpool hebben gewonnen, waarvan de meesten in de goot belanden. Slechts met een enkeling gaat het goed, dat wordt een patser. Ik hoop zelf ook aan de patserkant terecht te komen.’

Oosterhoff, eerder winnaar van onder meer de VSB poëzieprijs en de Jan Campertprijs,  geldt al jaren als een van de belangrijkste dichters van Nederland, zowel door zijn reguliere poëzie als door de bewegende gedichten die hij de laatste jaren maakte en onder meer op zijn website publiceerde. Zijn collega Ilja Leonard Pfeijffer noemde hem ‘een Nederlandse Homerus […], in wiens poëzie de sporen van oud en de tekenen van nieuw naast elkaar staan en het breekpunt zichtbaar is’.

Volgens Jos Joosten, hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen, staat Oosterhoff in de naoorlogse poëzie ‘met gemak op de hoogte van zijn grote voorbeeld Lucebert en Hugo Claus’. Oosterhoff weet volgens hem precies te doen wat poëzie moet doen: ‘Je snapt meteen wat hij bedoelt en vervolgens blijkt er iets te zijn wat net ontsnapt, waardoor je het altijd kunt blijven herlezen.’

Joostens collega Thomas Vaessens (Universiteit van Amsterdam) spreekt van ‘een prachtige benoeming, die ongelooflijk zinnig is voor de Nederlandse poëzie’. Vaessens pleitte zes jaar geleden al voor Oosterhoff toen hij zelf in de jury zat. ‘Hij is een dichter die veel mensen niet kennen, maar die door zijn speelse, vrolijke en slimme poëzie heel goed kan laten zien wat poëzie vermag. Zijn bewegende gedichten zijn voor mij even belangrijk als die op papier, waarschijnlijk hebben we het over enkele decennia nog steeds over die vernieuwing.’

Het werk van Oosterhoff is onder meer vertaald in het Engels en Frans. De deze maand aangetreden directeur van De Bezige Bij, Henk Pröpper, is ‘blij en trots’ op de P.C. Hooft-prijswinnaar. ‘Tonnus Oosterhoff is ook in het buitenland al heel goed opgepikt. Zeker zijn bewegende gedichten zijn invloedrijk, er wordt ook veel aandacht besteed aan de vertaling daarvan.’

De P.C. Hooft-prijs wordt op 24 mei uitgereikt in Den Haag.

Vandaag in NRC Handelsblad meer over Tonnus Oosterhoff.