Vroman lees je met ingehouden adem

Dichter Leo Vroman is inmiddels 96 jaar oud en nog uiterst productief. Met Daar, een meer dan tweehonderd pagina’s tellende dichtbundel, verschijnt alweer zijn vierde bundel in vier jaar tijd.

Ik houd nog altijd mijn adem in als ik de eerste regels lees van het laatste gedicht van Hans Andreus. ‘Dit wordt het laatste gedicht wat ik schrijf,/ nu het met mijn leven bijna is gedaan.’

Andreus wist dat hij ging sterven. Hij zag de dood onder ogen en kon daar nog een goed in elkaar gestoken sonnet over schrijven, waarin ‘het laatste gedicht wat ik schrijf’ drie regels verder volgens de voorschriften een rijmwoord vindt in ‘de kanker in mijn lijf.’

Hier spreekt iemand die de hoop heeft opgegeven. Niemand kan hem meer helpen. Hij weet niet wat hem te wachten staat. Hij gelooft niet in God, maar begint bij gebrek aan beter, toch maar tegen iemand aan te praten. ‘Hoe moet het nu, waar blijf ik met dat licht/ van mij, van jou, wanneer het vallen, weg in/ het onverhoeds onnoemelijke begint?’

Ik lees het met ontzag. Vraag ik me af wat dat voor ontzag is, dan kom ik alleen maar op het spreekwoordelijke heilige ontzag – voor die andere wereld, de dood, ‘het onverhoeds onnoemelijke’ waarvan niemand weet heeft.

U kunt het hele artikel hier lezen.

Dit artikel werd gepubliceerd in NRC Handelsblad op Vrijdag 16 december 2011, pagina 10 - 11.

    • Guus Middag