Chinees biedt veel, maar betaalt niet

Veilinghuizen zitten met de handen in het haar nu klanten de geveilde kunstwerken niet betalen. „Betaald krijgen is een voortdurende kwestie.”

Het duurste Chinese kunstwerk ooit geveild is ruim een jaar nadat het voor 51,6 miljoen pond (61,7 miljoen euro) is afgehamerd nog steeds niet betaald.

De rijkelijk versierde porseleinen vaas uit de Qing-dynastie was gevonden bij het opruimen van een zolder in de Londense voorstad Pinner en werd op 11 november 2010 aangeboden bij een antiekveiling van het kleine huis Bainbridges in Londen. De geboden prijs was ruim 50 keer zo hoog als waarop de vaas van tevoren was geschat.

Maar op betaling wordt nog steeds gewacht, vertelt een handelaar met kennis van de zaak, die graag anoniem wil blijven. Hoewel een deel van het bedrag is overgemaakt, ziet het er volgens hem niet naar uit dat de rekening snel zal worden voldaan.

Al langer bieden Aziatische klanten veelvouden van de richtprijzen voor zeldzame objecten gemaakt voor Chinese keizers. De 61,7 miljoen voor de Qing-vaas is tot nu toe wel het spectaculairste bedrag. Het stuk, dat is gemaakt in de tijd van keizer Qianlong (1711-1799), ging naar een agent die voor een Chinese verzamelaar bood.

Veilingmeester Peter Bainbridge verklaart dat hij „een geheimhoudingsclausule met de koper” tekende. Bainbridge wil niet bevestigen dat de koper de rekening nog niet heeft betaald, noch dat al wel een deel van het geld is overgemaakt.

„Zodra je een deel van het bedrag hebt ontvangen, zit je eraan vast”, stelt de Londense handelaar John Berwald. „Misschien hadden ze de overeenkomst moeten annuleren en de vaas opnieuw moeten aanbieden in Hongkong. Bij een nieuwe veiling zou die ten minste 20 miljoen pond waard zijn.”

Door de ervaring van Bainbridges met zijn koper vragen andere veilinghuizen nu voorschotten bij dure werken op veilingen van Aziatische kunst. De Parijse specialist in Aziatische kunst Pierre Ansas vroeg klanten die in maart dit jaar wilden bieden op een zegel en op een schildering op perkament uit de Qianlong-periode, om vooraf 200.000 euro te betalen, vertelt hij in een telefonisch interview.

Het perkament ging uiteindelijk weg voor een recordbedrag van 22,1 miljoen euro, het zegel voor 12,4 miljoen, beide naar Chinese klanten. Het geld voor de schildering was binnen drie maanden binnen. Maar voor het zegel is pas 2,2 miljoen betaald, aldus Ansas. „De koper heeft tot 10 januari om de rest te voldoen. Anders gaan we in maart opnieuw proberen het zegel te verkopen. De geschatte waarde wordt dan lager – misschien 5 tot 6 miljoen euro – en de eigenaren zullen de eerste koper aanklagen voor het verschil.” Mocht de eerste koper uiteindelijk niet over de brug komen, dan krijgt die de 2,2 miljoen die al wel was betaald niet terug, volgens Ansas.

De bieder was een handelaar uit Hongkong die een Chinese verzamelaar vertegenwoordigde. „Hij zei dat hij niet kon betalen, omdat zijn cliënt veel geld had verloren in China”, vertelt Ansas. „Met de economie gaat het momenteel niet zo goed. Het is een lastige situatie, en ik weet niet hoe we deze problemen van niet-betalen kunnen oplossen. De markt is erg speculatief geweest.”

Ook andere regionale Britse veilinghuizen als Woolley & Wallis en Duke’s vragen betalingen vooraf bij duurdere Aziatische stukken. „Betaald krijgen is een voortdurende kwestie voor alle veilinghuizen en handelaars”, stelt John Axford, hoofd van Aziatische kunst bij Woolley & Wallis in Salisbury. „We zijn ons beleid wat betreft onderpanden aan het herzien.” (Bloomberg)

    • Scott Reyburn