Werkgeversvoorzitter Dezentjé Hamming: onze export blijft achter bij buurlanden

Technologische industrie is een belangrijke motor voor de economie. Maar de overheid doet te weinig om dat zo te houden, vindt de nieuwe voorzitter Ineke Dezentjé Hamming-Bluemink van de werkgeversorganisatie voor de technologische industrie, FME-CWM. Dat zegt ze vandaag in NRC Handelsblad.

“Soms zijn de belangen zo groot dat de overheid móet ingrijpen en een industriesector die de grootste bijdrage aan de Nederlandse export levert, tegemoet moet komen.”

“De technologische sector, ik noem het de ‘maakindustrie’ kampt met een groot probleem op de arbeidsmarkt. Het vertrek van de oudere generatie wordt niet gecompenseerd door gekwalificeerd aanbod vanuit het beroepsonderwijs. Op vmbo-niveau loopt het tekort op tot bijna 35.000. Op mbo en hbo-niveau gaat het om respectievelijk 23.000 en 13.000 banen.”

Dezentjé Hamming-Bluemink werd vorige maand benoemd als voorzitter van de werkgeversorganisatie. In haar functie wil ze zich onder meer hard maken voor juiste besteding van onderwijsgelden, om ervoor te zorgen dat het geld zo goed mogelijk wordt ingezet voor opleidingen waar het bedrijfsleven behoefte aan heeft.

“Een ontslagen postbode of een andere werkzoekende die lasser wil worden, moet nu eerst een langdurige lascursus doen bij één van de roc’s. Onze branche zit helemaal niet te wachten op een zo’n overgekwalificeerde lasser die overgekwalificeerd is. Die wil er een die met een stoomcursus van drie maanden het werk ook wel aan kan. En een ontslagen postbode gaat niet eerst langdurig onbezoldigd op cursus. Die werknemer heeft ook zijn lopende financiële verplichtingen.”

Lees het volledige interview dat Jos Verlaan had met Dezentjé Hamming-Bluemink vandaag in NRC Handelsblad of in de digitale editie voor abonnees.