Dag en nacht, voor eeuwig journalist

Hij was een journalist met een tomeloze energie, Theo Westerwoudt. Een katholiek die zich uitstekend staande hieldbij een liberale krant.

Landarbeider en journalist, meldt de overlijdensadvertentie in deze krant vandaag over Theo Westerwoudt. Dat verrast. Theo Westerwoudt, van NRC Handelsblad, die was toch altijd journalist geweest, 24 uur per dag, 7 dagen per week, jaar in jaar uit? Akkoord, op een paar ongelukkige uitstapjes naar de overheidsvoorlichting na dan.

Maar het klopt. Theo Westerwoudt, die afgelopen zondag na een kortstondige ziekte op 71-jarige leeftijd is overleden, heeft in de jaren vijftig zijn diploma’s behaald aan de Middelbare Landbouwschool en heeft zijn kennis praktisch en avontuurlijk benut door, nog als tiener, te gaan werken in de landbouw in Frankrijk en Canada.

Na terugkeer in Nederland ging hij aan de slag bij het Landbouw Economisch Instituut. Door er een nevenfunctie bij te doen, hij verzorgde in een dagblad een rubriek over sierteelt, ontwaakte de journalist in Theo Westerwoudt.

Theo Westerwoudt is vermoedelijk een van de aardigste en ijverigste journalisten uit de geschiedenis van NRC Handelsblad. Terwijl hij op de krant met een handicap begon. Het is althans niet overdreven om te stellen dat het voor een redacteur bij de liberale krant niet als aanbeveling gold dat hij rooms-katholiek was.

Dat was Westerwoudt en dat is hij gebleven. Bestand als hij was tegen de tijdgeest, van welke periode dan ook. Want hoe aimabel ook, hij had zijn standvastige trekken.

In 1969 begon hij zijn loopbaan bij de NRC, de Rotterdamse krant die een jaar later zou fuseren met het in Amsterdam gevestigde Algemeen Handelsblad. Westerwoudt had gereageerd op een advertentie van de NRC in het weekblad Vrij Nederland, waarin de functie van „een jonge verslaggever met grote belangstelling voor binnenlandse politiek” werd opengesteld.

Die interesse had hij zeker. Hij schreef niet alleen artikelen over sierteelt, maar was actief geworden bij wat hij discreet „een grote politieke partij” noemde, onder meer door medewerking aan haar periodieken. Die partij was natuurlijk de Katholieke Volkspartij, de KVP, een van de drie voorlopers van het CDA.

Westerwoudt werd als politiek columnist in de jaren zeventig ook een gezicht van de krant. Zijn loopbaan op de redactie, die enkele jaren werd onderbroken doordat hij woordvoerder werd bij respectievelijk het ministerie van Sociale Zaken en het hoogheemraadschap Delfland, kende een variëteit aan functies, passend bij zijn brede belangstelling.

Als chef van de redactie Binnenland en later Den Haag lukte het hem niet altijd om een nadeel te overwinnen dat daaruit voortvloeide. Hij kon zich maar moeilijk voorstellen dat er ook berichten bestonden die niet per se de krant hoefden te halen. Kiezen was niet zijn sterkste kant. Zijn motto was: „Het kan altijd korter.”

Voor zijn tomeloze energie – hoe passend dat hij later redacteur energie werd – was de krant te dun. De chef Economie noteerde in 1993 over hem: „Aan inzet heeft het Theo nooit ontbroken. Hij schrijft in recordtempo verhalen, variërend van nieuws tot uitputtende achtergrondartikelen.”

Als docent aan de PDOJ, de opleiding journalistiek aan de Erasmus Universiteit, liet Westerwoudt in de laatste jaren van zijn loopbaan, die hij in 2002 beëindigde, ook studenten profiteren van zijn ervaring.

Zijn collega’s op de krant zullen zich hem blijven herinneren als die energieke man die oprechte belangstelling voor hun persoonlijke beslommeringen aan de dag kon leggen. Een warm mens, vader, opa, overgrootvader, die het niet nodig vond om te koop te lopen met zijn eigen geschiedenis. Anders hadden ze het wel geweten, dat er een landarbeider op de redactie rondliep.