Woede over nieuwe veldslag in Kairo

Egyptische militairen en politiemannen hebben vandaag voor de vierde achtereenvolgende dag slag geleverd met betogers op het centrale Tahrirplein in Kairo die het onmiddellijke vertrek eisen van het militaire regime.

Er vielen weer drie doden toen militairen het vuur openden op demonstranten. De voorgaande dagen ramden politie en leger met de wapenstok in op betogers die op de grond lagen, gooiden vanaf gebouwen stenen op demonstranten en randden vrouwen aan. Bij de protesten vielen sinds vrijdag in totaal veertien doden en bijna 500 gewonden. Meer dan 160 mensen werden opgepakt.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Hillary Clinton, toonde zich gisteren „ernstig bezorgd” over het geweld en deed een beroep op de veiligheidsdiensten „de universele rechten van alle Egyptenaren te eerbiedigen en te beschermen”. VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon was „hogelijk gealarmeerd over het excessieve gebruik van geweld” tegen de betogers.

Maar het leger zelf gaf de demonstranten de schuld. De Opperste militaire raad die Egypte regeert sinds de val van president Hosni Mubarak in februari liet gisteren in een verklaring weten dat „de betogers „een boosaardige samenzwering” hebben opgezet om de staat te ontwrichten. „Hebben wij niet het recht om de eigendommen van het grote Egyptische volk te verdedigen, dat we hebben gezworen te beschermen?”

Op zijn Facebook-pagina plaatste het leger foto’s van jonge mannen die stenen gooien naar een raam van het parlementsgebouw en van ten minste een man die probeert het gebouw aan te steken. Het leger zegt ook dat het Nationaal Archief, dat zaterdag in vlammen opging, door benzinebommen van de betogers is aangestoken.

Het leger en de betogers, onder wie revolutionairen van het eerste uur, strijden tegen elkaar om de steun van de de bevolking. Volgens analisten in Kairo is vooralsnog het leger aan de winnende hand, dat ook van de staatsmedia gebruik maakt om de betogers af te schilderen als hooligans en vandalen die met hun acties economisch herstel in de weg staan. „Het leger heeft in alles gefaald behalve in zijn verbijsterende succes de revolutie, haar geschiedenis en haar revolutionairen gehaat te maken bij het volk”, schreef de prominente columnist Ibrahim Eissa in een hoofdartikel in de krant Al-Tahrir, die de revolutionairen steunt.

Fundamentalistische partijen, de Moslimbroederschap en de salafistische Nour-partij, houden zich afzijdig van de jongste protesten. Zij vrezen dat ze hun grote winst in de lopende verkiezingen op het spel zetten als ze met de demonstraties tegen het leger meedoen. Veel activisten op hun beurt beschuldigen hen van politiek opportunisme.

De twee partijen kregen in de eerste fase ruim 60 procent van de stemmen. In de eerste ronde van de tweede fase, vorige week, kreeg de Moslimbroederschap 39 procent van de stemmen en de radicalere salafisten meer dan 30 procent. Later deze week heeft de tweede ronde plaats. Daarna volgt nog de derde fase. De officiële uitslag komt in januari. (Reuters, AP, AFP)