Bittere tijden voor geïsoleerd Noord-Korea

Huilend werd het verscheiden van Kim Jong-il aan het volk van Noord-Korea bekendgemaakt. Huilend ondergingen de Noord- Koreanen het nieuws. Rationaliteit is onbekend in het laatste land ter wereld waar de woorden ‘totalitair’ en ‘stalinistisch’ gepast zijn. De ‘geliefde leider’ is dood, leve de ‘grote opvolger’: dat was dus de tekst waarmee partij en leger de machtsoverdracht van de zaterdag overleden Kim Jong-il aan zoon Kim Jong-un in goede banen denken te leiden.

Of dat gaat lukken, moet blijken. Want niemand buiten Noord-Korea weet precies wat er in Pyongyang aan de hand is. Zelfs over de leeftijden van vader en zoon doen verschillende berichten de ronde. Kim Jong-il kan 69 of 70 zijn geworden. Kim Jong-un, die als ‘briljante kameraad’ en vicevoorzitter van de Centrale Militaire Commissie voorgesorteerd lijkt voor het opperste leiderschap, kan 27 of 28 jaar zijn.

Er zijn niettemin wel voortekenen dat de dynastie het niet makkelijk zal krijgen. Niet alleen is de derde zoon veel jonger dan zijn vader toen die het in 1994 overnam van de ‘eeuwige president’ Kim Il-sung, de stichter van de nationaal stalinistische Juche-ideologie die de Noord-Koreanen al zestig jaar verdrukt. Kim Jong-un erft ook een land dat aan de rand van de afgrond bungelt.

Terwijl de militaire top naarstig in de weer is met een kernwapen, crepeert het volk door armoede en gebrek. Serieuze bondgenoten heeft Noord-Korea ook niet meer. De buurlanden China en Rusland doen alsof ze de volksrepubliek protegeren ten opzichte van Zuid-Korea en Amerika. Maar eigenlijk is hun geduld op.

Als de leiding in Pyongyang nu geen stappen zet bij de hervorming van de collectivistische commando-economie, zou het land weleens kunnen gaan wankelen. Snoeiharde repressie en regelrechte honger zijn niet eeuwig te verzoenen. En instabiliteit met een atoombom is voor de hele regio levensgevaarlijk. Vandaar dat Kim Jong-il op zijn treinreizen naar China en Siberië steeds de boodschap meekreeg nieuwe wegen in te slaan. Voor de goede orde: economische, geen democratische wegen.

In 2012 zou de honderdste verjaardag van de Juche-ideologie moeten worden gevierd in voorspoed en geluk. Dat zit er niet in, zelfs niet als Kim Jong-un van de gelegenheid gebruikmaakt. Want het is de vraag of hij de tijd krijgt: van het volk, dat generaties lang murw gebeukt is, en van de legerleiding, waar ook machtsaspiraties leven. Dat soldaten en burgers nu massaal trouw zweren aan de twintiger zegt weinig.

De Noord-Koreanen verkeren in onzekerheid. Over hun materiële lot. En over de maatschappelijke leiding. Als cynisme de boventoon gaat voeren, kunnen het bittere tijden worden, nog bitterder dan ze al zijn.