Bekijk het eens literair

De Mexicaanse blogger Diego Osorno pleit voor literaire journalistiek.

Want een goed verhaal vertelt soms meer dan duizend nieuwsberichtjes.

GRAPHIC CONTENT People observe a crime scene in which the corpse of a man with a notice attributing the crime to a drug cartel, lies in Buena Vista neighbourhood, in the touristic port city of Acapulco, on November 10, 2011. The fight against drug trafficking in Mexico has caused a "dramatic increase" in murder, torture and abuses by security forces, reported to Human Rights Watch, while the federal courts only investigated 997 of the 45,000 homicides attributed to that struggle. AFP PHOTO/Pedro PARDO AFP

Weer een dozijn dode drugskartelleden. Weer gruwelijke executies. Het beeld dat we hier krijgen voorgeschoteld van de Mexicaanse drugsoorlog is bekend. De oorlog lijkt simpel: aan de ene kant heb je de drugskartels, die vechten om de beste smokkelroutes naar de VS. En aan de andere kant de regering, die daar een stokje voor probeert te steken.

Dat beeld klopt maar half. Het kon ontstaan omdat juist in de zwaarst getroffen delen van Mexico de journalistiek haast beperkt blijft tot het tellen van de doden. Uit vrees voor represailles waagt bijna niemand zich meer aan onderzoeksjournalistiek. In het noordoosten is de berichtgeving nagenoeg gestokt. Hier lezen de burgers spookkranten, gevuld met show-en sportnieuws of berichten van ver weg. Over de moorden en de complexe verwevenheid tussen onder en bovenwereld durft niemand te schrijven. Drugskartels – maar ook politie en leger – zetten redacties onder druk een fictieve werkelijkheid te creëren, waardoor de dieperliggende oorzaken zoals armoede, politieke corruptie niet meer zichtbaar zijn, net als de mensen achter de moordstatistieken.

Het is die fictie waar journalist en blogger Diego Enrique Osorno (31) tegen strijdt. Als een van de weinigen tekent hij nog wel verhalen op uit deze ‘vergeten gebieden’. Niet op de traditionele, journalistieke manier, maar met literaire middelen. Want het traditionele journalistieke genre versimpelt de gebeurtenissen en maakt het leed niet invoelbaar voor lezers, schreef Osorno in zijn manifest voor wat hij noemt een ‘infrarealistische journalistiek’. Hij beheert een populair weblog, Nuestra Aparente Rendición (Onze Kennelijke Overgave), waar ook andere alternatieve journalisten zich hebben verzameld.

De steevast in een houthakkershemd geklede Osorno kijkt wat verbaasd om zich heen in het centrum van de Zuid-Mexicaanse stad Oaxaca. De sfeer op de terrasjes die zijn volgestroomd met toeristen is gemoedelijk. „In 2006 was het wel heel anders”, zegt hij meewarig. Oaxaca had toen meer weg van een oorlogsgebied. Osorno deed er verslag van hevige ongeregeldheden tussen protesterende leraren en ordetroepen. Nu zit hij net als de toeristen op een terrasje en bestelt een ijsje.

Wat merk je van het falen van de journalistiek in Mexico?

„Vorig jaar was er een schietpartij op de Tech de Monterrey [universiteit in Noord-Mexico, red.]. Alle journalisten kwamen daar op af. Het leger liet een persbericht uitgaan, waarin stond dat er twee drugshandelaren waren omgekomen. Alle kranten namen dit over, maar de doden bleken studenten te zijn. Het is een veel voorkomend voorbeeld van media die berichten dat een dode ook direct een drugsdode is, terwijl dit helemaal niet altijd het geval is. We weten dat er in de zogenoemde drugsoorlog tienduizenden doden zijn gevallen. Maar dit is een getal dat de overheid ons geeft. Wij weten niet welke naam er bij welke dode hoort hoort en wat de omstandigheden van zijn dood waren.

„De regering zegt bijvoorbeeld ook dat het geweld in een bepaalde regio komt door het Golfkartel en het Zetaskartel die elkaar bevechten. Maar de mensen daar geloven dat al lang niet meer. In Tamaulipas [deelstaat aan de Golf van Mexico] vroeg ik aan een man: ‘Hoe zit het nu hier met de Zetas en het Golfkartel?’ Hij zei: ‘Luister jongen, hier zit het leger achter de lokale politie aan en andersom’. Dat brak mijn hele geordende narratief over de zaak. Maar ik ben geen pessimist. De journalistieke stilte die er nu is zorgt ook voor een soort zelfanalyse.”

Journalisten zijn bang om slachtoffer te worden van geweld. Is dat de enige oorzaak van deze cultuur van zelfcensuur?

„Wij hebben een chronische aandoening sinds het priisme [verwijzing naar de PRI, de Institutioneel Revolutionaire Partij, die Mexico van 1929 tot 2000 regeerde]. Alle verkiezingen waren toen een leugen, alle journalisten wisten dit. Maar zij brachten het toch alsof het om echte verkiezingen ging, terwijl iedereen al wist wie er president zou worden, want dat had de zittende president al bepaald. Het was de perfecte dictatuur, zoals Vargas Llosa het eens zei. De partij dicteerde het narratief van het hele land. De pers stond in dienst van de regering. Dit gaat nu nog steeds in hetzelfde ritme door.”

En hoe kijk je dan naar de berichtgeving over Mexico in het buitenland?

„In het buitenland worden we neergezet als een land met wilde stammen. Heel bloeddorstig. Alsof het genetisch bepaald is. Ze weten niet dat de drugsoorlog in werkelijkheid een politieke component heeft die heel belangrijk is om het geweld te begrijpen. Dat zie je niet in die berichten. In Mexico vallen bijvoorbeeld ook meer doden door tuberculose dan door het drugsgeweld. Maar wat zou jij lezen? Een verhaal over de lokale politiek, tuberculose of een treffen tussen drugsbendes? De oorlog is veel beter vertelbaar en aantrekkelijker.”

Wat kan literaire journalistiek dat traditionele journalistiek niet kan?

„Als gewone journalist moet je je altijd aan bepaalde codes houden. Als ik een moordenaar of een crimineel ga interviewen, zijn er bepaalde vooropgestelde eisen waar ik mij aan moet houden. De vragen: wie, wat, waar, waarom. Dat soort dingen. Ik wil breken met dit soort vragen. Het woord ‘infrarealistisch’ in mijn manifest verwijst naar een andere realiteit. Er is een realiteit van de feiten, maar is ook een andere. Deze probeer ik te beschrijven. Roberto Bolaño [Chileense schrijver] doet dit ook. Zijn boek 2666 heeft mijn denken over het geweld in Mexico erg veranderd. Er zitten heel veel perspectieven in. Maar het is nooit expliciet. De journalistiek waar ik voor pleit moet een reflectie zijn op de complexiteit van de dingen. En het moet zichzelf daarom tegenspreken.”

Kan je niet beter fictie gaan schrijven?

„Nee. Journalistiek is altijd mijn leven geweest. Maar niet de dagelijkse berichtgeving. Ik werkte eerst voor een krant waar ik elke dag moest publiceren. Ik had financiële zekerheid. De kudde biedt veiligheid. Nu ben ik een eenzame beer. Ik heb nu alleen maar tijd nodig. Ik wil niet publiceren. Ik wil het juist vasthouden.”

Wat gebeurt er als je de ‘journalistieke mal’ als het ware van een verhaal afhaalt?

„Het moet niet een literair spel worden, maar er vooral voor zorgen dat we ons niet beperken tot het tellen van de lijken. Ik heb kortgeleden een verhaal geschreven over een cowboy die doofstom is en heen en weer reist van Monterrey [grote stad in Noord-Mexico] naar Californie naar een kolonie met doofstomme Mexicaanse hippies. Daarna gaat hij naar Texas naar de grens met Tamaulipas. De tekst vertelt over de verandering van het grensgebied. In zo’n tekst wordt niemand vermoord, maar het vertelt iets over een sfeer. Het gaat over een grens die doofstom is.”

Jij neemt veel risico in je werk. Ben je niet bang voor je eigen veiligheid?

„Ik hou er niet van daarover te praten. Ik wil niet dat mijn verhaal dat is van een slachtoffer. Alles wat ik verder zeg staat dan in het licht van ‘die arme jongen die bedreigd wordt’. Ik wil geen angst zaaien. Ik wil juist journalistiek bedrijven om angst uit te bannen.”

    • Alex Tieleman