Uit Havels ‘Tuinfeest’

Pludek: De tijden dat mensen nog voor iemand opstonden, zijn voorbij! Toen waren jullie tweetjes nog klein – en hebben ons het brood uit de mond gespaard.

Mevr. Pludek: Kalm maar, Olda! Hugo! Het leven is een groot schaakspel! Zegt jou dat niets?

Hugo: Dat wel, mam. Met een steel begraaf je geen biervat!

Meneer en mevr. Pludek kussen hem ontroerd.

Mevr. Pludek: Ons bovenste beste stommelingetje!

Pludek: Beste zoon! Het leven is een groot gevecht en jij bent de sigaar. Nee, eigenlijk een Tsjech. Als gij niet te gronde gaat, doe ik dat ook niet, verraad gij de boel, doe dat dan maar – als zij er zijn, zijn wij er ook! Jij bent mijn zoon. Wie met hennep geen raad weet, moet in Praag verstand gaan kopen en in Pilsen pils. Jij bent een Pludek. Het ga je goed! Of –

Peter komt op, Hugo af, allen kijken hem ontroerd na.

Pludek: Wat is er?

Mevr. Pludek: Aan al het moois komt steeds een end. Een zoen zakdoek sirene een leuke vent.

(-) Herinner jij je nog die ene zomer lang geleden? Wat hadden we toen dolle plannen! Jij wou studeren, organiseren en leiding geven, Peter, waar wil je nu heen?

Jij houdt het ook geen ogenblik uit in de familiekring.

Peter gaat af.

Olda, we moeten flink zijn, hoor je, we moeten ons losmaken van de grond, onze vleugels uitslaan , kortom leven, dat moeten we! Ja, leven, leven, we beginnen een beter, nieuw leven!

Pludek: Haver is haver en gort is gort. Een nieuw leven? Waarom ook niet, verdraaid nog an toe!

Uit: Václav Havel: Het tuinfeest. Vert. Kees Mercks. Uitg. Pegasus, Amsterdam 2009