Verloren in beleefdheden

Als de gentillesse het overneemt van de werkelijkheid, ontmoet je geen echte mensen maar beleefde aardigheid.

Neem liever de nar als voorbeeld: dan kun je zeggen wat je wilt zonder aardig gevonden te willen worden.

Het is misschien wat laat, zo in mijn pre-dertigste tijdperk, maar er is iets aan de gang – iets wat ik met alle liefde buiten beschouwing laat – dat maakt dat ik de mensen de laatste tijd wat anders bekijk. Zo zie ik, daar waar ik eerst gentillesse en politesse zag, diplomatieke beleefdheden en egostrelend gebrabbel tussen opportunistische wezens die elkaar tussen de woorden door proberen af te troeven, te verleiden of te overtuigen van hun eigen gelijk. (Ik verblijf een maand in Hongkong, op familiebezoek, maar deze eigenschappen kom ik overal tegen). Ik registreer een vorm van aardig gedrag die niks van doen heeft met aardigheid maar eigenaardig genoeg toch onder deze noemer geschaard mag worden.

En wat nog het ergste is van alles is dat ik dit gedrag ook bij mijzelf registreer: ik glimlach naar alles dat straalt, op zoek naar erkenning en, misschien ook wel, verleiding. Omdat ik zelf van nature een overschot aan aardig gedrag heb meegekregen, heb ik altijd een voorliefde gehad voor mensen die deze omgangsvorm helemaal niet nodig hebben in hun relaties met de medemens. Neem nou de nar, zo ontroerend beschreven door de Nederlandse socioloog Anton C. Zijderveld. Hij schrijft in zijn essay Over narren en hun gespiegelde werkelijkheid in in zijn voor- en nawoord over Peppi, de Oostenrijkse huisnar van zijn schoonfamilie uit Wenen. Peppi is de Tweede Wereldoorlog op een bijzondere manier ontvlucht: hij heeft zich niet verstopt achter een trappenkast maar achter de ietwat krankzinnige rol van de nar: de dorpsgek. Hij speelde met zijn zotheid, en dit leverde hem niet alleen bescherming op, maar ook vrijheid. Hij deed dit zo overtuigend dat hij na de oorlog nooit uit die rol is gestapt.

Het verhaal van Peppi geeft aan dat de traditionele nar uit de Middeleeuwen veel meer was dan een dom en lelijk wezen, een middelpunt van spot en vermaak. Nee, de nar was als een antifiguur, hij was de verpersoonlijking van de omgekeerde wereld. En in die omgekeerde wereld was de nar vrij om de draak te steken met de officiële orde; hij hield die als het ware een spiegel voor. Door zichzelf te ridiculiseren, stak hij de draak met de mens in het algemeen en kon hij dingen benoemen waar niemand anders ongestraft mee weg kwam.

Vandaag bestaat de traditionele nar niet meer, maar je hoeft niet lang om je heen te kijken om de narren van nu te herkennen. Ik noem er een paar: Pim Fortuyn, Theo van Gogh, Jan Lenferink, Youp van ’t Hek. Zij zeggen, spuien, benoemen. Of deden dat in het verleden tijd.

Beleefdheden zijn belangrijk, maar zodra de gentillesse het overneemt van de werkelijkheid, is het geen karaktereigenschap meer maar een opportunistische gedragsvorm. En als erkenning of verleiding de voedingsbodem zijn van het contact, streef je niet voorbij jezelf en kom je nooit tot een echte ontmoeting: je ontmoet geen mensen maar aardigheid. Zonde, want zodoende eindigt het gros van de mensen die je ontmoet met die afschuwelijke en sukkelachtige kwalificatie aardig – terwijl ze waarschijnlijk veel meer zijn dan dat.

Laat ons daarom een voorbeeld nemen aan de nar in het algemeen en aan Peppi in het bijzonder, die geen angst had de gasten van zijn maître in de zeik te nemen. Ik weet in ieder geval welk boek ik van de plank trek zodra ik thuis kom.

Schrijfster Sophie van der Stap (28) schreef over het theater van de mensen in een grote stad. Dit was het laatste deel.

    • Sophie van der Stap