Ook Draghi spreekt over einde van euro

In zijn eerste interview spreekt de president van de ECB over het uiteenvallen van de euro. Maar een oplossing heeft Mario Draghi ook niet.

Zijn voorganger Jean-Claude Trichet wilde er nooit in het openbaar over praten. Maar Mario Draghi, de nieuwe president Europese Centrale Bank, heeft het nu wél gedaan.

In een vraaggesprek met de Financial Times, zijn eerste interview sinds zijn aantreden op 1 november, ging Draghi in op een scenario waarin Europese landen uit de euro zouden stappen. Draghi waarschuwde vanzelfsprekend voor de ernstige gevolgen daarvan. Maar ondertussen sprak hij er wel over. Ook de Europese Centrale Bank houdt er nu dus rekening mee dat de eurozone uit elkaar valt. Het was voor het eerst dat de ECB de vrees van velen onder woorden bracht.

Draghi bracht het onderwerp niet zelf ter tafel. Maar hij ging in op het scenario dat de journalisten hadden voorgelegd. Áls Europese landen al uit de euro zouden kunnen stappen, dan „zou dat niet helpen”, zo zei de Europese bankpresident. Op korte termijn zou de herinvoering van een (sterk gedevalueerde) nationale munt misschien aantrekkelijk lijken. Maar devaluatie leidt onmiddellijk tot inflatie, zo waarschuwde Draghi. En „uiteindelijk zou het land dezelfde hervormingen moeten doorvoeren als nu, maar in een veel zwakkere uitgangspositie.”

Ook voor de sterke landen in de eurozone had Draghi een strenge boodschap. Politici die Griekenland uit de euro willen zetten, zouden nog eens goed moeten nadenken. „Het zou een substantiële schending van een bestaand [Europees] verdrag betekenen”, zo zei Draghi tegen de FT. „En als je daar eenmaal aan begint, dan weet je nooit helemaal zeker hoe het afloopt.” Morrelen aan de euro zou volgens Draghi centrifugale krachten op gang kunnen brengen. Krachten die wel eens onbeheersbaar zouden kunnen blijken.

De uitlatingen van Draghi komen op een gevoelig moment. De nieuwe maatregelen die twee weken geleden door de Europese leiders werden aangekondigd – meer begrotingsdiscipline en strengere sancties voor landen die zich daar niet aan houden – hebben geen rust op de financiële markten gebracht. Voor de crisis van het moment biedt begrotingsdiscipline op termijn geen oplossing. Europa weet nog niet eens hoe de strengere begrotingsregels er precies uit zouden moeten zien. Vandaag praten de Europese ministers van Financiën via videoconferentie verder over een verdragstekst waarin de afspraken van 10 december moeten worden uitgewerkt.

Nu de oplossing op korte termijn niet uit Brussel lijkt te komen, kijken de markten hoopvol naar de ECB in Frankfurt. In de afgelopen maanden heeft de Europese Centrale Bank voor honderden miljarden aan Zuid-Europese staatsobligaties opgekocht. Sommige regeringsleiders, waaronder de Franse president Nicolas Sarkozy, vinden dat de ECB dit programma zou moeten versnellen. De ongelimiteerde koopkracht van de Europese Centrale Bank (de ECB kan zelf geld scheppen) zou beursspeculanten definitief het zwijgen op kunnen leggen. Maar het openzetten van de geldkraan stuit op verzet, vooral van Duitsland. Eerder dit jaar heette het nog dat de Duitse bestuurder Jürgen Stark om „persoonlijke redenen” ontslag had genomen bij de ECB. Nu zegt Stark, in een interview dat vandaag zou verschijnen, dat er wel degelijk een politieke achtergrond was voor zijn vertrek.

Draghi is zich goed bewust van de gevoeligheden. De Europese bankpresident weigerde daarom harde uitspraken te doen over het Securities Markets Programme van de ECB. „We hebben nog geen precies scenario voor de SMP besproken”. Tegelijkertijd liet Draghi doorschemeren dat het opkoopprogramma zeker niet substantieel zal worden uitgebreid. „De SMP is noch eeuwig, noch eindeloos.” Geen snelle oplossingen dus. En dat terwijl Europese regeringen in het komende kwartaal ruim driehonderd miljard aan nieuw geld nodig hebben. Afgelopen vrijdag waarschuwden kredietbeoordelaars Fitch en S & P nog maar eens dat een nieuwe ronde downgrades van eurolanden in het verschiet ligt.

    • Steven Derix