De puinruimer na het faillissement

Het aantal faillissementen stijgt. Ook Ginaf Trucks in Veenendaal redde het niet. Curator Noor Zetteler moest er vlak voor Kerst zestig man ontslaan. Een portret.

Europa,Nederland, Veenendal, 15-12-2011 Noor Zetteler , curator bij Wijn & Stael advocatenkantoor, betrokken bij het failliete bedrijf Ginaf Trucks in Veenendaal, in de lege productiehal .Foto Evelyne Jacq. Evelyne Jacq

Er staat een vreemde diersoort voor de kantine van Ginaf Trucks. Een curator. Vrouwelijk exemplaar, op suede laarzen opvallend lang. Ze wordt aangestaard door tientallen stevige kerels aan tafels die koffie drinken uit plastic bekertjes. Het valt stil als Noor Zetteler (36) op maandag om twee uur ’s middags het woord neemt. ,,Ik moet eerlijk toegeven, tot vorige week dinsdag had ik nog nooit gehoord van Ginaf Trucks’’, zegt ze. Vandaag is ze in Veenendaal om de ruim zestig werknemers te ontslaan.

Dinsdag is faillissementsdag. Op die dag verklaren rechtbanken bedrijven of personen die hun schulden niet kunnen betalen failliet. Om de brokstukken op te ruimen vraagt de rechter een faillissementsadvocaat om curator te zijn.

In de ochtend van dinsdag 6 december gaat de telefoon bij advocatenkantoor Wijn & Stael in Utrecht. ’s Avonds zit Zetteler als beheerder van een truckbedrijf op een verlaten industrieterrein. Snelheid is belangrijk. De schuldeisers en risico’s moeten op een rij worden gezet. Er is nog personeel voor een mogelijke doorstart. Tot middernacht overleggen zij en haar collega Bas Willemse met de directeur. „De verwarming was uit”, zegt ze. „ Logisch.”

Ginaf is in 1948 opgericht als Van Ginkel autofabrieken. Het is de Nederlandse marktleider in trucks voor de (mijn)bouw en zwaar transport. De cabines en motoren komen vaak van DAF, Ginaf ontwerpt en monteert het chassis. Sinds 1993 racen Ginafs mee in Parijs-Dakar. Klanten komen van Brazilië tot Indonesië. Zware jaren heeft het familiebedrijf altijd overleefd. Maar de malaise in de bouw wordt Ginaf fataal. Er is een schuld van een paar miljoen.

Eind november staat de bank ineens voor de poort met een aantal vrachtwagens en de politie. Productieleider Fred Elbertsen probeert ze nog buiten te houden. Boormachines, krikken, luchtslangen, verlengsnoeren; de bank neemt alles mee. De radio gaat uit, de monteurs kunnen naar huis. Iedereen zag het al een tijdje aankomen. Toch is het een daverende klap als je gereedschap wordt afgepakt, zegt Fred.

In de kantine is het personeel voor het eerst – misschien voor het laatst – weer bijeen. Er is vorige maand geen loon uitbetaald. Sommige jongens bellen Fred omdat ze geen boodschappen meer kunnen doen.

Zetteler kan niets garanderen. Alleen dat het UWV het loon maximaal zes weken doorbetaalt. Ze heeft een doos inschrijvingsformulieren van het werkbedrijf meegenomen, nog snel even opgehaald met de fiets. Ze moet vragen alle bedrijfsbezittingen in te leveren: administratie, bankpassen, laptops, telefoons. ‘Ik Facebook je wel’, zeggen mensen bij het afscheid op de parkeerplaats.

De curator is zakelijk en duidelijk. Ze legt uit dat de rechtbank – niet zij – het faillissement heeft uitgesproken. Dat ze geen banden heeft met overnamekandidaten. Dat ze met deze partijen kán onderhandelen over arbeidsplaatsen, maar dat niemand zeker is van zijn baan. Ze laat vallen dat ze dit werk twaalf jaar doet.

„Wat zonde dat we nu in deze situatie met elkaar verkeren”, zegt ze. „Zeker in deze tijd van het jaar had ik dat liever anders gezien.” En: „U kunt natuurlijk denken, mevrouw Zetteler, wat weet u als vrouw nou van trucks? Wat ik na een paar dagen wel kan zeggen: dit is een mooi bedrijf. En dat u hier met zijn allen bent gekomen, toont dat uw Ginaf-hart groot is, denk ik.” Dat meent ze ook echt, bevestigt ze later.

Af en toe maakt ze een grapje. Iemand vraagt of hij zijn leaseauto direct moet achterlaten. „Dat zou een beetje bot zijn. Dan moet u nu naar huis wandelen.” Een ander vraagt of hij zijn spullen uit zijn locker mag meenemen. „Als het privébezit is, kan dat. Als er een baar goud in ligt, heb ik daar meer moeite mee.”

Het personeel blijft rustig. Ze deed het goed, zeggen wat mannen met veel dienstjaren achteraf. „Ze is wel jong”. „Ja, maar zij voert voor ons de onderhandelingen. Vergis je niet. Die heeft haar op d’r tanden. ”

Ze krijgt ook wel eens andere reacties op dit soort dagen, vertelt ze. „Mensen die heel cynisch en kritisch zijn. Die moet je ook rustig en open antwoord geven. Als je begrip toont voor de onzekerheid, is de acceptatie meestal vrij groot.”

Bij omvangrijke faillissementen komt ze altijd langs. „Ik kan natuurlijk wel een brief sturen en zeggen, jongens zoek het maar uit. Maar mensen, zeker grote groepen, hebben er recht op dat je ze toespreekt. Wie is die Zetteler? Hoe ziet ze eruit? wat voor soort manager is ze?”

Zetteler studeerde rechten in Utrecht en kwam in 1999 bij Wijn & Stael binnen. Tien jaar later werd ze partner, dit jaar ook lid van het dagelijks bestuur van het kantoor. Ze werkt vier dagen – los van de avonden en weekenden. Ginaf is haar eerste grote zaak sinds de geboorte van haar derde kind in augustus.

Wijn & Stael is een middelgroot kantoor met 35 advocaten onder wie negen partners. Het bedrijf omschrijft zichzelf op de eigen website als ‘toonaangevend, modern en maatschappelijk betrokken’. Als je Zetteler vraagt hoe dat laatste zich uit, wijst ze op verenigingswerk en de sponsoring van een stichting voor arme kinderen in India.

Ze verwerpt – beheerst – het beeld dat curatoren graaiers zijn. „De indruk die media soms wekken is: als curatoren hun eigen salaris maar uit de boedel halen, dan is de zaak af. Dat is niet zo. In de rangorde van schuldeisers staan curatoren wel vooraan. Maar wij doen ook faillissementen waar veel tijd in zit, maar geen geld. Die handel je netjes af. Risico van het vak. Al doe je het natuurlijk voor de faillissementen die wel wat opleveren. Wij moeten onze secretaresses ook uitbetalen.”

Het is de rechtbank die faillissementen onder curatoren verdeelt. De criteria zijn: a) geschiktheid en b) wie aan de beurt is. „Ik ga ervan uit dat ze dat netjes doen.” Het tarief dat curatoren mogen rekenen wordt vastgesteld door Recofa, een werkgroep van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak. „Dat is dus geen commercieel tarief. Gewoon tarief X.” Voor dit jaar is het basistarief 198 euro per uur. Een beloning voor ervaringsjaren en voor de omvang van de boedel komt daarbij.

In een markt die ze niet kent, moet de curator Ginaf nu zo goed mogelijk proberen te verkopen. Eigenaar Evert van Ginkel en zijn financiële adviseur komen naar haar kantoor in Utrecht om hun verhaal te doen. Van Ginkel zit er stil bij. Hij kijkt in de tuin. Er huppelen twee eksters. Hij luistert. Wil af en toe zijn adviseur onderbreken. Nee Evert, jij hebt even zwijgplicht, zegt deze. Van Ginkels pensioen zit in het bedrijf plus een deel van zijn privévermogen.

Achteraf, ja achteraf had de aandeelhouder eerder moeten ingrijpen. Maar alles leek juist goed te komen. De overnamebesprekingen met een een buitenlandse partij waren vergevorderd. Totdat de schulden hoger bleken dan geraamd en de investeerders zich ineens terugtrokken. De financieel adviseur had er nog zo voor gewaarschuwd, zegt hij. Het zijn sluwe onderhandelaars, Evert. Ze leggen je op de fileertafel.

Tijdens een laatste bespreking op Schiphol begin november stortte alles in elkaar. De financieel adviseur maakte de buitenlandse onderhandelaars uit voor grote leugenaars. Het is al die tijd een spel geweest, denkt hij. Een failliet Ginaf zou vast voor een schijntje te koop zijn.

Zetteler leunt achterover en luistert vooral. Zij en haar collega Willemse maken aantekeningen met bic-pennen in blocnotes. Organogrammen met blauwe pijltjes. Bovenaan staat Ginaf Trucks, daaronder meerdere vennootschappen. Ze staat op en schenkt Van Ginkel koffie bij zonder te vragen.

Er is hoop. Ginaf heeft marktwaarde als specialist. De laatste innovatie, een hydraulisch aangedreven vooras voor extra trekkracht, zou potentie hebben. De interesse uit de internationale sector is opvallend, zegt Zetteler. De vraag lijkt niet of een doorstart mogelijk is, maar hoe snel. Al zal de curator dat niet bevestigen.

„Helder zijn naar alle partijen is belangrijk”, vindt ze. „ Als iets onzeker is, kun je beter zeggen dat je het niet weet. Ook met de mensen die ik inhuur, taxateurs bijvoorbeeld, maak ik altijd duidelijke afspraken over betaling. Jongens, er is nu nog geen geld. Ik verwacht het wel, maar het is er nog niet.”

Ook over dit artikel is vooraf een afspraak gemaakt. Geen informatie die de lopende onderhandelingen zou kunnen schaden. Eén foto wilde Zetteler liever niet. Een foto waarop ze lacht. „Dat is geen goed signaal naar de betrokkenen.”

Eppo König