Rooms-Katholieke Kerk in de beklaagdenbank

Geschokt en diep beschaamd toonden de Nederlandse bisschoppen zich in een brief die priesters in veel rooms-katholieke kerken gisteren vanaf de preekstoel voorlazen. Het rapport dat de commissie-Deetman vrijdag had gepresenteerd, over seksueel misbruik van kinderen door katholieke geestelijken, gaf alle reden voor deze deemoed, dit publieke vertoon van berouw.

De bisschoppen zouden zelfs kunnen overwegen of ze zich de woorden moeten aantrekken van de katholieke vicepremier van Nederland, de CDA’er Maxime Verhagen. Hij zei zaterdag op de radio: „Als ik hiervoor verantwoordelijk zou zijn, zou ik voor mezelf zeggen: ben ik wel de juiste man op de juiste plaats. Het antwoord zou voor mijzelf zijn: nee.”

Luxuria, onkuisheid, is een van de zeven hoofdzonden volgens de katholieke leer. Helaas moet worden vastgesteld dat binnen de Rooms-Katholieke Kerk veel geestelijken die met gezag en macht waren bekleed, desondanks de boom der ondeugden hebben beklommen. Het eindrapport van de commissie-Deetman laat hierover geen twijfel bestaan.

In de periode sinds 1945 hebben zich 10.000 tot 20.000 gevallen van seksueel misbruik van minderjarigen voorgedaan, zo becijferde de commissie. Van „lichte, ernstige of zeer ernstige vormen van grensoverschrijdend seksueel gedrag”. Het lijdt geen twijfel dat het morele gezag van de Rooms-Katholieke Kerk hiermee ernstig is aangetast.

De commissie rekende ook af met suggesties dat de kerkelijke leiding niet op de hoogte was van de wantoestanden die zich in haar kring voordeden. „Van onwetendheid van bisschoppen en andere kerkelijk bestuurders over de problematiek van seksueel misbruik was geen sprake”, stelde zij.

Dat roept het „wir haben es nicht gewusst” in herinnering, woorden die kardinaal Simonis, voormalig aartsbisschop, vorig jaar op televisie uitsprak. Het lijkt erop dat katholieke geestelijken van de Tien Geboden niet alleen het zesde en negende gebod, die over onkuisheid handelen, hebben overtreden, maar ook het achtste: „Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen.”

De bisschoppen hebben eigenlijk geen andere keuze dan de aanbevelingen die de commissie heeft gedaan, stuk voor stuk over te nemen. Er is hoop: alleen al door de commissie eerder een onderzoeksopdracht te geven, hadden zij een belangrijke stap gezet. Zij weken daarmee af van de richtlijn van Rome dat seksuele schandalen in eigen kring moeten worden onderzocht en opgelost, en dat ze voor de buitenwacht vooral geheim moeten worden gehouden.

Het rapport van Deetman c.s. is geen eindpunt, maar hoort het startsein te zijn voor een brede maatschappelijke en fundamentele aanpak van een veel te lang miskende problematiek. Binnen én buiten de kerk.