Betogers nu straatterroristen

Het Egyptische leger zet de betogers op Tahrir weg als saboteurs. Het is onderdeel van een succesvolle poging steun bij het volk te winnen.

De mensen in Egypte moeten zich niet bekommeren om ,,een paar straatterroristen die het verdienen in Hitlers ovens te worden verbrand”. Dat zei gisteren generaal Abdel Moneim Kato, een adviseur van het departement morele zaken van het leger, over de betogers op het Tahrirplein die de afgelopen dagen met grof geweld door het leger zijn aangepakt.

Vrouwen zijn aangerand en op de grond liggende betogers geschopt en met stokken geslagen, zoals videofilmpjes hebben aangetoond. In totaal veertien mensen hebben sinds vrijdag de dood gevonden bij het geweld door leger en politie. Maar het leger is ook op public relations gebied in de aanval. De helden van de opstand tegen president Mubarak worden nu weggezet als straatschenders, drugsgebruikers en saboteurs.

,,Wanneer gebruikten de militairen geweld”, vroeg generaal Kato zich volgens de krant Al-Masri al-Youm af. ,,Toen [de demonstranten] probeerden het parlement en het Institut d’Égypte plat te branden”, antwoordde hij zichzelf. Dus om de staat te verdedigen.

Er is geen bewijs dat de demonstranten, die het opstappen van de regerende Opperste militaire raad eisen, hebben geprobeerd deze en andere gebouwen aan te steken, en de brandweer tegenhielden, zoals het leger zegt. Er zijn daarentegen aanwijzingen dat het uit de Napoleontische tijd stammende Institut d’Égypte, dat zaterdag afbrandde, in brand is gevlogen doordat militairen vanaf het dak brandbommen naar demonstranten beneden gooiden.

De uitspraken van generaal Kato, en beschuldigingen van andere generaals en van premier Ganzouri dat de betogers worden gestuurd door een ,,buitenlandse hand”, zijn bedoeld om de demonstranten in diskrediet te brengen bij de bevolking. ,,Er is een systematisch en vooropgezet complot om de staat ten val te brengen, maar Egypte zal niet bewijken”, zei generaal Adel Emara, lid van de militaire raad, gisteren op een persconferentie.

Generaal Emara beschuldigde de niet-staatsmedia die beelden en berichten over het legergeweld verspreiden, ervan ,,te helpen de staat te saboteren”. Ja, soldaten hadden een jonge vrouw, wier bovenkleding was opgeschort zodat haar blauwe bh zichtbaar was, meegesleurd en geschopt, maar „men moet de omstandigheden kennen”.

De generaals en de betogers, onder wie veel revolutionairen van het eerste uur, vechten tegen elkaar om de steun van het volk. Volgens activisten en analisten zijn de militairen voorlopig aan de winnende hand.

Dat is verklaarbaar. De betogers, tot een kleine groep ingekrompen sinds de opstand tegen president Mubarak in januari/februari, blijven protesteren tegen het leger dat volgens hen aan de macht wil vasthouden. De militairen hebben immers grote economische belangen te verdedigen. Maar het leger voert met succes aan dat de doorgaande onrust zijn inspanningen dwarsboomt om de verslechterende economie weer op orde te krijgen. De staatsmedia hameren die boodschap erin. Veel Egyptenaren, die hun lonen zien dalen en de werkloosheid groeien, willen rust om toeristen en investeerders terug te krijgen. Zij kiezen voor het leger, dat hoe dan ook sinds 1952 geldt als stut in moeilijke tijden.

In oktober reden militairen in pantservoertuigen over koptische betogers heen. Daarbij vielen meer dan twintig doden. De generaals en de staatsmedia zagen toen ook een ,,buitenlandse hand” achter de betogers. Verslaggevers van Al-Masri al-Youm, die elders in de stad de mening van passanten gingen vragen, schreven later dat niemand het leger iets kwalijk nam.

,,Wat worden we geacht te doen als betogers de wet breken?”, vroeg gisteren generaal Emara op zijn persconferentie. ,,Moeten we mensen uit het buitenland uitnodigen onze natie te regeren?”

    • Carolien Roelants