Dat passend onderwijs is niet meer zo passend

Onder het mom van ‘passend onderwijs’ krijgen leerlingen met ernstige handicaps steeds minder begeleiding. Waarom prikt niemand dit frame door, vraagt Peter Knoers zich af.

De aandacht voor de effecten van het ‘passend onderwijs’, een project van minister Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA), neemt de laatste tijd weer wat toe. Besparingen op dit onderwijs blijken stevige gevolgen te hebben voor de werkgelegenheid. Zo’n vijfduizend leraren zouden hun baan verliezen.

Dit is geen nieuws. De sector heeft dit vanaf het begin duidelijk gemaakt. Wat mij in het debat over dit passend onderwijs het meest frappeert, is dat iedereen – ook politici, ook media, waaronder NRC Handelsblad – klakkeloos meegaat in het verhaal waarmee dit project wordt verkocht door de minister en haar coalitiegenoten. Spindoctors noemen dit een ‘frame’. Dit is een mooi verhaal waarmee een vervelende boodschap wordt opgeleukt.

Het verhaal van passend onderwijs wordt ons als volgt voorgespiegeld:

‘De laatste jaren zijn er allerlei zogenaamde afwijkingen vastgesteld als kinderen wat minder gemakkelijk leerden of lastig waren. Dit zijn moderne hobbyafwijkingen als ADHD, dyslexie of PDD-NOS, bedacht door vage therapeuten. Kinderen die hieraan leden, werden snel gestald in het speciaal onderwijs. Dit moet veranderen. Deze kinderen moeten, met wat extra begeleiding, weer naar normale scholen. Dit noemen we passend onderwijs.’

Dit frame beweert het tegenovergestelde van wat het doet. Het belangrijkste kenmerk van passend onderwijs is dat het juist niet past.

Laat ik een voorbeeld nemen uit de praktijk. Ik was deze week op bezoek bij een bestuur dat verantwoordelijk is voor achttien scholen voor speciaal onderwijs in het Oosten van het land. Deze scholen werken uitsluitend met kinderen met zware lichamelijke en/of meervoudige handicaps. Het zijn kinderen die zijn geboren met ernstige lichamelijke afwijkingen, met ontbrekende ledematen of niet functionerende ingewanden, met totale dwarslaesies. Of het zijn zwakzinnige kinderen – niet van die ‘grappige mongooltjes’, maar stevig zwakzinnigen, met IQ’s tot ver beneden de 50. Deze scholen hebben extra brede gangen, opdat de rolstoelen en bedden elkaar kunnen passeren. Wc’s hebben liften of kranen om kinderen op de wc te takelen.

Deze scholen verliezen dankzij ‘passend onderwijs’ de komende tijd een kwart van hun geld. Als gevolg hiervan verliezen 225 gekwalificeerde leerkrachten hun baan. Dit zijn 225 mensen die speciaal zijn opgeleid om te werken met deze zwaar gehandicapte kinderen en die vaak al vele jaren al hun energie geven aan deze kinderen.

De zwaarste gevallen zullen ook in de komende jaren op deze scholen blijven, maar passend onderwijs kort wel 10 procent op het personeel dat wordt ingezet voor de zwaarste gevallen.

Dit is een heel andere werkelijkheid dan we horen van de minister, van voorzitter Stef Blok van de VVD-fractie in de Tweede Kamer en van PVV-leider Geert Wilders. Ik vraag me weleens af wat hun kiezers zouden vinden van deze frontale aanval op de allerzwaksten in onze samenleving – ernstig gehandicapte kinderen.

Wordt het niet eens tijd dat iemand dit frame doorprikt? Ligt hier geen taak voor de journalistiek? NRC Handelsblad schreef vorige week nog over passend onderwijs: „Voor leerlingen die extra aandacht nodig hebben, bijvoorbeeld omdat ze aan ADHD lijden of dyslectisch zijn.” Misschien is het een idee om eens te kijken in de werkelijkheid.

Peter Knoers is adviseur organisatiestrategie.